Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een eerste kennismaking met de contextuele benadering binnen de hulpverlening. Het helpt studenten en professionals het contextuele gedachtengoed te vertalen in concreet handelen binnen hun beroepspraktijk. Dat kan in vrijwel alle werkvelden binnen het social domein: van ambulante en residentiële hulpverlening aan kinderen, jongeren en volwassenen, tot psychotherapie, pleegzorg, ouderenzorg, onderwijs en leerlingbegeleiding en pastoraat.

Contextuele hulpverlening is een toegankelijk, inleidend boek. Deze derde druk behandelt verschillende begrippen die in de voorgaande druk niet of nauwelijks aan de orde kwamen. Het boek onderscheidt zich nog steeds door de eenvoudige wijze waarop het het complexe denken behandelt. Het legt de verschillende begrippen uit, en licht ze toe aan de hand van concrete voorbeelden. In deze druk zijn de voorbeelden geactualiseerd. Ze sluiten daardoor beter aan bij de huidige samenleving, en bij andere gezinsvormen dan de traditionele. Ook zijn voorbeelden gekozen uit meer verschillende werkvelden. Zo sluit het boek aan bij een bredere groep hulpverleners.

De opdrachten in het boek dagen studenten en hulpverleners uit om het contextuele gedachtengoed ook in hun eigen familiecontext te verkennen, en de betekenis daarvan voor hun beroepspraktijk te onderzoeken.

Karlan van Ieperen – Schelhaas is orthopedagoog en docent Social Work aan de Christelijke Hogeschool Ede.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Het begrip context

Samenvatting
De contextuele hulpverlening dankt haar naam aan het begrip context dat in die naam verweven is. Dit begrip is kenmerkend voor de contextuele benadering en maakt meteen duidelijk waarin deze zich onderscheidt van andere benaderingen binnen de hulpverlening. Een goed verstaan van het begrip context is dan ook van groot belang. In dit hoofdstuk zal het begrip context worden uitgelegd.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

2. Relationele ethiek en de vier dimensies

Samenvatting
In het vorige hoofdstuk werden vier belangrijke aspecten van het familie-erfgoed genoemd: erfelijke aanleg, sociale omgevingsfactoren, gebruiken en gewoonten, en normen en waarden. Deze zijn stuk voor stuk belangrijk binnen de hulpverlening en je kunt er als hulpverlener praktisch mee uit de voeten. Maar hoe helpend ze ook zijn, toch geven deze principes niet de kern van het contextuele denken weer. Fundamenteel in de benadering van Nagy is de relationele ethiek: Nagy gaat ervan uit dat de basis van menselijke relaties wordt gevormd doordat mensen aan elkaar geven en van elkaar ontvangen. Dit geven en ontvangen leer je binnen de context waarin je opgroeit, evenals de balans die zich tussen deze beide ontwikkelt.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

3. Erkenning

Samenvatting
Een hulpverlener die werkt vanuit de contextuele benadering zal in het contact met een cliënt zowel aandacht hebben voor het onrecht dat iemand is overkomen of aangedaan, als voor datgene wat die cliënt heeft gegeven. Deze aandacht vertaalt zich concreet in een handelwijze die het geven van erkenning wordt genoemd.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

4. De dialoog

Samenvatting
Een contextueel hulpverlener probeert binnen de context een wezenlijk gesprek op gang te brengen over wat er is gebeurd of wat tussen de betrokkenen speelt. Dit in gesprek gaan van een cliënt met andere belangrijke personen uit de context noem je ook wel de dialoog aangaan. In het Nederlands taalgebruik wordt met een dialoog ieder gesprek tussen twee of meer mensen bedoeld. Binnen de contextuele benadering is de dialoog meer dan een gesprek – het is een wezenlijke ontmoeting die helend kan werken en is bedoeld om het vertrouwen tussen de cliënt en zijn belangrijke relaties weer te voeden en te herstellen. In dit hoofdstuk wordt dieper op deze dialoog ingegaan.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

5. Intergenerationele verbondenheid

Samenvatting
Zoals H. 1 al beschreef, beziet de contextuele benadering de problematiek waarmee iemand worstelt niet alleen als de hulpvraag van een individuele cliënt. Ze probeert deze te plaatsen en te begrijpen in het licht van diens (intergenerationele) context.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

6. Meerzijdig gerichte partijdigheid

Samenvatting
Belangrijker dan kennis, methoden, technieken en interventies die je als hulpverlener moet beheersen, is de grondhouding: hoe sta je als hulpverlener ten opzichte van je cliënt en tot ieder die tot zijn context behoort?
Karlan van Ieperen-Schelhaas

7. Het begrip loyaliteit

Samenvatting
In het dagelijks leven heeft de uitdrukking ‘loyaal zijn aan’ alles te maken met trouw. Wanneer iemand loyaal is aan zijn werkgever kan dat bijvoorbeeld betekenen dat hij niet op zoek gaat naar een andere werkplek, maar bij zijn eigen baas blijft. Maar ook wanneer iemand voor zijn baas opkomt wanneer er negatief over hem gesproken wordt, kan dat een uiting van loyaliteit zijn. Ook in vriendschappen kan loyaliteit een rol spelen. Iemand kan zo loyaal zijn aan een bepaalde vriend(in) dat hij daarvoor andere vriendschappen of activiteiten laat schieten.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

8. Passend en niet-passend geven

Samenvatting
In dit boek is in vrijwel alle hoofdstukken al gesproken over geven en ontvangen. In dit laatste hoofdstuk wordt dit onderwerp nu separaat besproken, waarbij we samenvatten en verdiepen en uiteindelijk inzoomen op de vraag: wanneer is geven passend – draagt het bij aan een gezonde ontwikkeling van kinderen – en wanneer is het niet passend – en doet het kinderen geen recht. Er wordt uitgebreid ingegaan op situaties en patronen van ongepast geven. De aandacht zal daarbij uitgaan naar zowel de gezinssituatie van opgroeiende kinderen, als naar de gevolgen die het ongepast geven als jong kind heeft op het leven van volwassen geworden kinderen. Ook worden er praktische handreikingen gedaan voor mogelijk handelen van de hulpverlener.
Karlan van Ieperen-Schelhaas

Nawerk

Meer informatie