Om goede zorg voor iedereen in de toekomst te garanderen, stimuleert het Integraal Zorgakkoord de beweging naar passende zorg. Ook het Erasmus MC werkt aan deze transitie, onder andere door de implementatie van waardegedreven zorg (WGZ). Daartoe worden patiëntgerapporteerde uitkomsten sinds 2020 organisatiebreed geïmplementeerd met een uniforme vragenlijststructuur die volledig is geintegreerd binnen het elektronisch patiëntendossier (EPD). Een nauwe samenwerking tussen de betrokken zorgverleners, WGZ-adviseurs én IT-specialisten geeft richting en vorm aan de implementatie binnen de organisatie. Zorgverleners en patiënten ervaren een meerwaarde van het gebruik van patiëntgerapporteerde uitkomsten en dan vooral in de eigen voorbereiding en de kwaliteit van het poliklinisch consult.
De betaalbaarheid en de toegankelijkheid van de zorg staan onder druk, onder andere door een stijgende zorgvraag en een tekort aan zorgpersoneel. Om goede zorg in de toekomst te garanderen, stimuleren het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) de beweging naar passende zorg [1, 2]. Passende zorg is waardegedreven, komt samen met en rond de patiënt tot stand, vindt plaats op de juiste plek en gaat over gezondheid in plaats van ziekte [1].
Ook het Erasmus MC werkt aan de transitie naar passende zorg. In lijn met de nationale beweging is een van onze doelstellingen waardegedreven zorgverlening. Waardegedreven zorg (WGZ) gaat ervan uit dat de waarde voor de patiënt wordt gemaximaliseerd door de uitkomsten die voor de patiënt relevant zijn en de totale behandelkosten van de aandoening van de patiënt tegen elkaar af te wegen [3]. Door dit cyclisch te doen, ontstaat ruimte voor zorgverbetering.
Het realiseren van WGZ is complex en uitdagend. Het Erasmus MC heeft als academisch centrum uitgebreide expertise ontwikkeld over de implementatie van WGZ [4]. Het primaire doel is het maximaliseren van individuele patiëntuitkomsten door middel van de implementatie van het meten van patiëntgerapporteerde uitkomsten (patient reported outcome measures, PROMs). Secundaire doelen omvatten PROMs-gebruik voor het organiseren en verbeteren van zorgpaden en het integreren van kostendata als stuurindicatoren [4]. In dit artikel vertellen we hoe PROMs in een academisch ziekenhuis kunnen bijdragen aan betere uitkomsten.
Implementatie van PROMs voor patiëntenzorg
In het Erasmus MC worden PROMs gebruikt om zicht te krijgen op de ervaren patiëntuitkomsten. PROMs zijn vragenlijsten die uitkomsten meten vanuit het patiëntperspectief, zoals de ervaren gezondheid of kwaliteit van leven, en die herhaaldelijk afgenomen worden om het beloop van uitkomsten in de tijd te volgen [5]. Op individueel niveau helpen PROMs de patiënt en zorgverlener om uitkomsten te identificeren waar waarde aan kan worden toegevoegd [6, 7]. Zo kan bijvoorbeeld bij een ongunstige uitkomst op pijn daarop geïntervenieerd worden. Daarnaast maakt het invullen van PROMs de patiënt bewust van wat goed en minder goed gaat [8], kunnen PROMs een kapstok bieden voor het consult en kunnen ze de basis vormen voor gezamenlijke besluitvorming over diagnostiek, behandeling en behandeldoelen [8‐10].
