Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Tal van psychodiagnostische instrumenten zijn niet gevalideerd voor etnisch-culturele minderheidsgroepen in Nederland. In dit boek, bedoeld voor de interculturele hulpverleningspraktijk van de GGZ, worden de problemen in de interculturele psychodiagnostiek geschetst. Er worden methoden aangereikt hoe op een professionele manier deze problemen het hoofd te bieden. Aan de hand van casuïstiek geven ervaren interculturele hulpverleners inzicht in hoe psychologische instrumenten kunnen worden toegepast op een cultuur sensitieve manier. De regulatieve cyclus wordt gebruikt als een methodisch handvat voor een zorgvuldig, systematisch en reflexief handelen in dit psychodiagnostische proces.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Uitgangspunten voor interculturele psychodiagnostiek

Voorwerk

1. Interculturele psychodiagnostiek: zes vuistregels

Dit hoofdstuk gaat in op het gebruik van tests in groepen met personen van uiteenlopende culturele achtergrond en bespreekt zowel problemen die kunnen rijzen als oplossingen die gebruikt kunnen worden. Eerst wordt een overzicht gegeven van problemen die zich kunnen voordoen, zoals instructies of specifieke items die niet bruikbaar zijn. Omdat de culturele achtergrond en taalkennis van cliënten zo divers kunnen zijn, zijn er eigenlijk nauwelijks standaardoplossingen voorhanden. In het hoofdstuk worden daarom vuistregels gegeven voor verantwoord gebruik van tests in multiculturele groepen. Interculturele diagnostiek beweegt zich vaak tussen twee uitersten: het gaat om het vinden van een professionele combinatie van wat nog zinvol is om met bestaande tests te werken en waar het nodig is om op creatieve wijze aanvullende informatie te vinden (zoals uitgebreide anamnese of afname van tests op een andere dan de standaardwijze).
Fons J. R. van de Vijver

2. Cultuurbewust hulpverlenen: kennis, houding en vaardigheden combineren

De culturele diversiteit in de Nederlandse samenleving is een gegeven. Het geheel aan culturele, etnische, taal-, sociaal-economische en andere verschillen heeft invloed op de toegankelijkheid, de inrichting en het gebruik van de geestelijke gezondheidszorg. De hulpverlening, de opleidingen en ook de individuele hulpverleners worden voor interessante thema’s geplaatst. Cultuurbewust hulpverlenen door een adequate inzet van kennis, houding en vaardigheden biedt dan een uitweg. Zeker als er sprake is van stereotyperingen, misinterpretaties, verkeerde aannames of andere valkuilen die zich kunnen aandienen in relatie tot cliënten met een andere culturele achtergrond.
Indra Boedjarath

3. Cultuurbewuste psychodiagnostiek: de regulatieve cyclus

Cultuurbewuste psychodiagnostiek heeft overeenkomsten met kwalitatief wetenschappelijk onderzoek in de vorm van een N = 1 studie. Ze moet voldoen aan dezelfde eisen: controleerbaar, betrouwbaar en valide. Dit hoofdstuk beschrijft de regulatieve cyclus en een aantal kwalitatieve onderzoekstechnieken die behulpzaam kunnen zijn om te komen tot betrouwbare psychodiagnostiek.
Ria Borra

4. Tests en testgebruik in een interculturele context: een verkennend overzicht

Psychodiagnostische tests worden in Nederland en Vlaanderen toegepast in de geestelijke gezondheidszorg voor migranten, ook al zijn ze vaak niet voor deze bevolkingsgroepen ontwikkeld of gevalideerd. In deze eeuw zijn handreikingen voor fair testgebruik beschikbaar gekomen en enkele cultuursensitieve tests ontwikkeld. Met de introductie van de fairness matrijs in 2015 is een instrument beschikbaar gekomen om de bruikbaarheid van tests in een interculturele context te verkennen. Systematisch onderzoek naar testgebruik en de resultaten ervan bij migranten ontbreekt echter nog. In een schematisch overzicht zijn de kenmerken en de interculturele bruikbaarheid van de belangrijkste psychodiagnostische tests in kaart gebracht.
Mariëtte Hoogsteder, Ethel Borges Dias

