Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek beschrijft de technische principes van een CT-scanner, de uitvoering van een CT-onderzoek en de daarbij geldende stralingshygiënische aandachtspunten. De hoofdstukken zijn geschreven door experts uit diverse bij het vak betrokken disciplines: MBB’er CT, radioloog, applicatiespecialist CT, docent MBRT en stralingsdeskundige.
Computertomografie maakt deel uit van de serie Medische beeldvorming en radiotherapie. Het boek is als volgt ingedeeld: deel 1 Techniek, deel 2 Onderzoek en deel 3 Stralingshygiëne. In deze geheel vernieuwde uitgave zijn belangrijke onderwerpen als spectrale CT/dual energy en iteratieve reconstructie toegevoegd. De hoofdstukken in het eerste deel zijn aangepast aan de techniek van de huidige moderne scanners. De hoofdstukken in het deel Onderzoek zijn geactualiseerd volgens de huidige gangbare inzichten. Naast de vele gangbare CT-onderzoeken van met name thorax en abdomen is er ook veel aandacht voor specialistische onderzoeken, zoals CT-angiografie, cardiac CT en breinperfusie. In het deel Stralingshygiëne staan dosimetrie en dosisbesparing bij computertomografie centraal. Behalve als leerboek voor MBB'ers (medisch beeldvormend en bestralingsdeskundigen) is Computertomografie ook bij uitstek geschikt als naslagwerk voor hen die reeds de (initiële) opleiding hebben afgesloten. Daarnaast is de uitgave een goede introductie voor radiologen en klinisch fysici in opleiding.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Erratum bij: Spectrale CT/dual energy (ct)

M. Hagenbeek

Techniek

Voorwerk

1. Basisprincipe (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Het meten van straling door een object – 3 De berekening en de weergave van het gemeten object – Computertomografie (CT) is een beeldvormende techniek waarbij een object zonder superpositie wordt afgebeeld. Het beeldvormende systeem bestaat uit een röntgenbuis en een detector, die om de patiënt roteren. De detector meet daarbij de door de patiënt verzwakte straling. Door de verzwakking langs vele lijnen te meten, kan een beeldmatrix opgebouwd worden. Deze matrix wordt gevuld met verzwakkingswaarden, die ‘hounsfield units’ worden genoemd en worden weergegeven in grijstinten.
M. Hakkert

2. Generaties en soorten scanners (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Eerstegeneratiescanner – 3 Tweedegeneratiescanner – 4 Derdegeneratiescanner – 5 Vierdegeneratiescanner – 6 Vijfdegeneratiescanners – 7 Spiraal-CT – 8 Single-slice- en multi-slicetechniek – 9 Volume-CT – 10 Dual-energy-CT – 11 SPECT-CT en PET-CT. – In dit hoofdstuk worden de verschillende generaties en soorten CT-scanners besproken. Na de eerste-, tweede-, derde- en vierdegeneratiescanners volgen de spiraal-CT en de multi-slicespiraal-CT. Daarnaast zijn hybride systemen als SPECT-CT (single-photon-emission computerized tomography CT) en PET-CT (positronemissietomografie-CT) ontwikkeld. Een belangrijke ontwikkeling van de laatste jaren betreft CT-scanners, waarbij met twee verschillende stralingsenergieën gewerkt wordt (dual-energy-CT).
M. Hakkert

3. Bouw van de scanner (ct)

Samenvatting
Inhoud ‒ 1 Inleiding ‒ 2 Tafel ‒ 3 Detector ‒ 4 DAS ‒ 5 Collimatoren ‒ 6 Röntgenbuis ‒ 7 Filtering. ‒ In dit hoofdstuk wordt de bouw van een CT-scanner besproken. Achtereenvolgens komen de volgende onderdelen aan de orde: tafel en gantry, detector, data acquisition system, collimatoren, röntgenbuis, buisfilter en generator. Er is veel aandacht voor de verschillende typen detectoren. De ontwikkelingen in met name de buis en de detector blijven gaande; hieraan wordt zo veel mogelijk aandacht besteed.
M. Hakkert

