Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek geeft de in de kindergeneeskunde werkzame zorgprofessional een praktische handleiding voor diagnostiek en behandeling van de meest voorkomende aandoeningen bij kinderen. Het heeft een praktijkgerichte opzet en biedt gedetailleerde informatie over diagnose en therapie. 

Compendium kindergeneeskunde is het Nederlandstalige standaardwerk in de kindergeneeskunde en is ook als eBook beschikbaar. Een boek om (digitaal) onder handbereik te hebben!
Compendium kindergeneeskunde gaat onder meer in op spoedeisende problemen, ziekten per orgaansysteem, psychosociale problemen, bloedproducten, infectieziekten en immunologie. Daarnaast komen algemene onderwerpen zoals verrichtingen en voeding en diëtetiek aan bod, met, waar van toepassing, verwijzingen naar landelijke richtlijnen. Nieuw in deze vijfde, herziene druk zijn de hoofdstukken over brandwonden, syncope, ethiek en recht, procedurele sedatie, palliatieve zorg, diagnostiek bij verstandelijke beperking, slaapstoornissen en farmacotherapie.
De uitgave is bestemd voor kinderartsen en arts-assistenten kindergeneeskunde, huisartsen, SEH-artsen, gespecialiseerde verpleegkundigen, studenten geneeskunde en een ieder die te maken krijgt met de behandeling van een ziek kind.
De redactie wordt gevormd door een team van negen zeer betrokken kinderartsen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Erratum bij: Compendium kindergeneeskunde

G. Derksen-Lubsen, H.A. Moll, A.M. Oudesluys-Murphy, A.J. Sprij, J.W. Bolt-Wieringa, A.P.M. van den Elzen, W.G. Leeuwenburgh-Pronk, F.G. Ropers, J.J. Verhoeven

Spoedeisende Zorg

Voorwerk

1. Het acuut zieke kind

Samenvatting
Een van de grootste uitdagingen in de acute kindergeneeskunde is de tijdige herkenning en adequate opvang van een acuut ziek kind met een potentieel respiratoir, circulatoir en/of neurologisch falen. Met de ABCD-methode kan men in één minuut een beeld krijgen van de toestand van het kind: A = airway (luchtweg), B = breathing (ademhaling), C = circulation (circulatie), D = disability (neurologie). Deze systematische benadering maakt het mogelijk alle belangrijke handelingen in de juiste volgorde en zonder onnodig tijdverlies uit te voeren. Het herkennen van een acuut ziek kind en het anticiperen op de problemen die zich voordoen, zullen de mortaliteit en secundaire morbiditeit verminderen. Als A, B, C en D stabiel zijn, kan de definitieve behandeling plaatsvinden en kan de onderliggende problematiek worden aangepakt. Herhaaldelijke beoordeling zal noodzakelijk zijn, zodat progressie of ontsporing van de behandeling tijdig kan worden bijgestuurd.
C. M. P. Buysse, J. J. Verhoeven, M. de Hoog

2. Resuscitatie van de pasgeborene

Samenvatting
Bij de opvang van de pasgeborene is het van belang afkoeling te voorkomen; gebruik bij prematuren < 32 weken hiervoor ook een plastic zak.Om te beoordelen of interventie noodzakelijk is, worden hartslag, kleur, ademhaling, tonus en reactie beoordeeld.Zowel bij het begeleiden van de pulmonale en hemodynamische transitie bij de geboorte als bij een resuscitatiescenario wordt gewerkt met het ABC-principe.
A. H. L. C. van Kaam