Sinds 2013 verzamelt het Erasmus MC PROMs door per patiëntgroep PROMs op maat te implementeren [4]. Aanvankelijk werd voor de dataverzameling software gebruikt die niet aan het elektronisch patiëntendossier (EPD) was gekoppeld, maar sinds 2020 worden PROMs ziekenhuisbreed geïmplementeerd met het EPD als basis. Dat betekent dat de vragenlijsten vanuit het EPD naar de patiënt worden verstuurd en dat de antwoorden automatisch weer in het EPD terechtkomen. Met een uniforme vragenlijststructuur (zie fig. 1), met als basis vragen over de algemene kwaliteit van leven, kunnen PROMs zowel voor kinderen als volwassenen geïmplementeerd worden, waarbij alle specialismen inzicht hebben in de generieke PROMs-data. De vragenlijstlast voor patiënten is minimaal doordat ze dankzij deze vragenlijststructuur niet voor elk specialisme dat ze bezoeken opnieuw dezelfde vragenlijsten in hoeven te vullen. De zichtbaarheid van gevoelige uitkomsten, zoals die over ervaren stigma of seksualiteit, die alleen in de ziektespecifieke vragenlijst-laag worden uitgevraagd, is beperkt tot het specialisme waaraan de vragenlijst is gekoppeld.
Figuur 1
Erasmus MC-vragenlijststructuur. *Niet-oncologische patiënten. ITQoL Infant and Toddler Quality of Life Questionnaire, PROMIS Patient Reported Outcome Measurement Information System, EORTC-QLQ-C30 CAT European Organisation for Research and Treatment of Cancer Quality of Life Questionnaire Core-30 Computer Adaptive Testing
Een stuurgroep Passende Zorg, met vertegenwoordiging van bestuurders, cliëntenraad en zorgverleners vanuit diverse afdelingen, besluit namens de Raad van Bestuur over alle WGZ-gerelateerde beleidsvraagstukken. Een multidisciplinair WGZ-IT-programmateam, geleid door een programmaleider en bestaande uit WGZ-adviseurs en IT-specialisten met kennis en expertise van het EPD en dashboard-ontwikkeling, geeft uitvoering aan het vastgestelde beleid.
De vragenlijststructuur bestaat uit een generieke en een ziektespecifieke laag, voor zowel kinderen als volwassenen (fig. 1). Alle volwassen patiënten ontvangen twee overkoepelende vragen over kwaliteit van leven en ervaren gezondheid. Daarnaast worden er uitkomsten uitgevraagd die voor diverse patiënten relevant zijn, zoals pijn, angst en fysiek functioneren. Deze worden gemeten met de (inter)nationale EORTC-vragenlijst voor oncologische patiënten en met PROMIS-Short Forms voor patiënten met andere aandoeningen (fig. 1).
De EORTC QLQ-C30 meet de kwaliteit van leven bij patiënten met kanker of die daarvan genezen zijn. De vragenlijst meet onder andere het fysieke en sociale functioneren, en symptomen zoals pijn en misselijkheid. Deze lijst is een gevalideerd meetinstrument en wordt vaak gebruikt voor kwaliteitsregistraties en wetenschappelijk onderzoek [11]. Voor de uitvraag van deze EORTC-lijst wordt gebruikgemaakt van computerized adapted testing (CAT), waarbij het antwoord op voorgaande vragen de vervolgvragen bepaalt. Hierdoor vermindert de vragenlijstlast voor de patiënt en wordt de meetprecisie gegarandeerd.
PROMIS-Short Forms zijn gevalideerde verkorte vragenlijsten die de volgende domeinen betreffen: pijn, vermoeidheid, depressie, angst, slaap(problemen), lichamelijk functioneren en (tevredenheid met) participatie in sociale rollen (28 items) [12]. Ze zijn ontwikkeld en gevalideerd voor zowel individuele als geaggregeerde metingen (zie verderop) en geschikt voor CAT [12]. De generieke vragen kunnen worden aangevuld met ziektespecifieke PROMs die per ziektebeeld verschillen. Alle patiënten worden voorafgaand aan het consult gevraagd wat ze met hun zorgverlener willen bespreken. Het antwoord op deze vraag en de PROMs-uitkomsten kunnen richting geven aan het gesprek.
