Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Beoordelen van een CT-scan is een vaardigheid die iedere arts in een ziekenhuis moet beheersen. In dit boek staat het stapsgewijs beoordelen van de CT-scan centraal. Er wordt een vaste systematiek gebruikt voor beoordelen van scans, zodat voorkomen wordt dat zaken worden overgeslagen of relevante pathologie wordt gemist.

Doelgroep: alle artsen (in opleiding) die in aanraking komen met CT-scans. Coassistenten, arts-assistenten en artsen werkzaam in ziekenhuizen. 

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Techniek, indicaties en (relatieve) contra-indicaties van de CT-thorax

Het CT-onderzoek is een manier om beelden te vervaardigen met behulp van röntgenstraling. Er kunnen in vele richtingen reconstructies van het menselijk lichaam gemaakt worden. Het is een frequent gebruikte beeldvormende methode die in de loop der jaren tal van ontwikkelingen heeft doorgemaakt, waardoor er steeds sneller en met een lagere stralingsdosis gescand kan worden. Het aantal CT-onderzoeken is de laatste decennia sterk toegenomen. Röntgenstraling is potentieel schadelijk. Vanwege de stralingsbelasting moet bij elk CT-onderzoek goed overwogen worden of er een alternatieve beeldvormende modaliteit gebruikt kan worden zonder stralingsbelasting, en of de indicatie het gebruik van röntgenstralen rechtvaardigt. Voor een aantal patiënten bestaat er een contra-indicatie voor CT-onderzoek met gebruik van jodiumhoudend contrastmiddel, met name patiënten met een contrastallergie of een slechte nierfunctie.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

2 De normale CT-thorax

Om geen afwijkingen over het hoofd te zien is het van belang om een CT-thorax systematisch te beoordelen. Naast enkele algemene punten (juiste patiënt en datum, vorig onderzoek ter vergelijk, type en kwaliteit van het onderzoek) worden in willekeurige volgorde mediastinum, hart, longen, pleura, bovenbuik, skelet en weke delen beoordeeld.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

3 Het mediastinum

Het mediastinum is een belangrijk compartiment dat gelegen is tussen longen. Het bevat structuren als het hart, de trachea, bloed- en lymfevaten en lymfeklieren. De CT-thorax is veel geschikter dan de thoraxfoto om mediastinale afwijkingen in beeld te brengen. Met behulp van intraveneus contrastmiddel kan een goed onderscheid gemaakt worden tussen afwijkende bevindingen en normale (vasculaire) structuren. Belangrijke goed beoordeelbare afwijkingen zijn, naast lymfadenopathie, mediastinale massa’s die zowel benigne als maligne van origine kunnen zijn. De differentiaaldiagnose van deze afwijkingen hangt af van de lokalisatie en bepaalde karakteristieken, zoals vorm, afgrenzing en attenuatie. Naast massa’s kunnen in het mediastinum lucht (pneumomediastinum) of een infectie (mediastinitis) voorkomen.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

4 Hilaire pathologie

De hili zijn een belangrijke verbinding tussen de long en het mediastinum en bestaan uit bloedvaten, bronchiën en lymfeklieren. Afwijkingen in dit gebied worden meestal veroorzaakt door lymfeklierpathologie. Een belangrijk eerste onderscheid bij dergelijke pathologie is of er sprake is van unilaterale of bilaterale pathologie. Bij unilaterale lymfekliervergroting is er meestal sprake van een maligniteit, terwijl bilaterale lymfadenopathie vooral gezien wordt bij sarcoïdose.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

5 Cardiovasculaire pathologie

De verdenking op een longembolie is een van de meest voorkomende indicaties voor het maken van een CT-thorax. Een longembolie is zichtbaar als een contrastuitsparing in een arteria pulmonalis. Bij verdenking op een anatomische of functionele cardiale afwijking wordt meestal een echo, MRI of ECG getriggerde CT van het hart verricht. Sommige afwijkingen aan het hart kunnen echter wel beoordeeld worden op een standaard CT-thorax, bijvoorbeeld pericardvocht, pericardverdikking of cardiale tumoren. Ook kan de globale anatomie van het hart in kaart worden gebracht. Op een CT-thorax met contrastvloeistof kunnen vasculaire afwijkingen ook goed beoordeeld worden.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

6 Het diafragma

Het diafragma is de belangrijkste ademhalingsspier. De meeste afwijkingen aan het diafragma zijn congenitaal van aard (hernia van Bochdalek, hernia van Morgagni). Meestal zijn deze afwijkingen asymptomatisch. Hoogstand van het diafragma kan ook verworven zijn, bijvoorbeeld ten gevolge van infecties, na operaties of na een trauma. Deze afwijkingen geven vaak functionele bezwaren
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

7 Pleurale afwijkingen en pleuravocht

Afwijkingen van de pleurae kunnen benigne of maligne van aard zijn. De meest voorkomende benigne aandoeningen zijn pleurale plaques of pleuraverbreding na een thoraxtrauma of een operatieve ingreep. Maligne aandoeningen bestaan met name uit het mesothelioom of zijn het gevolg van pleuritis carcinomatosa. Pneumothorax is een specifieke pleurale aandoening waarbij ofwel idiopathisch ofwel traumatisch een laesie ontstaat van de viscerale pleura.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