4. Reconstructieprincipe (CT)

Samenvatting
Inhoud – 1 Beeldopbouw – 2 Pixels en voxels – 3 Hounsfieldunits – In dit hoofdstuk wordt de reconstructie van het CT-beeld besproken. Een CT-scanner maakt gebruik van röntgenstraling. Door middel van een ronddraaiende röntgenbuis worden data verzameld om dwarsdoorsnedes van het object te maken. Deze dwarsdoorsnedes (coupes) zijn een omrekening van de verzamelde data. Er zijn vier methoden om deze omrekening te maken: backprojection, filtered backprojection, fast fourier transformatie en iteratieve reconstructie. De uiteindelijke beelden zijn opgebouwd uit pixels (picture elements). Deze pixels zijn weergaven van voxels (volume elements) in de dwarsdoorsnede. Ieder voxel vertegenwoordigt een zekere absorptiewaarde, de hounsfieldunit (HU).
G. Tempelman

5. Window width/window level (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding ‒ 2 Window width – 3 Window level – 4 Keuze voor WW/WL – 5 Ruis – 6 Kernel. – In dit hoofdstuk worden de window width (WW) en het window level (WL) besproken: de instelling waarmee bepaald wordt welke hounsfieldunits in de verschillende grijstinten worden weergegeven. De keuze voor een optima(a)l(e) WW/WL wordt uitgelegd. Daarbij wordt ingegaan op verschillende aspecten, zoals de indicatie, de anatomische regio, de toegestane beeldruis en de keuze van de kernel.
G. Tempelman

6. Acquisitiemethoden (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 SSP en FWHM – 3 Axiaal scannen – 4 Helical scannen – 5 Wide detector axial mode. – Er zijn verschillende methoden om de metingen op een CT-scan te verrichten en zo een dataset te verkrijgen waaruit de beelden worden gecreëerd. De methoden zijn: axiaal, helical en wide detector axial mode. Voor een correcte uitleg van de acquisitiemethoden dienen eerst bepaalde begrippen behandeld te worden, namelijk het slice sensitivity profile (SSP) en de bijbehorende full width at half maximum (FWHM).
G. Tempelman, M. Voet

7. CT-fluoroscopie (ct)

Samenvatting
Inhoud ‒ 1 Inleiding ‒ 2 Werkwijze ‒ 3 Principe van CT-fluoroscopie ‒ 4 Overwegingen met betrekking tot stralingsbescherming. – CT-fluoroscopie (ʽdoorlichtingʼ) is mogelijk gemaakt door snel scannen, een snelle reconstructiemethode die real-timeprojectie mogelijk maakt en een continue display van de beelden. Deze techniek wordt vooral toegepast bij CT-geleide interventies, waarbij de punctienaald ʽonder doorlichtingʼ gevolgd kan worden. Hierbij moet aandacht besteed worden aan de dosis voor de patiënt en het in de CT-ruimte aanwezige personeel.
M. Hakkert

8. Spectrale CT/dual energy (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Spectrale CT: basisfysica – 3 Doel spectrale CT – 4 Totstandkoming van het spectrale beeld – 5 Toepassingen – 6 Dosis spectrale CT – 7 Toekomst. – Spectrale CT heeft als uitgangspunt dat niet één, maar twee datasets op de detector verwerkt worden: de ene van een hoog kV, de andere van een laag kV. Voor de toepassing van spectrale CT is specifieke hardware nodig, waarvoor drie verschillende technieken worden geleverd: fast kV-switching, dual source dual energy en dual layer. Ook is software nodig die de twee datasets kan verwerken. Basisprincipe van spectrale CT is dat enkele stoffen, waaronder jodiumhoudend contrastmiddel, in hounsfieldwaarde verhogen wanneer ze met lager kV gescand worden. Andere stoffen, waaronder water, reageren niet of nauwelijks op kV-verandering ‒ de hounsfieldwaarde is kV-onafhankelijk. Dit betekent dat met spectrale CT bijvoorbeeld veel nauwkeuriger bepaald kan worden of een voxel contrastmiddel bevat. Ook kan gekwantificeerd worden hoeveel jodium een structuur bevat, kan contrastmiddel weggefilterd worden en kan een zeker onderscheid tussen contrast en calcium gemaakt worden. Het aantal klinische toepassingen neemt toe.
M. Hagenbeek