Het uitsturen van generieke- en ziektespecifieke vragenlijsten en het integreren van de uitkomsten in het EPD loopt volledig geautomatiseerd (zie fig. 2). Vragenlijsten kunnen op verzoek van de zorgverleners voorafgaand aan specifieke consulten of na afloop van specifieke operaties naar de patiënt gestuurd worden. Dit gebeurt maximaal eens per drie maanden, tenzij het essentieel is voor de zorg om vaker PROMs uit te sturen. Patiënten worden een week voorafgaand aan een consult per e‑mail uitgenodigd om de vragenlijst(en) in te vullen via het met DigiD beveiligde patiëntenportaal van het Erasmus MC. Voor meer informatie over het invullen van vragenlijsten worden patiënten in deze e‑mail verwezen naar een animatie en de website van het Erasmus MC. Sinds kort kan een deel van de patiënten ook via de DigiZorg-app PROMs invullen. Deze app geeft patiënten na het invullen van de vragenlijst(en) ook inzicht in de uitkomsten via een patiëntendashboard. Wanneer het thuis niet lukt om vragenlijsten in te vullen, kunnen patiënten zonder afspraak terecht bij het Patiënt Service Centrum in het Erasmus MC voor hulp bij een DigiD-aanvraag of het invullen van vragenlijsten. Zo verhogen we de vragenlijstrespons en wordt de dataverzameling inclusiever.
Figuur 2
Geautomatiseerd logistiek proces uitsturen PROMs. EPD elektronisch patiëntendossier, ICD-10 International Classification of Diseases-10, PROM patient reported outcome measure. *Drie maanden is de standaardfrequentie die tussen het uitsturen van PROMs zit. Uitzonderingen worden gemaakt in afstemming met de zorgverleners
Zorgverleners zien de PROMs realtime terug in het spreekkamerdashboard van het EPD (HiX) en kunnen deze gebruiken ter voorbereiding op het consult (zie fig. 3). De data worden gevisualiseerd in grafieken waarin de scores over de tijd worden weergegeven. De kleuren in de grafiek geven aan of de score onder of boven een vastgestelde norm valt. De PROMs-data vormen, in combinatie met klinische data, de basis voor gezamenlijke besluitvorming over diagnostiek, behandeling en behandeldoelen.
Figuur 3
Spreekkamerdashboard Waardegedreven zorg in HiX – voorbeeld PROMIS
Hoewel de introductie van WGZ in het Erasmus MC in eerste instantie gericht is op het gebruik van PROMs bij de individuele patiënt, zijn er inmiddels zoveel representatieve data verzameld dat er ook inzicht is in uitkomsten op groepsniveau. Door uitkomsten in het zorgproces te plaatsen, kunnen hiaten of verbeteringen in de zorg worden geëvalueerd en opgevolgd. Hierdoor is het mogelijk om zorgprocessen duurzaam te verbeteren. In het ‘populatiedashboard’ worden PROMs, klinische data en de vragenlijstrespons op groepsniveau voor verschillende ziektebeelden gevisualiseerd (zie fig. 4). Dit dashboard wordt de aankomende jaren samen met zorgverleners, kwaliteitsadviseurs en bestuurders doorontwikkeld. Wanneer deze wordt aangevuld met andere kwaliteitsdata, zoals klinische uitkomsten en procesmaten, kan deze zowel door het Erasmus MC als door regionale zorginstellingen gebruikt worden voor samenwerking en zorgverbetering.
Figuur 4
Populatiedashboard waardegedreven zorg in HiX – voorbeeld weergave van geaggregeerde uitkomsten PROMIS-SF
De vragenlijstrespons wordt continu gemonitord door het WGZ-IT-programmateam met realtime datavisualisaties, waarbij gefilterd kan worden op (sub)afdeling, PROM-vragenlijst, leeftijd en geslacht. Ook wordt bijgehouden of zorgverleners het spreekkamerdashboard voorafgaand aan of tijdens het consult daadwerkelijk openen. Tijdens periodieke evaluaties bespreken WGZ-adviseurs deze data met de betrokken zorgverleners, waarna er, indien nodig, samen met de zorgverleners onderzocht wordt hoe de vragenlijstrespons of het gebruik van het spreekkamerdashboard verhoogd kan worden.