3. Basic Life Support en Advanced Life Support bij kinderen

Samenvatting
Een circulatiestilstand bij zuigelingen en kinderen vereist een gestructureerde aanpak volgens de ABC-methode (airway, breathing en circulation). Basic Life Support (BLS) bestaat uit alarmeren, kunstmatige beademing en thoraxcompressies en moet snel worden opgestart. Na de start van BLS moet zo snel mogelijk worden overgegaan op Advanced Life Support (ALS). De eerste stap is het bepalen van het hartritme met een ECG-monitor, zodat het juiste behandelschema kan worden bepaald. De behandeling van een niet-schokbaar ritme (asystolie of polsloze elektrische activiteit) bestaat uit adrenaline, adequate BLS en behandeling van reversibele oorzaken. De behandeling van een schokbaar ritme (ventrikelfibrilleren of polsloze ventrikeltachycardie) bestaat uit defibrillatie, adequate BLS, behandeling van reversibele oorzaken en eventueel adrenaline en amiodaron. De reversibele oorzaken (4 H’s en 4 T’s) zijn: hypoxie, hypovolemie, hyperkaliëmie en andere elektrolytafwijkingen, hypothermie, spanningspneumothorax, tamponnade van het hart, toxische stoffen en trombo-embolie. Ook goede postreanimatiezorg is belangrijk voor een goede outcome.
J. K. W. Kieboom, N. M. Turner

4. Shock

Samenvatting
De stadia, symptomen, pathofysiologische mechanismen, classificatie, monitoring en behandeling van shock worden in dit hoofdstuk besproken. De definitie, symptomen en specifieke behandeling van anafylactische shock komen in de laatste paragraaf aan de orde.
E. S. Veldhoen, J. J. Verhoeven

5. Acute hartritmestoornissen

Samenvatting
Een gestructureerde benadering van de opvang van een kind met ritmestoornissen wordt beschreven. Zowel supraventriculaire als ventriculaire ritmestoornissen komen aan de orde, met duidelijke richtlijnen om ze van elkaar te leren onderscheiden. Een heldere leidraad wordt gegeven voor de acute initiële opvang om de patiënt te stabiliseren. De specifieke behandeling van de verschillende ritmestoornissen wordt uitgelegd aan de hand van overzichtelijke figuren.
M. van Osch-Gevers, M. de Hoog

6. Ademhalingsinsufficiëntie

Samenvatting
Ademhalingsinsufficiëntie is een situatie waarbij er als gevolg van in of buiten de longen aanwezige ziekteprocessen een situatie ontstaat waarbij er onvoldoende zuurstof wordt opgenomen en/of kooldioxide wordt afgegeven. Wanneer de situatie niet levensbedreigend is, moet het onderzoek naar de oorzaak bestaan uit een uitgebreide anamnese en inspectie, palpatie, percussie en auscultatie van de bovenste luchtwegen en thorax. Afhankelijk van de ernst, de oorzaak en de mogelijke onderliggende aandoening zal indien nodig gekozen worden voor respiratoire ondersteuning, hetzij medicamenteus, hetzij met ademhalingsondersteuning. Ondersteuning kan plaatsvinden door het toedienen van zuurstof met een neusbril of met hoge flow zuurstoftoediening (Optiflow®). Bij ernstige respiratoire insufficiëntie zijn non-invasieve en invasieve kunstmatige beademing de behandelopties. Om longschade door invasieve beademing te voorkomen, wordt getracht met lage tidal volumes te beademen. Daarbij kan een zekere mate van hypoxie en hypercapnie geaccepteerd worden, afhankelijk van de pH van de patiënt.
K. F. M. Joosten, A. P. M. Duyndam

7. Inspiratoire stridor inspiratoire stridor

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de analyse van het kind met een inspiratoire stridor. Een puntsgewijze differentiaaldiagnose van ziektebeelden die inspiratoire stridor geven wordt weergegeven. Vervolgens wordt verder ingegaan op de etiologie, symptomen, diagnostiek en behandeling van acuut optredende ziektebeelden die inspiratoire stridor geven, te weten laryngitis, laryngotracheobronchitis, epiglottitis en aspiratie van een corpus alienum.
K. F. M. Joosten, B. Pullens

8. Acute astma-aanval

Samenvatting
Status asthmaticus ofwel ernstig acuut astma is een levensbedreigende aandoening die noodzaakt tot snelle analyse en interventie. De ernst van de astma-aanval en de reactie op behandeling kunnen worden bepaald met de astmascore, die varieert van 5–15. De initiële behandeling bestaat uit frequent/continu vernevelen met salbutamol – de eerste twee keer aangevuld met ipratropiumbromide – en prednison. Bij lagere saturaties wordt zuurstof via een non-rebreathingmasker toegediend. De verdere behandeling bestaat uit het stapsgewijs toevoegen van magnesiumsulfaat en salbutamol intraveneus.Bij de behandeling is monitoren van de toestand van de patiënt via de ABCDE-methodiek essentieel.Beademen is zelden noodzakelijk en de indicatie voor- en timing van intubatie en mechanische beademing, alsook andere behandelmodaliteiten, vinden bij voorkeur plaats in overleg met de PICU.
M. de Hoog, C. M. P. Buysse

