Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2017 | OriginalPaper | Hoofdstuk

22. De afdeling Spoedeisende Hulp tijdens rampen

Auteurs : Drs. M. Bemelman, Drs. P. J. A. Dirven

Gepubliceerd in: Leerboek spoedeisende-hulp-verpleegkunde

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Bij de SEH-triage bij rampen (door de meest ervaren arts of verpleegkundige) wordt de voorafgaande triage-sort-informatie (met inherente over- en ondertriage) gebruikt voor het bepalen van de triageclassificatie. Bij categorie T1–T3 verwacht men dat behandeling (nog) nodig/zinvol is. Het continu toepassen van hertriage in de zorgketen is essentieel. De Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) is ontwikkeld om de samenwerking en coördinatie tussen de hulpverleningsdiensten te structureren. De GHOR-leidinggevende (GHOR = Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) moet vooral de samenwerking goed laten verlopen. Het ZiROP (Ziekenhuis Rampenopvangplan) beschrijft: uitbreiden van de surge capacity, regelen van patiëntenstromen, verkrijgen van extra personeel, materiaal en oefeningen. Onder het UMC Utrecht bevindt zich het Calamiteitenhospitaal (8,000 m2), dat binnen dertig minuten operationeel is. Toegelicht worden mogelijke specifieke letsels bij een ramp: blast-letsels en chemische, biologische en radionucleaire letsels (B-CBRN). Bij CBRN-slachtoffers moet de gevaarlijke stof snel geïdentificeerd worden (toxidromen en NVIC). SEH-verpleegkundigen moeten zich ervan bewust zijn dat ze voorbereid moeten zijn op een ramp; ze moeten kennis hebben van het ZiROP en gericht opgeleid zijn (oefeningen/trainingen).
Metagegevens
Titel
De afdeling Spoedeisende Hulp tijdens rampen
Auteurs
Drs. M. Bemelman
Drs. P. J. A. Dirven
Copyright
2017
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1813-1_22