5. Cross-Culturele Dementiescreening: ontwikkeling, resultaat, geleerde lessen en adviezen voor de praktijk

In de komende jaren zal het aantal niet-westerse, oudere migranten met dementie stijgen. In de diagnostiek van dementie bij deze groep stuiten we op een aantal obstakels, die te maken hebben met de taalbarrière, culturele verschillen, het vaak lage opleidingsniveau en analfabetisme. In de afgelopen tien jaar ontwikkelden wij de Cross-Culturele Dementiescreening, een neuropsychologische cognitieve screeningstest, geschikt voor deze groep. In het hoofdstuk beschrijven we achtereenvolgens de relevante achtergronden, de aanleiding en opzet van het wetenschappelijke onderzoek, de ontwikkeling van het instrument en de eindresultaten. We gaan in op de toepassing van de Cross-Culturele Dementiescreening aan de hand van een casus waarin de interpretatie aan bod komt. We sluiten het hoofdstuk af met geleerde lessen en adviezen voor de praktijk.
Miriam Goudsmit, Jos van Campen, Özgül Uysal-Bozkir

6. Werk in uitvoering: de non-verbale DECOMET

Een terugkerende vraag is of en in hoeverre de instrumenten voor de meting van cognitieve vaardigheden die in Nederland en Vlaanderen beschikbaar zijn, toe te passen zijn bij culturele of etnische minderheden. Verreweg de meeste tests veronderstellen een Nederlandstalige cultuur en voldoende kennis van het Nederlands. Het leek daarom aangewezen na te gaan of een nieuwe en actuele, geheel non-verbale test zou kunnen worden ontwikkeld, die snel een eerste, maar voldoende “breed” beeld zou geven van cognitieve vaardigheden. Momenteel is de eerste versie van de DECOMET (Delft Cognitive and Memory Test) ontwikkeld, met acht subtests, waarin tegemoet is gekomen aan de bovengenoemde specificaties. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de theoretische basis, de testopzet, de eerste resultaten en de verdere ontwikkeling van deze test.
Willem Kort, Mark Schittekatte

7. Ik en de ander. Van testen naar problemen oplossen

In dit hoofdstuk kijken wij van wat grotere afstand kritisch naar de psychodiagnostiek, waarvan de inzet van psychologische tests, het thema van dit boek, een onderdeel is. We schetsen daarbij de ontwikkelingen in de psychodiagnostiek in het licht van de ontwikkelingen in de gezondheidszorg als geheel en plaatsen die tegenover de opdracht waar de sector voor staat. Die opdracht heeft in onze optiek veel gelijkenis met de Deltawerken: ingrijpende, veelomvattende werkzaamheden die in heel Nederland repercussies hebben gehad, maar die ook beogen duurzame oplossingen te bieden voor een acuut probleem. De wapenspreuk van de provincie Zeeland is hier toepasselijk: luctor et emergo (Ik worstel en kom boven).
Ine Vink, Rob van Dijk

Casuïstiek

Voorwerk

8. Degene die geduld heeft, krijgt zijn beloning. Procesdiagnostiek bij een vijfjarige Somalische kleuter

Hibo, een meisje van vijf jaar oud, wordt door de huisarts op verwijzing van de leerkracht aangemeld voor onderzoek. De aanmeldklachten zijn: agressieve gedragsproblemen, niet luisteren en eigenzinnig zelfbepalend gedrag. De leerkracht vermoedt een cognitieve beperking en een spraak-/taalstoornis. Hibo is in Somalië geboren na zeven maanden zwangerschap. Hibo’s moeder is niet gemotiveerd voor hulpverlening, ze heeft geen hulpvraag. Het gezin bestaat uit moeder, Hibo en haar broertje en doorloopt een asielprocedure. Het leven in het asielzoekerscentrum is voor hen beter dan de situatie waaruit ze zijn gevlucht: het is er veilig, ze hebben een dak boven hun hoofd, eten en een warm bed. Deze casusbeschrijving maakt duidelijk dat zorgvragen betreffende kinderen beginnen vanuit het perspectief van de ouderbegeleidende positie. Deze bepaalt de ingang voor en het tempo van een werkrelatie met als doel Hibo’s minimale capaciteiten te onderzoeken tegen de achtergrond van een ontbrekend toekomstperspectief vanwege de lopende asielprocedure.
Yvonne Montfoort

9. “Koerden bestaan niet.” Een negenjarig Irakees-Koerdisch meisje met vermoeden van ADHD

Uit schoolonderzoek komt de vraag naar voren of bij een negenjarig Irakees-Koerdisch meisje mogelijk sprake is van ADHD en/of een pervasieve ontwikkelingsstoornis. Met behulp van een brede aanpak wordt haar functioneren in kaart gebracht. Daarbij is gebruikgemaakt van een interview om zicht te krijgen op haar culturele achtergrond en migratiegeschiedenis, van een gezinsgesprek, een genogram, een analyse van de resultaten van het schoolonderzoek, observatie tijdens spel en aanvullend psychodiagnostisch onderzoek. Hoewel de klachten op gedragsniveau te duiden zijn als ADHD, doet deze diagnose onvoldoende recht aan het gehele beeld. Eerder is er sprake van transgenerationele stress en overdracht (gevolgen van migratie van ouders, taal- en acculturatieproblemen en de doorwerking hiervan op ouderschap en opvoedingsmogelijkheden).
Nina Kamar