Stand van zaken
Bijna de helft van de poliklinieken en meer dan 30% (n = 500) van de 1600 zorgverleners die poliklinische zorg verlenen gebruiken inmiddels PROMs (januari 2026). Hiermee wordt 37% van de patiëntenpopulatie van het Erasmus MC bereikt. Momenteel worden bij 131 verschillende patiëntgroepen maandelijks 7.000 patiënten uitgenodigd om een PROMs-vragenlijst in te vullen. Ongeveer de helft van de patiënten vult deze PROM-vragenlijsten in. ‘Vergeten’ is, naast tijdgebrek en de vragenlijstlast, een veelvoorkomende reden waarom de PROMs niet ingevuld worden [13]. Een eerste analyse wijst uit dat leeftijd en geslacht geen voorspellende factoren lijken te zijn voor het niet invullen van de vragenlijst(en) [13]. Wel zet het bespreken van de PROMs in de spreekkamer de patiënt aan om vragenlijsten opnieuw in te vullen [14].
Sinds 1 augustus 2020 hebben patiënten ruim 300.000 PROMs ingevuld. Door de eenvoudige opschaalbaarheid zijn er tot nu toe meer dan 300 PROMs geïntegreerd in het EPD. Op enkele poliklinieken worden, met het oog op passende zorg, naast PROMs via het EPD ook sociale anamnese- en screeningslijsten uitgevraagd. Ook wordt via het EPD bij 85% van de klinische afdelingen voorafgaand aan een opname digitaal een intakelijst afgenomen, met onder andere vragen over ziektegeschiedenis, leefstijl en intoxicaties.
Toegevoegde waarde
Patiënt
Om de implementatie van PROMs te monitoren wordt jaarlijks een evaluatievragenlijst uitgezet onder patiënten die PROMs invullen. Hiermee worden onder andere de aanbiedingsprocedure van PROMs geëvalueerd en de toegevoegde waarde van de PROMs in kaart gebracht. Van de 13.695 patiënten die de evaluatievragenlijst hebben ingevuld (januari 2026), geeft 74,2% aan dat het invullen van PROMs voorafgaand aan het consult helpt bij de voorbereiding van het consult (n = 10.135) [13]. Van de 4.212 patiënten die aangeven dat de resultaten tijdens het consult besproken zijn, geeft 80% aan dat dit de kwaliteit van het gesprek verbetert (n = 3.303) [13]. Uit een ander onderzoek onder patiënten met hoofd-halskanker bleek dat PROMs de communicatie met de arts verbeteren én de efficiëntie van het consult vergroten [15].
Zorgverlener
Uit interviews met zorgverleners in het kader van een interne communicatiecampagne over WGZ in het Erasmus MC (n = 8) komt naar voren dat zorgverleners vinden dat PROMs hen een completer inzicht geven in het functioneren van de patiënt (citaat 1) [16]. PROMs genereren niet alleen aandacht voor de ziekte zelf, maar ook voor de impact van de ziekte op de patiënt, die anders wellicht over het hoofd zou zijn gezien (citaat 2). Tijdens het consult kan de zorgverlener direct focussen op aandachtspunten die uit de vragenlijsten naar voren komen, wat tijdwinst oplevert. Zo wordt per consult een tijdwinst van een kwartier geboekt wanneer de patiënt de verpleegkundige anamnese voor de opname digitaal invult [17]. Het routinematig afnemen van PROMs geeft inzicht in het beloop van de gezondheid of het functioneren van patiënten op individueel niveau en in vergelijking met andere patiënten (citaat 3) [16].