9. Status epilepticus

Samenvatting
Een status epilepticus is een levensbedreigende situatie. Men spreekt van een status epilepticus wanneer een aanval langer duurt dan 30 minuten of als bij meerdere aanvallen het bewustzijn tussen de aanvallen door niet herstelt gedurende minstens 30 minuten. Wanneer een aanval langer duurt dan 5 minuten wordt het steeds moeilijker de aanval te couperen en spreekt men van een dreigende status epilepticus. De behandeling van een status epilepticus bestaat uit het veilig stellen van de vitale parameters (volgens ABC), het zo spoedig mogelijk couperen van de aanval en het diagnosticeren en behandelen van de oorzaak die de status epilepticus heeft uitgelokt. Dit hoofdstuk bestaat uit een stroomdiagram waarin de behandeling stapsgewijs wordt beschreven.
M. de Hoog, K. F. M. Joosten, M. Hunfeld

10. Coma en intracraniële drukverhoging

Samenvatting
Coma en intracraniële drukverhoging zijn levensbedreigende aandoeningen. De differentiaaldiagnose van de oorzaken van een coma is breed en anamnese, lichamelijk onderzoek en neurologisch onderzoek dragen bij aan de diagnostiek. Aanvullend onderzoek gebeurt op indicatie. De behandeling is gericht op stabilisatie volgens de ABC-methode en op het behandelen van de oorzaak. De prognose hangt sterk af van de oorzaak. Men spreekt van hersendood bij volledig en onherstelbaar verlies van de functies van de hersenen, inclusief de hersenstam en het verlengde merg. Deze diagnose mag worden gesteld door een (kinder)neuroloog of neurochirurg aan de hand van het neurologisch onderzoek in combinatie met aanvullend onderzoek.Verhoogde intracraniële druk kan ontstaan door een liquorcirculatiestoornis, een ruimte-innemend proces of hersenoedeem. Hierbij kan uncale herniatie optreden of herniatie via het foramen magnum. Behandeling is gericht op het waarborgen van de vitale parameters, het verlagen van de intracraniële druk en zorgen voor een goede cerebrale perfusie.
M. de Hoog, M. Hunfeld

11. Verdrinking

Samenvatting
Verdrinking komt vooral voor bij kinderen tussen de 1 en 5 jaar. Kinderen die reageren op Basic Life Support hebben een goede prognose. De prognose van kinderen die Advanced Life Support nodig hebben is veel slechter. Circulatiestilstand gaat dikwijls gepaard met hypothermie, waardoor aanpassingen in de Advanced Life Support gelden: bij een centrale lichaamstemperatuur < 30 °C wordt geen reanimatiemedicatie toegediend en wordt maximaal driemaal gedefibrilleerd. Bij een lichaamstemperatuur van 30–35 °C wordt de medicatie met dubbele tussenpoos gegeven en verloopt de defibrillatie zoals gebruikelijk. Bij persisterende circulatiestilstand met ernstige hypothermie is extracorporele life support aangewezen, vooral wanneer afkoeling snel of voorafgaand aan de hypoxie kon optreden. Tijdig overleg met de regionale kinderintensivecare is aangewezen. Na verdrinking kunnen secundair respiratoire complicaties optreden. Elk kind moet dan ook 6–8 uur worden geobserveerd; als het dan geen respiratoire verschijnselen vertoont, kan het naar huis worden ontslagen.
J. K. W. Kieboom

12. Vergiftiging

Samenvatting
Algemene principes van anamnese, lichamelijk onderzoek, aanvullend onderzoek en behandeling van kinderen die zich presenteren met het vermoeden op een vergiftiging, worden in dit hoofdstuk beschreven. Bij een onbekende giftige stof kunnen er symptomen zijn die een aanwijzing geven over de aard van de stof. Alcohol- en paracetamolintoxicatie komen relatief frequent voor en worden separaat besproken.
H. A. Moll, J. J. Verhoeven

13. Thermoregulatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden de oorzaken, klinische symptomen en behandelingsmogelijkheden van onbedoelde hypothermie en hyperthermie besproken. Maligne hyperthermie is een levensbedreigende complicatie van algehele anesthesie waarop men bedacht moet zijn bij kinderen met bepaalde spierziekten.
J. J. Verhoeven

14. De opvang en (eerste) behandeling van kinderen met brandwonden

Samenvatting
Bij kinderen is hetevloeistofverbranding op jonge leeftijd de voornaamste oorzaak van verbranding; op oudere leeftijd komen meer vlamverbrandingen voor. Bij de opvang en behandeling van patiënten met brandwonden is het van belang de ABCD-systematiek te gebruiken en een juiste inschatting te maken van de brandwonddiepte en -grootte. Onder bepaalde criteria worden kinderen overgeplaatst naar een brandwondencentrum voor een multidisciplinaire behandeling. Dan moet vóór overplaatsing de juiste behandeling worden gestart. Dit hoofdstuk is een handreiking voor de opvang en eventuele doorverwijzing van kinderen met brandwonden. Bij twijfel wordt geadviseerd te overleggen met het dichtstbijzijnde brandwondencentrum.
M. G. A. Baartmans, H. G. Stas, C. H. van der Vlies

15. Brief Resolved Unexplained Event (BRUE)

Samenvatting
De term ALTE maakt plaats voor de term brief resolved unexplained event, een passagère onverklaarde gebeurtenis. Afhankelijk van de risico-inschatting kan een expectatief beleid worden gevoerd of kan worden besloten tot klinische opname voor diagnostiek.
W. G. Leeuwenburgh-Pronk, K. F. M. Joosten

16. Syncope

Samenvatting
Syncope is een veelvoorkomend probleem dat bij patiënt en ouders vaak voor veel ongerustheid zorgt. Toch is de oorzaak meestal onschuldig. Met dit hoofdstuk willen we de algemeen kinderarts handvatten geven om onschuldige reflexsyncope te herkennen en deze te onderscheiden van veel zeldzamere, niet-onschuldige oorzaken van wegrakingen, zoals hartafwijkingen en hartritmestoornissen. Het tijdig herkennen van de onschuldige reflexsyncope bespaart de patiënt maar ook de dokter veel onnodige onrust en onzekerheid. De pijlers van de evaluatie van syncope bestaan uit een zorgvuldige anamnese, het herkennen van de typische prodromen en eventueel rodevlagsignalen (zoals syncope tijdens inspanning), Samen met een goede familieanamnese en zorgvuldig lichamelijk onderzoek leidt dit meestal tot een adequate diagnose. De behandeling bestaat uit zorgvuldige uitleg en het bewust maken van het onschuldige en zelflimiterende karakter van de klachten. Na deze geruststelling zullen de klachten vaak minder als een probleem worden ervaren.
M. de Vroomen, B. Bartelds

Algemene onderwerpen

Voorwerk

17. Verrichtingen

Samenvatting
Dit hoofdstuk bevat een weergave van de belangrijkste verrichtingen/procedures in de kindergeneeskunde. De te volgen werkwijzen worden stapsgewijs besproken. De hier gegeven algemene beschrijvingen van de procedures dienen als leidraad; uiteraard kunnen lokale richtlijnen hiervan (meestal op details) afwijken. Het hoofdstuk besluit met een korte beschrijving van de verschillende mogelijkheden voor weefselonderzoek en de richtlijnen voor inzending van materiaal.
P. C. J. de Laat, G. Derksen-Lubsen, R. R. de Krijger

18. Voeding en diëtetiek

Samenvatting
Voeding speelt een belangrijke rol bij de normale groei en ontwikkeling van kinderen, en daarnaast bij het herstel tijdens de behandeling van acute en chronische ziekten. Het heeft een grote invloed op de gezondheid op lange termijn. In dit hoofdstuk wordt de gebruikelijke voeding van kinderen in alle leeftijdsfasen besproken: borstvoeding/moedermelk in de babyfase en beschikbare kunstvoedingen die als alternatief beschikbaar zijn, het starten van bijvoeding (rekening houdend met eventuele allergieën of overgevoeligheden) en aanbevolen hoeveelheden voedingsstoffen en voedingsmiddelen bij het opgroeiende kind. Tevens wordt beschreven met welke methoden de mate van groei en voedingstoestand van zieke kinderen kan worden vastgesteld, hoe de behoefte aan voedingsstoffen wordt vastgesteld en welke aanpassingen ten aanzien van voeding mogelijk zijn. Daarbij worden ook de verschillende toedieningswegen (per os, enteraal, parenteraal) van voeding besproken, met de bijbehorende aandachtspunten.
M. E. Dijsselhof, A. Kindermann

