Het gedachtegoed van de segmentale relaties kan op drie manieren worden toegepast:
Pathofysiologisch: er is een orgaanaandoening. Welke segmentale verschijnselen kunnen hierbij bestaan?
Diagnostisch: er zijn verschijnselen, bijv. pijn en hypertonie. Deze kan men opvatten als segmentale verschijnselen. Hoe kan dit bijdragen aan het diagnostische proces?
Therapeutisch: er zijn klachten, al of niet veroorzaakt door een orgaanfunctiestoornis. Hoe kan men segmentale wegen gebruiken om deze klachten of orgaanfuncties te beïnvloeden?