10. “Ze haten me omdat ik te mooi ben.” Een zeventienjarige Marokkaanse jongen met autistiforme trekken en agressieve uitbarstingen

Het diagnostische proces in de casus van Redouan is een voorbeeld van handelingsgerichte interculturele diagnostiek, gebaseerd op de conceptualisatie van inwikkeling als (culturele) buffer tegen stress. De focus ligt hierbij primair op het inspelen op aanwezige onhanteerbare situaties en stressbronnen. Door in gesprek te gaan met de direct betrokkenen aan de hand van zes basisvragen (wie, wat, wanneer, waar, waarom en wat moet er gebeuren?) wordt een gedetailleerde analyse van de aangemelde problematiek mogelijk. De analyse ontstaat in samenspraak en de direct betrokkenen denken actief mee om tot gewenste verandering te komen. Wanneer in dit proces vragen onvoldoende kunnen worden beantwoord en suggesties onvoldoende opleveren, is er vervolgens een kritisch maar ook dankbaar, gebruik aangewezen van psychodiagnostische instrumenten (zoals tekeningen en intelligentietest). Het uiteindelijke resultaat leidt tot een gedeelde culturele formulering van de diagnose en een gezamenlijke aanpak.
Victor Kouratovsky

11. Thuis zijn er nooit problemen. Psychologisch onderzoek naar de persoonlijkheid van de verdachte op verzoek van de rechter commissaris

Ronaldo wordt verdacht van mishandelingen en vernielingen. Dit psychologische onderzoek van Ronaldo vindt plaats binnen een justitieel kader. In het onderzoek wordt aangenomen dat er sprake is van een gemiddeld intellectueel functioneren en een scheefgroei van de persoonlijkheidsontwikkeling. Ronaldo heeft weinig controle over zijn handelen en een slechte stresstolerantie, wat in combinatie met zijn slechte impulscontrole tot agressie leidt. Het pedagogische klimaat blijkt onvoldoende krachtig om hem bij te sturen doordat zijn moeder zich exclusief richt op haar eigen herkomst en cultuur, waarbinnen respect voor de familie als hoogste goed gewaardeerd wordt. Ronaldo behandelt zijn moeder met respect en daarmee is voor haar de kous af. Dat hij van jongs af aan normoverschrijdende gedragsproblemen toont met ruzies, vechtpartijen en oppositioneel gedrag naar derden, bagatelliseert zij. Uit de forensisch-psychologische conclusies volgt uiteindelijk een behandeladvies voor Ronaldo en zijn familie. Op basis hiervan zal de rechter-commissaris zijn onafhankelijke oordeel vellen.
Yvonne Montfoort

12. Zwakbegaafd of autistiform? Onderzoek van een 21-jarige vrouw van Surinaams-Hindoestaanse afkomst

Door observatie in de beginfase van het onderzoek van bepaalde gedragingen van een jonge vrouw van Surinaams-Hindoestaanse afkomst, waarbij haar optreden niet overeenkomstig de culturele code was, werd de oorspronkelijke vraagstelling naar persoonlijkheidsonderzoek omgebogen naar onderzoek naar mogelijk een autistiforme stoornis. Aldus is de casus een mooi voorbeeld van de werking van de regulatieve cyclus waarbij van veel informatiebronnen gebruik wordt gemaakt. In deze casus zien we naast het belang van “harde instrumenten” (tests en vragenlijsten) ook de grote waarde van afnemen van een heteroanamnese en het gebruik van projectief materiaal bij onderzoek het mogelijk bestaan van een autistiforme stoornis.
Chantal Kalika-Rampersad, Raymond Verboom

13. Het zwarte schaap. Psychodiagnostisch onderzoek van een ernstig verwaarloosde en getraumatiseerde Turkse vrouw van 22 jaar

In dit onderzoek van een ernstig verwaarloosde en in het gezin van herkomst getraumatiseerde Turkse jonge vrouw gaat het niet zozeer om de validiteit, bijstelling of aanpassing van de gebruikte instrumenten, maar om de interpretatie en cultuursensitieve duiding van de onderzoeksresultaten. De vragenlijsten geven meer de onderliggende structuur en symptomatologie weer, terwijl het interview en het projectieve materiaal meer de traumatiserende voorgeschiedenis en de omstandigheden reflecteren waarin conflicterende culturele waarden een rol spelen en er een worsteling is met het vinden van een hybride identiteit als tweede generatie migrant.
Tunç Taşlıyurt, Raymond Verboom