9. Beeldkwaliteit (ct)

Samenvatting
Inhoud ‒ 1 Inleiding ‒ 2 Spatiële resolutie ‒ 3 Contrastresolutie ‒ 4 Temporele resolutie. ‒ In dit hoofdstuk wordt het begrip beeldkwaliteit behandeld. Beeldkwaliteit kan omschreven worden aan de hand van de begrippen spatiële resolutie, contrastresolutie en temporele resolutie. Deze drie kenmerken van beeldkwaliteit worden door diverse parameters beïnvloed. Achtereenvolgens worden spatiële, contrast- en temporele resolutie besproken. Bij elk onderzoek is het zaak te bepalen welke van de drie het belangrijkst is. Dit bepaalt mede de instelling van de diverse CT-parameters.
G. Tempelman, M. Voet

10. AEC – Automatic exposure control (CT)

Samenvatting
Inhoud – 1 – Inleiding – 2 Vormen van modulatie – 3 Soorten AEC’s – 4 Fabrikanten van AEC’s – 5 Andere indeling – 6 Optimaal gebruik van de AEC – 7 Iteratief en AEC – 8 Andere vormen van modulatie – Bij de dosisafgifte op een CT-scan wordt tijdens de rotatie van buis en detector veel gevarieerd in mAs-getal. Dit kan zowel in de xy- als in de z-richting. Het doel van deze variatie is de transmissie en dus het ruisniveau constant te houden. De variatie in mAs-getal bij computertomografie wordt automatic exposure control (AEC) genoemd. Er zijn verschillende typen AEC’s. De verschillen betreffen de wijze waarop gemoduleerd wordt en de wijze waarop het ‘eindproduct’ (beelden met constant ruisniveau) bereikt wordt. De verschillende AEC’s hebben het constant houden van het ruisniveau gemeen.
G. Tempelman

11. Artefacten (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Fysica- en hardwaregerelateerde artefacten – 3 Acquisitiegerelateerde artefacten – 4 Patiëntgerelateerde artefacten – 5 Post-processingartefacten. – Bij computertomografie is sprake van vele artefacten die op de beelden aangetroffen kunnen worden. In dit hoofdstuk worden de meest relevante artefacten en de mogelijke reductie ervan besproken. Artefacten kunnen ingedeeld worden in fysica- en hardwaregerelateerd, acquisitiegerelateerd, patiëntgerelateerd en met betrekking tot post-processing.
M. Hakkert, M. Voet

12. Post-processing (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 2D technieken – 3 3D technieken – 4 Specifieke post-processingpakketten. – Initieel bestaat een CT-dataset uit transversale beelden. De radioloog maakt niet alleen gebruik van deze ‘source images’, maar ook van diverse bewerkte beelden. De diverse post-processing-technieken (2D en 3D) worden in dit hoofdstuk beschreven. Veelgebruikte 2D technieken zijn MPR en MIP. Veelgebruikte 3D technieken zijn SSD en VRT. Het aantal beelden dat bij deze technieken wordt gegenereerd, is bijzonder groot. Hiermee moet in de workflow rekening gehouden wordt.
M. Hakkert

13. Kwaliteitscontrole (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Kwaliteitstest – 3 Soorten fantomen – 4 Constantheidstests – 5 Tests voor spectrale CT. – In dit hoofdstuk wordt kwaliteitscontrole van een CT-scanner besproken. Op grond van de Wkkgz zijn zorginstellingen verplicht kwalitatief goede zorg te leveren. Een kwaliteitsbeleid op de eigen afdeling hoort hier onderdeel van te zijn. Kwaliteitscontrole is een onderdeel van het kwaliteitsborgingprogramma en wordt periodiek uitgevoerd om de werking van een scanner te controleren. Er bestaat een groot aantal kwaliteitstests. Een klein deel daarvan wordt zeer regelmatig uitgevoerd. De tests zijn onder te verdelen in acceptatietests, statustests en constantheidstests. In dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op de uitvoering van tests die door de MBB’er gedaan kunnen worden.
M. Hakkert