19. Dehydratie en water- en zouthuishouding

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt, naast de normale behoefte aan water en mineralen, de belangrijkste principes voor de diagnostiek en behandeling van verstoringen in de water- en zouthuishouding bij kinderen. Het bevat een praktische leidraad voor de orale en parenterale behandeling van de verschillende vormen van dehydratie bij kinderen en van de daarmee soms gepaard gaande verstoringen in de elektrolytenbalans en het zuur-base-evenwicht. Daarnaast wordt in een aantal tabellen achtergrondinformatie gegeven over de samenstelling van lichaamsvloeistoffen, en ook over de eigenschappen van de meest gebruikte infusievloeistoffen.
P. C. J. de Laat, E. M. Dorresteijn, D. K. Bosman

20. Beeldvormende diagnostiek

Samenvatting
Bij de beeldvorming in de radiologie wordt gebruikgemaakt van röntgenstralen (conventioneel onderzoek en CT), geluidsgolven (echografie), magnetische velden met radiogolven (MRI), gammastralen (scintigrafie) en positronemissie (PET). Röntgenstraling en de straling die gebruikt wordt bij nucleair onderzoek, zijn geassocieerd met het ontwikkelen van kanker. Daarom is beperking van de stralingsdosis van belang. Een juiste indicatiestelling en voorbereiding zijn een must. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan stralingsdosis, indicaties voor bepaalde typen radiologisch onderzoek, voorbereiding van de verschillende onderzoeken en een paar vuistregels voor de beoordeling van radiologisch onderzoek.
F. Klerx-Melis, H. C. Holscher

21. Pijn

Samenvatting
Pijn is niet acceptabel en moet optimaal worden bestreden. Een goede pijnbestrijding houdt in de preventie van pijn en niet het telkens opnieuw behandelen van pijn. Stel een strikt pijnbestrijdingsschema in; ‘zo nodig’-medicatie voorschrijven is achterhaald. Besteed ook aandacht aan psychologische aspecten: afleiding en vermindering van angst reduceren de pijnbeleving. Voeg, wanneer angst overheersend is, een anxiolyticum toe. Als leidraad voor de behandeling van acute en/of chronische pijn wordt gebruikgemaakt van de WHO-pijnladder. De meest gebruikte analgetica worden in dit hoofdstuk besproken.
R. A. van Lingen

22. Procedurele pijnstilling en sedatie

Samenvatting
Tijdens medische verrichtingen ervaren kinderen vaak angst en pijn, waarvoor procedurele pijnstilling en/of procedurele sedatie aangewezen kunnen zijn. Bij procedurele pijnstilling moet een onderscheid worden gemaakt tussen topicale anesthesie van de huid, lokale infiltratie met gebufferde anesthetica en kortwerkende, krachtige systemische analgetica. Voor de topicale anesthetica is het van groot belang dat ze tijdig worden aangebracht en dat het gebruik ervan een vast onderdeel vormt van alle (niet-urgente) prikprocedures bij kinderen. Procedurele sedatie kan het best worden onderverdeeld in enerzijds lichte sedatie en anderzijds matige tot diepe sedatie. Lichte sedativa (bijv. lachgas (tot 50 %), midazolam en de alfa-2-agonisten clonidine en dexmedetomidine) kunnen meestal veilig worden toegediend binnen relatief eenvoudige randvoorwaarden. Matig-tot-diepe sedativa (bijv. propofol, ketamine) hebben daarentegen een complexer veiligheidsprofiel en mogen alleen worden toegediend door professional die specifiek in het gebruik ervan zijn opgeleid en werken binnen uitgesproken veiligheidsvoorwaarden. Het gebruik van deze categorie sedativa is aangewezen tijdens invasieve procedures en bij verrichtingen die lang stilliggen vereisen.
Piet L. Leroy