14. Hoge aspiraties. Persoonlijkheidsonderzoek bij een vierentwintigjarige man van Iraaks-Koerdische afkomst

Het persoonlijkheidsonderzoek van een jongeman van Iraaks-Koerdische afkomst die sinds zijn veertiende in Nederland leeft, demonstreert hoe vragenlijsten voor symptomen, copingstijl en persoonlijkheid van nut kunnen zijn om vragen en vermoedens uit het interviewgedeelte verder te toetsen, ondanks dat er vraagtekens kunnen worden gezet bij de validiteit voor allochtonen van de Nederlandse normen bij die vragenlijsten. Daarbij moet kritisch worden gekeken in hoeverre de bevindingen aansluiten bij wat er reeds bekend is uit interview en voorgeschiedenis. Opvallende of afwijkende bevindingen moeten kritisch worden geanalyseerd. Men moet geen geautomatiseerde rapportgeneratoren gebruiken of standaardprofielcodebeschrijvingen kritiekloos overnemen. Projectief materiaal kan licht werpen op onderliggende motieven, dominante waarden en normen, en op hoe iemand tegen zichzelf, anderen en de wereld aankijkt. Het is raadzaam om in de literatuur genoemde, mogelijke verklaringen niet kritiekloos en als standaard over te nemen, maar ook hier na te vragen wat de cliënt mogelijk heeft willen uitdrukken.
Sibel Özdemir, Raymond Verboom

15. Twijfel over diagnose bij een Iraanse man. Psychotische stoornis of desorganisatie na migratie bij autisme?

In deze casusbeschrijving zetten we uiteen hoe de Thematische Apperceptietest (TAT) al vroeg in de diagnostische fase een sterke aanwijzing kan geven voor een autismespectrumstoornis (ASS), waarna vervolgens zorgvuldig en uitgebreid onderzoek kan worden gedaan. Niet zelden gaat het bij complexe psychiatrische problematiek om subtiele condities binnen het autismespectrum, die indien inadequaat gediagnosticeerd, het beloop van een behandeling ongunstig kunnen beïnvloeden. We illustreren dit aan de hand van de casus van een 33-jarige Iraanse man met de diagnose psychotische stoornis NAO. De man meldde zich aan voor een second opinion op aanwijzing van zijn behandelaar in zijn eigen regio. Zowel de patiënt als de behandelaar twijfelden aan de diagnose. Uit de eerste onderzoekscontacten met de eerste auteur kwamen er aanwijzingen voor een autismespectrumstoornis bij een hoog opgeleide man.
Mohsen Edrisi, Liesbeth Eurelings-Bontekoe

16. Boos, boos, boos. Projectieve technieken bij een vijftigjarige Palestijnse vrouw

In deze casusbeschrijving wordt uiteengezet hoe projectieve tests, met name de Rorschach en de Thematische Apperceptietest (TAT) bij onbetrouwbare en invalide nomothetische onderzoeksinstrumenten meer zicht kunnen bieden op de beleving en de persoonlijkheidsstructuur van cliënten met een collectivistische culturele achtergrond. De casus van Rana, een Arabisch-islamitische vrouw is hier een illustratie van. Haar klachten werden aanvankelijk gediagnosticeerd als een aanpassingsstoornis. Het gaat hierbij om een cliënte met lichamelijke klachten en theatraal aandoend gedrag. Door haar beperkte taalgebruik in het Nederlands en de vertaling vanuit de moedertaal naar het Nederlands ontstond een vertekend beeld van haar pathologie. In tegenstelling tot de beperkende vragenlijsten boden projectieve technieken de ruimte om zich vrij te uiten, waardoor de perceptuele, experiëntiële alsook dynamische aspecten van de beleving van klachten en gedrag van cliënte naar voren konden komen. Hierdoor kon de diagnose worden bijgesteld en gespecificeerd en werden aangrijpingspunten voor behandeling gevonden.
Fabian Saarloos

17. Impulsdoorbraken bij een oudere Turkse man. Hoe een classificatie persoonlijkheidsstoornis door intelligentieonderzoekintelligentieonderzoek drastisch van inhoud veranderde