Citaat 1: ‘Het geeft een meer holistisch beeld van de patiënt. Het gaat niet alleen om zaken als bloedingen, medicatie en behandelplannen, maar ook over het sociaal en psychisch welbevinden van de patiënt. Het geeft een completer plaatje’ (verpleegkundige hematologie)
Citaat 2: ‘Zonder de vragenlijsten had ik dergelijke “vage” klachten niet of minder snel opgemerkt of had ik het nog even afgewacht’ (internist – klinisch immunoloog)
Citaat 3: ‘In de loop van de tijd krijg je met de verschillende meetmomenten een afspiegeling van hoe de kwaliteit van leven verbetert of juist verslechtert’ (oncologisch en gastro-intestinaal chirurg)
Organisatie van zorg
Een van de poliklinieken waar WGZ sinds enkele jaren succesvol is geïmplementeerd en waarbij de implementatie heeft geleid tot een verbetering van de kwaliteit van zorg, is de polikliniek Infectieziekten hiv [18]. Hiv-patiënten ontvangen vragenlijsten over psychosociale aspecten zoals stigmatisering en seksualiteit. Dit zijn soms lastige onderwerpen. Doordat de patiënten de vragen thuis kunnen invullen versterkt dat een gevoel van anonimiteit, wat het invullen van moeilijke vragen makkelijker maakt. Onderzoek onder hiv-patiënten laat zien dat ze bereid zijn om PROMs in te vullen, zeker wanneer dit de zorgverlener aanvullende informatie verschaft [19].
Tegelijk met de introductie van PROMs is het zorgpad aangepast. De patiënt bezoekt de polikliniek jaarlijks, het tweede consult vindt op afstand via (beeld)bellen plaats. Bij het jaarlijkse consult bespreekt de verpleegkundige eerst de PROMs over het psychosociale domein met de patiënt, waarna het medische domein aan de orde komt. Er is daardoor aandacht voor zowel het psychosociaal als het medisch vlak, en er wordt besproken wat echt relevant is, terwijl het consult niet uitloopt.
Zoals dit voorbeeld laat zien, kunnen PROMs zorgen voor arbeidsbesparing. Bij een deel van de poliklinieken worden PROMs nu ook gebruikt als triage-instrument, om bijvoorbeeld te triëren naar een consult in het ziekenhuis of telefonisch, of om te triëren naar een consult bij de verpleegkundige of de arts.
Uitdagingen implementatie WGZ
De ervaringen met de implementatie van WGZ in het Erasmus MC zijn positief. PROMs-gebruik resulteert in een aantoonbare toename in de kwaliteit van het consult voor de individuele patiënt. Het blijft lastig om de toegevoegde waarde van WGZ wetenschappelijk aan te tonen, omdat daarvoor langetermijnuitkomsten en zicht op verplaatsing van zorg nodig zijn. Daarnaast hebben implementatiestrategieën en -factoren een grote invloed op het daadwerkelijke effect. De uitdaging bestaat eruit dat WGZ vraagt om gedragsverandering en daarmee een cultuuromslag. De patiënt wordt betrokken bij het eigen zorgproces en zorgprofessionals moeten anders gaan denken én handelen. Het betreft een complex verandertraject en dit vergt tijd en inspanning. Het welslagen van de implementatie is daarnaast niet alleen afhankelijk van de bereidwilligheid van de patiënten en individuele zorgverleners, maar ook van bijvoorbeeld de cultuur binnen een behandelteam, de Raad van Bestuur, doordat deze WGZ dient uit te dragen, en regionale en landelijke trends, beleid en samenwerking.
Op individueel niveau is er verbeterpotentieel in het terugkoppelen van PROMs in de spreekkamer om bijvoorbeeld samen te beslissen [14, 20]. Sommige zorgverleners ervaren een gebrek aan kennis van en ervaring met PROMs-gebruik of een gebrek aan tijd om PROMs te bespreken tijdens het consult, of geven aan dat PROMs-gebruik niet in de dagelijkse routine zit [20]. Interventies die we vanuit het programma met het oog hierop aanbieden, zijn coaching on the job, een online trainingsmodule waardegedreven zorg, een training in het bespreken van PROMs aan de hand van een dashboard in de spreekkamer en communicatiecampagnes. In deze communicatiecampagnes staat peer-to-peer-communicatie centraal, met als doel het vergroten van de intrinsieke motivatie van zorgverleners om PROMs in het consult te integreren.