8 Focale longafwijking

Focale afwijkingen in het longparenchym komen zeer vaak voor. Er bestaat dan ook een uitgebreide differentiaaldiagnose, waarbij de radiologische bevindingen gecombineerd moeten worden met anamnese, lichamelijk onderzoek en eventueel biochemische bevindingen. Op die manier komt men tot een waarschijnlijkheidsdiagnose om vervolgens een behandeling te kunnen starten of te besluiten tot verder aanvullend onderzoek. Focale longafwijkingen kunnen veroorzaakt worden door maligne, infectieuze, inflammatoire of benigne aandoeningen. Om tot een definitieve diagnose te komen is vaak aanvullend pathologisch onderzoek of follow-up van de longafwijkingen na behandeling noodzakelijk.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

9 Atelectase

Een atelectase is het samenvallen van longweefsel doordat er geen vrije luchtverplaatsing meer mogelijk is. Dit is per definitie pathologisch. De twee meest voorkomende vormen van atelectase zijn allereerst obstructieve atelectase, waarbij er zich proximaal in de luchtwegen een obstructie bevindt, zoals een tumor, mucusimpactie of een corpus alienum. De andere vorm betreft compressieatelectase door druk van buitenaf, zoals voorkomt bij pleuravocht. Minder vaak voorkomende vormen van atelectase zijn een ronde atelectase, een adhesieve atelectase (bij prematuren met surfactantdeficiëntie) of een cicatriciële atelectase bij longfibrose.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

10 Longkanker

Bij de diagnostiek van longkanker speelt de CT-thorax een cruciale rol om de karakteristieken van de tumor, zoals lokale uitbreiding en de daarmee samenhangende operabiliteit vast te stellen. Op een CT kunnen ook eventuele metastasen, zoals in de bijnieren, de lever of de botten, worden aangetroffen.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

11 Longparenchymafwijkingen: afgenomen attenuatie

Bij longaandoeningen met een afgenomen attenuatie heeft het longweefsel een hogere lucentie ofwel een lagere densiteit dan normaal longweefsel. Hiervan is sprake bij emfyseem, airtrapping, longcysten en pathologie met een verminderde doorbloeding van de longen. Een afname in doorbloeding kan zowel door ziekten van de luchtwegen als van de bloedvaten worden veroorzaakt. Om onderscheid te kunnen maken is het belangrijk zowel de inspiratie- als expiratiescan, de karakteristieken van de luchtwegen en het kaliber van de bloedvaten richting longdelen met een afname in attenuatie te beoordelen.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

12 Longparenchymafwijkingen: toegenomen attenuatie

Longaandoeningen met een toegenomen attenuatie hebben een hogere densiteit dan normaal longweefsel. Deze afwijkingen worden onderverdeeld in matglasafwijkingen en consolidaties, waarbij tumoren in dit hoofdstuk buiten beschouwing blijven. Over het algemeen zijn dit atypische radiologische bevindingen met een brede differentiaaldiagnose. Om deze afwijkingen goed te kunnen interpreteren is het belangrijk geïnformeerd te zijn over het klachtenpatroon van de patiënt en het tijdsbeloop van deze klachten (acuut, subacuut of chronisch).
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

13 Longparenchymafwijkingen: reticulaire beelden

Reticulaire beelden worden veroorzaakt door lijnvormige verdichtingen in het longparenchym. Deze verdichtingen kunnen uitgaan van het interstitium, de lymfebanen, de perifere luchtwegen en/of de bloedvaten. Om te beoordelen van welke structuur de verdichtingen uitgaan is kennis van de anatomie van de secundaire pulmonale lobulus belangrijk. Om tot een waarschijnlijkheidsdiagnose te komen zijn daarnaast de klachten van patiënt en relevante bijkomende bevindingen zichtbaar op de (HR)CT-thorax van essentieel belang.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

14 Longparenchymafwijkingen: nodulaire beelden

Nodulaire beelden worden veroorzaakt door kleine ronde afwijkingen in het longparenchym met een maximale diameter van 3 centimeter. Deze noduli kunnen perilymfatisch, centrilobulair of willekeurig verspreid voorkomen.
Voor het beoordelen van het verspreidingspatroon is kennis van de anatomie van de secundaire pulmonale lobulus belangrijk. Om tot een waarschijnlijkheids-diagnose te komen zijn daarnaast de klachten van de patiënt en relevante bijkomende bevindingen op de (HR)CT-thorax van essentieel belang.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

15 Casuïstiek

In dit hoofdstuk kunt u oefenen met de leerstof die in dit boek aan de orde geweest is. Beoordeel de thoraxfoto stapsgewijs, zodat u geen afwijkingen mist.
S.M. de Hosson, Y.P. de Jong, G.J. de Jonge, M.J. Visser

Nawerk

Meer informatie