Onderzoek

Voorwerk

14. Contrastmiddelen (CT)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Intraveneuze jodiumhoudende contrastmiddelen – 3 CIN en PC-AKI – 4 Metformine en contrastmiddel – 5 Gebruik van contrastmiddel – 6 Suggesties ten aanzien van volumebeperkingen. – Van alle modaliteiten in de radiologie wordt nergens zo veel intraveneus jodiumhoudend contrastmiddel gebruikt als bij computertomografie. Met de komst van de snelle multi-slice-CT is het gebruik hiervan alleen maar toegenomen. Dit hoofdstuk behandelt de soorten contrastmiddelen, reacties op contrastmiddelen en richtlijnen die op het moment van schrijven gelden. Ook wordt ingegaan op manieren van scannen bij het gebruik van contrastmiddelen en worden suggesties gegeven om minder contrastmiddel te gebruiken.
G. Tempelman

15. CT-hersenen en schedel (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Relevante anatomie – 3 CT-onderzoek hersenen, blanco (standaard) – 4 CT-onderzoek hersenen, met contrast – 5 CT-onderzoek hersenen, hippocampus – 6 CT-onderzoek hersenen, cirkel van Willis – 7 CT-onderzoek hersenen, sinustrombose – 8 CT-onderzoek hersenen, schedelfractuur (trauma) – 9 CT-onderzoek aangezicht (trauma) – 10 CT-onderzoek sinus (neusbijholten) – 11 CT-onderzoek mastoïd/middenoor. – In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek van de hersenen en de schedel besproken. De opbouw van de verschillende CT-protocollen is afhankelijk van de indicatie. Over het algemeen kunnen benige structuren met een lagere dosis worden afgebeeld dan wekedelenstructuren. Hoewel MRI-onderzoek als superieur beschouwd kan worden, wordt CT-onderzoek gezien de snelheid en toegankelijkheid in acute situaties geprefereerd. Hierna wordt eerst de relevante anatomie van de schedel en de schedelinhoud besproken.
G. Tempelman

16. CT-wervelkolom en whole body low dose CT (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Anatomie – 2 Pathologie – 3 Cervicale wervelkolom – 4 Thoracale wervelkolom – 5 Lumbale wervelkolom – 6 Whole body low dose. – CT-onderzoek van de wervelkolom wordt geregeld uitgevoerd. Voor veel indicaties wordt echter uitgeweken naar de MRI-scan. Er is nog wel een duidelijke rol weggelegd voor CT-onderzoek bij traumata. In dit hoofdstuk wordt, na een bespreking van anatomie en relevante algemene pathologie, het onderzoek van cervicale wervelkolom, thoracale wervelkolom en lumbale wervelkolom besproken. Er wordt afgesloten met het whole body low dose CT-onderzoek, dat uitgevoerd wordt als skeletstatus.
M. Hakkert

17. CT-hals (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Relevante anatomie – 3 CT-onderzoek halslymfeklieren – 4 CT-onderzoek hals, abcessen – 5 CTA-onderzoek carotiden – 6 CTV-onderzoek vena subclavia. – In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek van de hals besproken. Dat vindt meestal plaats in het kader van onderzoek naar maligniteiten of abcessen. Daarnaast wordt ingegaan op CTA- en CTV-onderzoeken. Eerst wordt de relevante anatomie van de hals besproken.
J. van der Burgh

18. CT-thorax (ct)

Samenvatting
Inhoud ‒ 1 Inleiding ‒ 2 Relevante anatomie ‒ 3 CT-onderzoek mediastinum ‒ 4 CT-onderzoek longen ‘standaard’ ‒ 5 CT-onderzoek longen HRCT. ‒ In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek van de thorax besproken. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen ʽstandaardʼ onderzoek naar longen en mediastinum bij haardvormige afwijkingen, HRCT voor het interstitium en CTA-onderzoek. Eerst wordt de relevante anatomie van de thorax besproken.
J. van der Burgh