Op organisatieniveau is het creëren van extrinsieke motivatie belangrijk. Mede hierom is WGZ opgenomen in de verantwoordingscyclus van het Erasmus MC. Afdelingen dienen in verantwoordingsrapportages aan de Raad van Bestuur op basis van meetbare indicatoren aan te geven in hoeverre PROMS worden ingezet en gebruikt. Een organisatorische uitdaging is dat in het Erasmus MC veel heterogene ziektebeelden met kleine patiëntaantallen worden behandeld, waardoor zorgverbetering op basis van geaggregeerde data uitdagender is dan bij homogene grotere patiëntgroepen. Daarom is het belangrijk om hierin samen te werken met andere zorginstellingen.
Daar waar de integratie van PROMs in het EPD de drijvende kracht achter de implementatie van WGZ in het Erasmus MC is, is onze afhankelijkheid van de EPD-leveranciers tegelijkertijd een kwetsbaarheid. Zo is het in het EPD niet mogelijk om de aanbiedingsprocedure via het EPD en de PROMs in verschillende talen aan te bieden. Ook worden patiënten die visueel en/of manueel beperkt zijn nog niet gefaciliteerd. Als tussenoplossing kunnen patiënten voor hulp terecht bij het Patiënten Service Center en zijn we voortdurend in gesprek met de EPD-leverancier om het belang van inclusieve dataverzameling te onderstrepen.
Toekomst
Het gebruik van PROMs in de zorgpraktijk is in het Erasmus MC dé pijler van de transitie naar passende zorg [4]. Om PROMs ook regionaal en (inter)nationaal te kunnen uitwisselen, is het van belang dat er afspraken worden gemaakt over de te gebruiken PROMs, waarvoor binnen het landelijke programma Uitkomstgerichte Zorg een goede basis is gelegd [21]. Nationale PROMs-databanken en een vereenvoudigde en gestandaardiseerde IT- en data-infrastructuur zijn daarin ondersteunend. Er ontstaan dan mogelijkheden om gegevens met de patiënt en tussen zorginstellingen te delen, binnen de zorgketen samen te werken en om te triëren naar de juiste zorg.
Om op basis van patiëntuitkomsten de kwaliteit van zorg voor iedere patiënt te kunnen verbeteren, is een zo compleet mogelijke dataverzameling nodig. Daarom wordt de dataverzameling continu gemonitord met behulp van evaluatievragenlijsten voor patiënten, datavisualisaties van ingevulde en bekeken vragenlijsten en populatiedashboards. Waar nodig worden de processen in afstemming met zorgverleners en patiënten bijgestuurd. Om tot een hogere en representatieve respons te komen, zijn begrijpelijkheid en invulgemak van PROMs een voorwaarde. De komende jaren willen we toewerken naar begrijpelijke PROMs die zijn gevalideerd bij patiëntengroepen waarin een diverse populatie vertegenwoordigd is, bijvoorbeeld mensen die laaggeletterd zijn of een niet-Nederlandse achtergrond hebben, en naar PROMs in meerdere talen. Ons eerste doel was het implementeren van PROMs in de spreekkamer. Een volgende ambitie is om de zorgkosten op aandoeningsniveau aan uitkomsten te verbinden.
Conclusie
Het Erasmus MC heeft als academisch ziekenhuis de afgelopen jaren kennis en expertise ontwikkeld op het gebied van het implementeren van WGZ. PROMs worden in het kader hiervan sinds 2020 organisatiebreed en stapsgewijs geïmplementeerd met een uniforme vragenlijststructuur die volledig is geautomatiseerd binnen het EPD. Met PROMs als basis geeft het Erasmus MC passende zorg vorm binnen de organisatie.
Financiering
Het Waardegedreven zorg-programma van het Erasmus MC wordt structureel gefinancierd vanuit de begroting van de directie Kwaliteit en Patiëntenzorg.
Open Access This article is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License, which permits any non-commercial use, sharing, distribution and reproduction in any medium or format, as long as you give appropriate credit to the original author(s) and the source, provide a link to the Creative Commons licence, and indicate if you modified the licensed material. You do not have permission under this licence to share adapted material derived from this article or parts of it. The images or other third party material in this article are included in the article’s Creative Commons licence, unless indicated otherwise in a credit line to the material. If material is not included in the article’s Creative Commons licence and your intended use is not permitted by statutory regulation or exceeds the permitted use, you will need to obtain permission directly from the copyright holder. To view a copy of this licence, visit http://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/.