23. Palliatieve zorg

Samenvatting
Kinderen en ouders kunnen op elk moment in het leven, van kort voor de geboorte tot in de puberteit, onverwacht worden geconfronteerd met een levensduur-beperkende of levensbedreigende aandoening. Kinderpalliatieve zorg begint bij het stellen van de diagnose, ongeacht of curatie nog mogelijk is, en beperkt zich niet tot terminale zorg. Het tijdig bespreekbaar maken van enerzijds het mogelijke verloop van de ziekte en de behandelopties en anderzijds de verwachtingen en wensen van het kind en de ouders (zogenoemde Advance Care Planning) is van grote waarde: deze informatie is de basis voor het individuele zorgplan, dat bijdraagt aan verbetering van de overdracht tussen de eerste, tweede en derde lijn en dus aan de kwaliteit van zorg en kwaliteit van leven, ook als dat leven vroeg eindigt.
S. M. van Walraven, L. M. Ball, G. C. B. Bindels-de Heus, E. M. C. Michiels, A. A. E. Verhagen

24. Handelen bij overlijden

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe te handelen bij overlijden van een kind. Het overlijden van een kind is een zeer emotionele gebeurtenis, waarbij het uitgangspunt moet zijn dat ons handelen recht doet aan het kind, zijn ouders en anderen in zijn omgeving. Tegelijkertijd zijn er wettelijke maatregelen waar wij ons aan moeten houden als (behandelend) arts. De procedure gericht op nader onderzoek naar de doodsoorzaak bij kinderen (NODOK) wordt in dit hoofdstuk toegelicht.
D. M. C. B. van Zeben-van der Aa, R. R. de Krijger, B. A. Semmekrot

25. Ethische en juridische aspecten van diagnostiek en behandeling

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt de ethische en juridische kaders rondom informatieverstrekking en toestemming voor diagnostiek en behandeling bij minderjarige patiënten. Verder wordt ingegaan op de begrippen voogdij, (voorlopige) ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing. Ten slotte wordt aan de hand van een stappenplan geschetst hoe een moreel beraad kan worden vormgegeven.
W. G. Leeuwenburgh-Pronk, C. E. Philips-Santman, M. C. de Vries

Infectieziekten en immunologie

Voorwerk

26. Vaccinatie

Samenvatting
De incidentie, morbiditeit en mortaliteit van de meeste infectieziekten zijn sterk teruggedrongen door de introductie van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). In het RVP worden twee verschillende soorten vaccins gebruikt, levend verzwakte vaccins en geïnactiveerde vaccins. Er zijn weinig absolute contra-indicaties voor vaccineren, alleen een ernstige allergische reactie op een vaccin of een onderdeel daarvan is een reden om niet te vaccineren. Lokale ontstekingsverschijnselen rondom de plaats van de injectie en verschijnselen van algehele malaise kunnen optreden na een vaccinatie. Ernstige bijwerkingen komen zelden voor. Een recente ontwikkeling op het gebied van vaccinatie is maternale immunisatie.
D. Barug, F. S. Stoutjesdijk, M. A. van Houten

27. Virale diagnostiek

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de diverse indicaties voor het uitvoeren van virale diagnostiek. Er worden instructies gegeven voor de keuze van het type materiaal, bewaarcondities en het transport. Het belang van het aanleveren van de juiste klinische en epidemiologische gegevens wordt benadrukt. Per ziektebeeld worden de mogelijke virale verwekkers weergegeven met een advies voor het in te zenden materiaal.
A. C. T. M. Vossen

28. Koorts en koortssyndromen

Samenvatting
Ongeveer 25–40 % van de kinderen zoeken acute kindergeneeskundige hulp in verband met koorts. In dit hoofdstuk behandelen de auteurs: (1) alarmsymptomen en beleid van een ernstige of specifieke infectie (bijv. pneumonie en urineweginfectie); (2) febris e causa ignota (koorts e.c.i.), die zich kenmerkt door aanhoudende of recidiverende koorts; (3) kinderen met een tropische infectieziekte (waaronder malaria en dengue); dit is zeldzaam, maar er zijn veel mogelijke oorzaken van koorts na tropenbezoek. Een systematische benadering is van belang om de aandoeningen te identificeren die bedreigend, behandelbaar en/of besmettelijk zijn.
R. Oostenbrink, J. Frenkel, K. Koop, M. Boele van Hensbroek