19. CT-abdomen (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Relevante anatomie – 3 CT-onderzoek abdomen, ‘standaard’ – 4 CT-onderzoek abdomen, blanco – 5 CT-onderzoek lever, vier fasen – 6 CT-onderzoek pancreas (tumor) – 7 CT-onderzoek pancreas (pancreatitis) – 8 CT-onderzoek nieren, vier fasen (tumor) – 9 CT-onderzoek nieren (low-dose-urolithiasis) – 10 CT-onderzoek nieren, ‘split-bolus’ – 11 CT-onderzoek bijnieren (absolute en relatieve wash-in-/wash-outbepaling) – 12 CT-onderzoek dunne darm (CT-enteroclyse) – 13 CT-colon. – In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek van het abdomen besproken. Eerst wordt aandacht besteed aan de relevante anatomie van het abdomen. Vervolgens komt het standaard onderzoek van het abdomen aan de orde, gevolgd door diverse CT-onderzoeken van lever, pancreas, nieren en bijnieren.
J. van der Burgh

20. Gecombineerde CT-onderzoeken (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Relevante anatomie – 3 CT-onderzoek hals en thorax – 4 CT-onderzoek hals, thorax en abdomen– 5 CT-onderzoek thorax en abdomen – 6 CT-onderzoek thorax – vier fasen lever. – In de voorgaande hoofdstukken over CT-onderzoek van respectievelijk hals, thorax en abdomen zijn de betreffende onderzoeksprotocollen van de afzonderlijke anatomische gebieden besproken. Er zijn echter ook regelmatig CT-onderzoeken nodig die zich over een groter gebied uitstrekken. In dit hoofdstuk worden diverse gecombineerde CT-onderzoeken besproken: hals/thorax, hals/thorax/abdomen, thorax/abdomen en thorax/lever.
J. van der Burgh

21. CT bij trauma (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Criteria hoogenergetisch trauma – 3 CT-onderzoek bij trauma – 4 Scantechniek. – In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek bij traumapatiënten behandeld. De criteria voor een hoogenergetisch trauma (HET) worden genoemd en de indicaties voor CT-onderzoek van schedel, CWK, thorax en abdomen bij traumapatiënten worden besproken. Daarna wordt ingegaan op de specifieke aandachtspunten bij de uitvoering van deze CT-onderzoeken.
M. Hagenbeek

22. CT-extremiteiten (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Schouder – 3 Elleboog – 4 Pols – 5 Bekken en heup – 6 Knie – 7 Enkel – 8 Voet: dual energy, jicht. – In dit hoofdstuk wordt het CT-onderzoek van de extremiteiten besproken. De indicaties voor deze onderzoeken zullen van afdeling tot afdeling verschillen. Na het verrichten van conventioneel röntgenonderzoek kan gekozen worden uit echografie, MRI, MR-artrografie, CT-onderzoek en CT-artrografie. Voor veel indicaties wordt de patiënt doorverwezen voor een MRI-scan. CT-onderzoek is een goed alternatief bij contra-indicaties voor MR-onderzoek. De volgende CT-onderzoeken komen in dit hoofdstuk aan de orde: schouder, elleboog, pols, bekken en heup, knie, enkel en voet. Bij het laatste onderzoek is er specifieke aandacht voor de indicatie jicht.
M. Hakkert

23. CT-angiografie (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Contrastdynamiek – 3 Patiëntgebonden factoren – 4 Contrastgebruik – 5 Toediening van het contrast – 6 Timing. – In dit hoofdstuk wordt CT-angiografie in algemene zin besproken. Eerst komt het begrip contrastdynamiek aan de orde. De aankleuring van bloedvaten wordt door een aantal factoren bepaald: het totale volume contrastmiddel, de injectiesnelheid, de jodiumconcentratie en patiëntgebonden factoren. Ook de wijze van toediening van het contrastmiddel en de verschillende wijzen van timing (via een fixed delay, een testbolus of met behulp van bolustracking) worden besproken.
M. Hakkert