Een oudere man van Turkse afkomst wordt aangemeld met depressieve klachten. Uit psychiatrisch onderzoek komt naar voren dat er mogelijk sprake is van een antisociale persoonlijkheidstoornis. Bij daaropvolgend psychodiagnostisch onderzoek ligt de vraag voor of er sprake is van ADHD, een antisociale persoonlijkheidsstoornis of een intellectuele beperking. Op grond van een ontwikkelingsanamnese en uitgebreide ontwikkelingsanamnese gecombineerd met twee intelligentietests worden een middelmatige retardatie en een aanpassingsstoornis met gemengde emoties en veranderingen in het gedrag vastgesteld. Er is sprake van een complex beeld. De diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornissen blijkt ten onrechte gesteld te zijn en de diagnose ADHD mogelijk te snel verworpen.
Belgin Bayazit

18. Sinaasappels in de slaapkamer. Neuropsychologisch onderzoek bij een oudere vrouw van Marokkaanse afkomst

In deze casusbeschrijving willen we diagnostische valkuilen illustreren die een neuropsycholoog tegenkomt bij onderzoek van een oudere, semi-analfabete vrouw van Marokkaanse afkomst. Haar exacte geboortedatum is onduidelijk, hiervoor wordt 1 januari 1940 aangehouden. Zij is in verband met klachten van vergeetachtigheid door de huisarts voor nader onderzoek doorverwezen naar de geheugenpoli. Het gaat hier om een gestandaardiseerd onderzoeksprotocol bestaande uit een (hetero)anamnese, lichamelijk en neurologisch onderzoek, beeldvormend onderzoek van de hersenen (MRI en EEG), een neuropsychologisch onderzoek en bloedonderzoek. Duidelijk wordt hoe complex de onderzoeksproblemen zijn in een dergelijke casus. Er worden suggesties gegeven hoe hiermee om te gaan. Uiteindelijk wezen alle bevindingen, ondanks de beperkingen, op een neurodegeneratieve aandoening, namelijk de ziekte van Alzheimer.
Ineke Brands, Esther van den Berg

19. Hoe cultuursensitief zijn diagnostische vragenlijsten? Twee versies van de CASH bij een Marokkaans-Nederlandse vrouw vergeleken

Recente studies laten het belang zien van cultuurspecifieke diagnostiek in epidemiologisch onderzoek, maar ook voor de behandeling van cliënten. De bevindingen roepen wezenlijke vragen op over de geldigheid van de eerder gerapporteerde cijfers over het voorkomen van de verschillende ziektebeelden onder migranten in studies die gebruik hebben gemaakt van niet-gevalideerde, niet cultuursensitieve interviews. De resultaten van deze studies maken duidelijk hoe belangrijk het is om bij de diagnostiek en behandeling van cliënten rekening te houden met hun etnisch-culturele achtergrond. Hulpverleners zullen daarin getraind en begeleid moeten worden.
Tekleh Zandi

20. “Mijn trots is vertrapt.” De SCL-90 en het Diagnostisch Interview Turkse Vrouwen bij een depressieve, angstige Turkse vrouw

Het diagnosticeren van een depressie bij Turkse vrouwen wordt bemoeilijkt door een ander idiom-of-distress dan waaraan Nederlandse hulpverleners gewend zijn. Het Diagnostisch Interview Turkse Vrouwen (DITV) is ontwikkeld in een onderzoek naar depressie bij deze groep vrouwen en kan behulpzaam zijn om tot een betrouwbaardere diagnose te komen. Vaak blijkt dat bij de Turkse vrouwen angstklachten even prominent aanwezig zijn als depressieve klachten. Het gaat dan om een combinatie van een angststoornis en depressieve stoornis.
Ria Borra

Praktische handvatten

Voorwerk

21. Cultuurbewuste psychodiagnostiek: een methodische aanpak

In de inleidende hoofdstukken van dit boek zijn de problemen beschreven die zich voordoen in de psychodiagnostiek bij mensen met een andere culturele achtergrond dan de Nederlandse. Naar voren is gekomen dat de crossculturele validiteit van het overgrote deel van het psychodiagnostische testmateriaal problematisch is. Naast methodologische problemen spelen communicatieproblemen en culturele verschillen tussen diagnosticus en cliënt een rol. Dat vraagt om cultuurbewust hulpverlenen en professionele reflectie. In dit hoofdstuk combineren we de relevante praktijkervaringen met interculturele psychodiagnostiek met de inzichten uit de inleidende hoofdstukken. De regulatieve cyclus (zie H. 3) is het stramien dat we gebruiken om praktijkervaringen en inzichten te ordenen.
Ria Borra, Rob van Dijk, Raymond Verboom

Nawerk

Meer informatie