Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Deze methode geeft studenten van de opleiding oefentherapie Mensendieck handvatten om cliënten te helpen een gezondere levensstijl met gezonder beweeggedrag te leren handhaven of herstellen. Je leert om via een coachende, oefentherapeutische begeleidingswijze rekening te houden met motoriek, cognitie, motivatie, emotie en omgeving van een cliënt. Het uitgangspunt daarbij is een relationele mensvisie: een onlosmakelijke verbondenheid tussen mens en wereld.
De methode Mensendieck – Een oefentherapeutische werkwijze beschrijft therapeutische oefeningen didactisch én op spiergebruik- en skeletniveau. De oefeningen ondersteunen de actieve paramedische interventie, die zich richt op het aanleren van gezond beweeggedrag. Naast tekst en illustraties bevat deze methode ook 96 video’s: 78 over de oefeningen en 18 over uitgangshoudingen. Vanwege de goede zoekfunctie kunnen logische verbanden worden gelegd tussen tekst en bewegend beeld.
Dit boek is geschreven door mevrouw M.L.A. Jonker-Kaars Sijpesteijn en verscheen herzien en verbeterd als tweede druk in 1996. Het geheel is gebaseerd op de visie van Bess Mensendieck: ‘Gezond bewegen kun je leren’; vanuit de kerngedachte: ‘Zelf doen, zelf zien, zelf doorvoelen, zelf oordelen’. Daarmee sluit deze editie aan bij het vernieuwde beroepsprofiel van de oefentherapeut waarin zelfmanagement een belangrijke rol speelt.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het ontstaan

Samenvatting
Wat houdt Oefentherapie Mensendieck vandaag de dag in en hoe heeft die zich in de afgelopen decennia ontwikkeld? In dit hoofdstuk worden de beginselen van de Methode Mensendieck besproken om zo een beeld te krijgen van de achtergrond van de therapie. Daarnaast is er ook aandacht voor de grondlegster zelf, wie was zij, wat waren haar beweegredenen en waar is zij zoal werkzaam geweest?
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

2. De Methode Mensendieck

Samenvatting
De oorspronkelijke doelstellingen van de Methode Mensendieck, het bewustmaken van mensen over de anatomie en fysiologie van houdings- en bewegingsprincipes om zich te kunnen handhaven in de dagelijkse leef- en werkomgeving blijkt ook nu nog overeind te staan. Omdat de oefentherapeut veel bezig is met dagelijkse handelingen worden onder andere handelingen zoals lopen, staan, gaan zitten, bukken en tillen doorgenomen, en hoe deze het minst belastend uitgevoerd kunnen worden. Omdat ademhaling een belangrijk aspect is in het dagelijks handelen, lees je over de verschillende vormen van ademhaling en hoe deze bewust te sturen dan wel te veranderen. Ook andere belangrijke aspecten van de methode worden toegelicht.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

3. Doelstelling

Samenvatting
Welke doelen kies je bij de oefeningen en waarom? De vier fasen van het leerproces van de patiënt worden nader toegelicht: er wordt ingegaan hoe, in het algemeen, de doelstelling van de oefeningen op de verschillende fasen afgesteld kan worden. Het meer specifiek aanpassen van de doelen wordt gedaan in de hoofdstukken van de oefeningen.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

4. Uitgangshoudingen

Samenvatting
Uitgangshoudingen zijn de stand van het lichaam van waaruit de oefeningen worden uitgevoerd en waarnaar men na het uitvoeren van de oefening terugkeert. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe verschillende uitgangshoudingen opgebouwd dienen te worden. Er worden onder andere voorbeelden gegeven hoe verschillende liggende, zittende en staande uitgangshoudingen en uitgangshoudingen in hand−kniestand opgebouwd worden. Op deze manier zijn de uitgangshoudingen ondersteunend aan de oefeningen en het leerproces van de patiënt.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

5. Bekkenkanteling

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de bekkenregio in het sagittale vlak. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

6. Oefeningen gericht op de strekking van de wervelkolom

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de strekking van de wervelkolom. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

7. Oefeningen voor schoudergordel en schouderblad

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de schoudergordel en schouderbladen. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

8. Armoefeningen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de arm, het schouder- en het ellebooggewricht. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

9. Oefeningen voor pols, hand en vingers

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de pols, hand en vingers. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

10. Halsoefeningen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor het hoofd en de hals. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

11. Oefeningen gericht op de lumbale en laagthoracale wervelkolom

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de lumbale en laagthoracale delen van de wervelkolom. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

12. Oefeningen gericht op houding en beweging van de hele wervelkolom

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de gehele wervelkolom. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

13. Oefeningen voor heup en knie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de heup- en knieregio. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

14. Oefeningen voor enkel, voet en tenen

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de enkel, de voet en de tenen. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

15. Oefeningen voor heup, knie, enkel en voet

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen voor de gehele onderste extremiteit. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn

16. Het verplaatsen van het lichaamsgewicht

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden voorbeelden gegeven van oefeningen waarbij het verplaatsen van het lichaamsgewicht centraal staat. De oefeningen zijn uitgewerkt in een instructie naar de patiënt, een analyse van de spierwerking en een beschrijving van de skeletbewegingen. Het hoofdstuk begint met een uitwerking van de doelen die, in verschillende fasen van het motorisch leerproces, behaald kunnen worden met de oefeningen. Daarnaast worden er verschillende uitgangshoudingen beschreven van waaruit de oefeningen gegeven kunnen worden. Op deze manier leer je de anatomische kennis functioneel te maken en in te zetten zodat er een lerende situatie voor je patiënt ontstaat.
M. L. A. Jonker-Kaars Sijpesteijn
Meer informatie