24. CT-angiografie body (CT)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 CTA-thoracale aorta – 3 CTA-longembolie – 4 CTA-abdominale aorta – 5 CTA-arteria renalis – 6 CTA-abdominale vaten – 7 CTA-DIEP – 8 CTA-aorta bekken, benen. – Dit hoofdstuk start met een aantal algemene overwegingen omtrent CT-angiografie: de keuze van de buisspanning, de CNR en SNR van de beelden, de toegepaste collimatie, eventuele spectrale CT/dual energy en eventuele iteratieve reconstructie. Het onderwerp contrasttoediening is uitgebreid besproken in het hoofdstuk CT-angiografie en wordt hier kort genoemd. Vervolgens worden veelvoorkomende CT-angiografieën van de romp en de onderste extremiteit beschreven.
M. Hakkert

25. Cardiac CT (ct)

Samenvatting
1 Inleiding – 2 Algemene anatomie van het hart en de kransslagaders – 3 Ontwikkeling van cardiac CT – 4 MDCT-vereisten voor cardiac CT – 5 Data-acquisitie in cardiac CT – 6 Dosisreductie – 7 Ontwikkelingen – 8 Nadere cardiac data-analyse 9 – Scanprocedure CT-coronair angiografie – 10 TAVI. In dit hoofdstuk wordt cardiac CT besproken. Het hoofdstuk start na de inleiding met een bespreking van de anatomie van het hart en de kransslagaders en de ontwikkeling van cardiac CT. De vereisten voor MDCT van het hart worden besproken. Vervolgens komen de verschillende acquisitiemethoden aan de orde: prospective gating en retrospective triggering. Overige onderwerpen zijn myocardperfusie, fractional flow reserve (FFR) en transcatheter aortic valve implantation (TAVI).
C. Verlooij

26. CT-breinperfusie (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Anatomie arteriën schedel – 3 CT-onderzoek breinperfusie – 4 Tot slot. – Tegenwoordig kan aan de blanco CT-hersenen bij ischemisch infarct een CT-breinperfusie toegevoegd worden, onder andere doordat scanners over een steeds grotere Z-coverage van de detector beschikken. De toegevoegde waarde van CT-breinperfusie schuilt in het kwantificeren van zogenoemd tissue-at-risk. Dit is het weefsel dat hetzij met snelle antistolling, hetzij met interventie nog (soms zelfs zonder blijvende schade) gered kan worden. Deze interventie kan niet in elk ziekenhuis plaatsvinden, maar de diagnostiek wel: bijna elk ziekenhuis in Nederland beschikt over een geschikte CT-scanner om breinperfusie mee te scannen. Vroegdiagnostiek kan daardoor snel in het dichtstbijzijnde ziekenhuis plaatsvinden, waarna de patiënt als deze daarvoor in aanmerking komt naar een gespecialiseerd ziekenhuis getransporteerd kan worden. CT-breinperfusie kan goed gestandaardiseerd worden en is daarmee eenvoudig uit te voeren en van sterk toegevoegde waarde voor de acute diagnostiek van een ischemisch CVA.
M. Hagenbeek

27. CT bij kinderen (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Voorbereiding voor een CT-onderzoek bij een kind – 3 Scantechniek bij kinderen – 4 Intraveneus contrast – 5 Protocollen – 6 Hoofd, protocollen – 7 Hals en thorax, protocollen – 8 Abdomen, protocollen – 9 CWK – 10 Extremiteiten – 11 Fotogalerij. – Als gevolg van technologische ontwikkelingen is er een toename aan CT-scans bij kinderen te zien. Kinderen zijn echter geen kleine volwassenen en dienen daarom gescand te worden door middel van speciaal ontwikkelde kinder-CT-protocollen. In dit hoofdstuk worden handreikingen gegeven voor het voorbereiden van een kind voor een CT-onderzoek en worden diverse scan- en reconstructieparameter-instellingen besproken. Ook worden handreikingen geboden voor contrastinjectie en de opzet van scanprotocollen. Daarnaast is het van belang een zorgvuldige afweging te maken van mogelijke risico’s van het wel of niet verrichten van een scan.
R. Booij