29. Infectieziekten

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen kliniek, diagnostiek en behandeling van de belangrijkste infectieziekten bij kinderen aan de orde.
N. G. Hartwig, Th. F. W. Wolfs

30. Immunodeficiëntie

Samenvatting
Primaire immunodeficiënties zijn zeldzaam, maar tijdige diagnose ervan is belangrijk, zowel voor de prognose van de patiënt als voor het kunnen uitbrengen van genetisch advies. Infecties zijn de belangrijkste maar zeker niet de enige uitingsvorm. Analyse in stappen, waarbij als eerste wordt gescreend op de ernstigste aandoeningen en bij langdurige, terugkerende klachten of ongewone presentatie onderzoek in meer detail wordt verricht, is de beste aanpak. Ernstige gecombineerde immunodeficiëntie is zeer zeldzaam maar wel levensbedreigend; acuut handelen bij vermoeden hiervan is een vereiste. Failure to thrive en opportunistische infecties kunnen hierop wijzen. Recidiverende luchtweginfecties bij (jonge) kinderen vormen een heel ander probleem: meestal is hier geen onderliggende immunodeficiëntie, maar dit kan wel het geval zijn. Het herkennen hiervan vraagt om tijdig overleg met een immunoloog, zodat immunodeficiënties tijdig te detecteren zijn zonder aan overdiagnostiek te doen.
E. de Vries, J. J. M. van Dongen, G. J. A. Driessen

31. Antimicrobiële therapie

Samenvatting
Antibiotica worden frequent voorgeschreven bij kinderen. Het is belangrijk dit te doen vanuit het principe van ‘antibiotic stewardship’, om resistentievorming te beperken en waar mogelijk te voorkomen. In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de verschillende antibacteriële middelen en mechanismen van resistentie, empirische antibacteriële behandeling, antivirale therapie, antimycotische therapie, antiparasitaire therapie, alsmede antimicrobiële profylaxe.
N. G. Hartwig, E. P. Buddingh, G. J. A. Driessen

Specifieke aandoeningen

Voorwerk

32. Longziekten

Samenvatting
Bij kinderen zijn longziekten de belangrijkste reden voor contact met de huisarts en de kinderarts. Veelvoorkomende aandoeningen zijn luchtweginfecties, longontsteking, pleuravocht, pneumothorax en astma. We bespreken de diagnostiek en behandeling van enkele belangrijke lagere luchtweginfecties, waaronder bronchiolitis, pneumonie en longtuberculose. Pleuravocht kan optreden bij pneumonie, maar heeft ook niet-infectieuze oorzaken. Bij de behandeling speelt de vraag wanneer drainage of operatieve behandeling in aanmerking komt, en dit wordt in een beslismodel aangegeven. Ook bij de behandeling van pneumothorax komt de keuze tot al dan niet invasief behandelen aan de orde. Astma is bij kinderen een verzamelterm voor een heterogene groep aandoeningen die worden gekenmerkt door wisselende luchtwegobstructie. De ernst daarvan kan variëren van licht tot levensbedreigend. We melden de nieuwe inzichten in de beoordeling en behandeling van astma. Het hoofdstuk besluit met een korte bespreking van de longfunctiediagnostiek bij kinderen.
J. C. de Jongste

33. Cystische fibrose

Samenvatting
Cystische fibrose (CF) is een autosomaal recessief erfelijke ziekte, die berust op een mutatie in het gen op chromosoom 7 dat codeert voor het eiwit CF transmembrane conductance regulator (CFTR). Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de pathofysiologie, diagnostiek, behandeling en complicaties van CF. Sinds de invoering van neonatale screening worden de meeste CF-patiënten in een vroege fase gediagnosticeerd. Toch moet de clinicus nog steeds bedacht zijn op patiënten die bij de screening zijn gemist. De behandeling van CF vindt plaats in een centrum door een gespecialiseerd team. De symptomatische behandeling is erop gericht vanaf de diagnose schade aan de organen tot een minimum te beperken en groei te optimaliseren. Therapieën om het defect van het CFTR-eiwit te behandelen zijn in opkomst maar het zal nog lang duren voordat hiermee alle bekende defecten kunnen worden behandeld.
H. A. W. M. Tiddens, J. M. Hulst, H. M. Janssens