Porter ME, Teisberg EO. Redefining healthcare: creating value-based competition on results. Boston: Harvard Bussiness School Press; 2006.
4.
van Engen V, Buljac-Samardzic M, Baatenburg-de Jong R, et al. A decade of change towards Value-Based Health Care at a Dutch university hospital: a complexity-informed process study. Health Res Policy Syst. 2024;22:94.CrossRefPubMedPubMedCentral
Bele S, Chugh A, Mohamed B, et al. Patient-reported outcome measures in routine pediatric clinical care: a systematic review. Front Pediatr. 2020;8:364.CrossRefPubMedPubMedCentral
7.
Lugtenberg RT, Fischer MJ, de Jongh F, et al. Using a quality of life (QoL)-monitor: preliminary results of a randomized trial in Dutch patients with early breast cancer. Qual Life Res. 2020;29:2961–75.CrossRefPubMedPubMedCentral
8.
Greenhalgh J, Gooding K, Gibbons E, et al. How do patient reported outcome measures (PROMs) support clinician-patient communication and patient care? A realist synthesis. J Patient Rep Outcomes. 2018;2:42.CrossRefPubMedPubMedCentral
9.
Gibbons C, Porter I, Gonçalves-Bradley DC, et al. Routine provision of feedback from patient-reported outcome measurements to healthcare providers and patients in clinical practice. Cochrane Database Syst Rev. 2021;10(10)CD011589.PubMedPubMedCentral
10.
García A, Serra T, Sobral MA, et al. Improving the understanding and managing of the quality of life of patients with lung cancer with electronic patient-reported outcome measures: scoping review. J Med Internet Res. 2023;25:e46259.CrossRef
11.
Petersen MA, Aaronson NK, Arraras JI, et al. The EORTC CAT Core – The computer adaptive version of the EORTC QLQ-C30 questionnaire. Eur J Cancer. 2018;100:8–16.CrossRefPubMed
12.
Terwee CB, Roorda LD, de Vet HCW, et al. Dutch-Flemish translation of 17 item banks from the Patient-Reported Outcomes Measurement Information System (PROMIS). Qual Life Res. 2014;23:1733–41.PubMed
Pasma A, van Lint C, Hollander MAD, et al. Healthcare providers’ use of dashboards with patient reported outcomes reinforces patients to fill out patient reported outcome measures. Digit Health. 2024;10:20552076241293975.CrossRefPubMedPubMedCentral
15.
Dronkers EAC, Baatenburg-de Jong RJ, van der Poel EF, et al. Keys to successful implementation of routine symptom monitoring in head and neck oncology with ‘Healthcare Monitor’ and patients’ perspectives of quality of care. Head Neck. 2020;42:3590–600.CrossRefPubMedPubMedCentral
16.
Waardegedreven Zorgteam, Kwaliteit en Patiëntenzorg, Erasmus MC. Waardegedreven Zorg in het Erasmus MC: interviews in het kader van ‘Dokters inspireren dokters’. Interne communicatiecampagne. Rotterdam: Agora Erasmus MC Intranet. 2021.
17.
Favejee M, Heijden D van der, Jansen S, et al. Self-administered Digital Nursing Anamnesis (DNA) for elective procedures; the nursing perspective. International Consortium for Health Outcome Measurements (ICHOM) Annual Meeting; October 21, 22; Amsterdam 2024.
van Hoorn ES, Bassant NY, Lingsma HF, et al. Patient experiences with value-based healthcare interventions at the HIV outpatient clinic of the Erasmus Medical Centre. PLoS One. 2024;19:e0304859.CrossRefPubMedPubMedCentral
20.
Huberts AS, Koppert LB, Benschop JAM, et al. Facilitators and barriers in the implementation and adoption of patient-reported outcomes measurements in daily practice. Value Health. 2024;27:1235–42.CrossRefPubMed