28. CT-geleide puncties en interventies (ct)

Samenvatting
Inhoud ‒ 1 Inleiding ‒ 2 Onderzoek CT-interventies. ‒ Met behulp van CT kunnen accuraat puncties en interventies verricht worden. In een eerder hoofdstuk is de techniek van CT-fluoroscopie besproken. In dit hoofdstuk wordt de procedure van CT-geleide puncties en interventies behandeld. Deze procedure wordt stapsgewijs beschreven.
J. van der Burgh

Stralingshygiëne

Voorwerk

29. Dosisbegrippen en fysische en biologische effecten van straling (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Fysische effecten van straling – 3 Biologische effecten van straling – 4 Van geabsorbeerde dosis naar effectieve dosis – 5 CT-indexen. – We hebben eerder gezien dat CT ioniserende straling gebruikt om beelden te maken. Om weer even een goed beeld te krijgen van straling worden in dit hoofdstuk de effecten van straling kort behandeld. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in fysische en biologische effecten van straling. Bij fysische effecten worden behandeld: foto-elektrisch effect, comptoneffect en paarvorming. Bij biologische effecten worden behandeld: kansgebonden en niet-kansgebonden effecten. Ten slotte worden de verschillende soorten dosis beschreven.
G. Tempelman

30. Van CTDI naar DLP naar E (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 CTDI100 – 3 CTDIw – 4 CTDIvol – 5 DLP – 6 Effectieve dosis. – Dosimeting bij computertomografie is complex. Indicatoren voor de dosis zijn de CTDI en het DLP. In dit hoofdstuk wordt besproken hoe men van een met een detector gemeten computed tomograhy dose index (CTDI) uitkomt bij de effectieve dosis E.
M. Hakkert

31. Risicoanalyse (CT)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Kansgebonden effecten – 3 Niet-kansgebonden effecten – 4 Zwangere vrouwen. – Van oudsher is men gefocust op het verminderen van kansgebonden effecten bij CT-onderzoeken. Tegenwoordig tracht men zowel kansgebonden als niet-kansgebonden effecten te verminderen op CT. In dit hoofdstuk wordt op grond van getallen een risicoanalyse gemaakt van de ernst van CT-onderzoeken. Daarnaast wordt aandacht besteed aan CT bij zwangere vrouwen.
G. Tempelman

32. Stralingsbelasting bij CT-onderzoeken (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Gemiddelde effectieve dosis bij computertomografie – 3 Totale stralingsbelasting bij computertomografie – 4 DRN – 5 SSDE – 6 SSDE en effectieve dosis – 7 Discussie. – In de vorige hoofdstukken is een aantal dosisindexen en begrippen behandeld. Deze waren voornamelijk gebaseerd op de individuele dosis die de patiënt krijgt. In dit hoofdstuk wordt besproken wat al die losse straling bij elkaar geteld voor effect heeft (cumulatief karakter). Tevens wordt nog iets dieper ingegaan op het begrip dosisindex bij CT. De volgende onderwerpen komen aan de orde: gemiddelde effectieve dosis bij CT-onderzoeken, de totale stralingsbelasting op CT, DRN (diagnostisch referentieniveau), SSDE (size specific dose estimate) en ter afsluiting een korte discussie.
G. Tempelman

33. Dosisbeperkende maatregelen (ct)

Samenvatting
Inhoud – 1 Inleiding – 2 Maatregelen die direct van invloed zijn – 3 Maatregelen die indirect van invloed zijn – 4 Instellingen – 5 Protocollen. – In dit hoofdstuk wordt een aantal dosisbeperkende maatregelen besproken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in directe maatregelen, zoals buisspanning en buislading, en indirecte maatregelen, zoals de instelling van WW/WL en de keuze van de kernel. Vervolgens wordt ingegaan op instellingen en scanprotocollen.
G. Tempelman

Nawerk

Meer informatie

Extras