34. Maag-darm-leverziekten

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden leverziekten bij pasgeborenen en oudere kinderen besproken, inclusief de differentiaaldiagnose en aanvullende diagnostiek. Er wordt extra aandacht besteed aan de definitie, behandeling en monitoring van acuut leverfalen. Op het gebied van maag-darmziekten komen aan bod: malabsorptie, voedselallergie, eosinofiele gastro-intestinale aandoeningen, acute en chronische diarree, acute en chronische buikpijn, obstipatie, chronisch inflammatoire darmziekten, maagulcera en ingestie van corpora aliena. Verschillende vormen van aanvullende diagnostiek op maag-darm-levergebied worden uitgebreid toegelicht.
D. M. Hendriks, V. M. Wolters

35. Allergologie

Samenvatting
Een allergie is een reactie van het immuunsysteem op een lichaamsvreemde stof. De meeste allergische reacties worden veroorzaakt door IgE tegen het allergeen (type I-reactie). Dit veroorzaakt acute klachten na expositie aan het allergeen in een reproduceerbaar patroon. De diagnose allergie kan alleen worden gesteld na het aantonen van IgE in combinatie met een acute klinische reactie na expositie; de aanwezigheid van alleen IgE tegen een allergeen is niet bewijzend voor een allergie. Soms is een provocatie nodig om de diagnose te stellen. Type I-allergieën kunnen bestaan tegen voeding, inhalatieallergenen, medicatie en insectengif.
D. H. J. Verhoeven, L. N. van Veen

36. Cardiologie

Samenvatting
Dit hoofdstuk geeft een beknopt overzicht van de basale aspecten van de kindercardiologie. Hierbij wordt nader ingegaan op de betekenis van een hartgeruis en op de rol en betekenis van het ECG als screeningsinstrument voor hartafwijkingen en ritmestoornissen. Herkenning van zowel aangeboren als verworven hartafwijkingen wordt besproken, waarbij cyanose en hartfalen uitvoerig aan de orde komen. Aandacht wordt besteed aan de behandeling van specifieke hartafwijkingen in de acute fase en op de langere termijn. De belangrijkste postoperatieve complicaties worden beknopt beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een kort overzicht van cardiomyopathieën.
I. M. E. Frohn-Mulder, M. van Osch-Gevers

37. Nefrologie

Samenvatting
Nierziekten bij kinderen hebben hun oorsprong in verschillende onderdelen van de nier. Ze kunnen het gevolg zijn van aangeboren afwijkingen aan nieren en/of urinewegen, of verworven, bijvoorbeeld door een ontstekingsproces. Als het probleem binnen de nier gelegen is, kan het primair glomerulair zijn of tubulair. In het eerste geval gaat de ziekte gepaard met hematurie of proteïnurie met of zonder vermindering van de glomerulaire filtratiefunctie of hoge bloeddruk, in het tweede geval met stoornissen van elektrolyten en/of zuurgraad in het bloed. Metabole stoornissen en infecties kunnen steenvorming veroorzaken. In dit hoofdstuk worden diagnostiek en behandeling van de diverse nierziekten en hun symptomen besproken.
K. Cransberg, J. van den Hoek

38. Oncologie

Samenvatting
Hoewel kanker bij kinderen een relatief zeldzame ziekte is, is het een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen tot 18 jaar. De laatste decennia is de overlevingskans fors toegenomen, tot ruim 75 %. Deze toegenomen survival komt door verbeterde chirurgie, radiotherapie en chemotherapie, en door betere supportive care. Door de verbeterde survival wordt het aantal overlevers van kinderkanker snel groter. Deze survivors hebben een grotere kans op bijvoorbeeld secundaire tumoren, hartfalen, endocrinologische problemen, infertiliteit en psychosociale late effecten. In dit hoofdstuk worden de verschillende ziektebeelden beschreven, waarbij het nadrukkelijk niet de bedoeling is een tekstboek over kinderkanker te vervangen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan supportive care en late effecten. Waar nodig wordt verwezen naar bijvoorbeeld de SKION-website (www.​skion.​nl), waar de meest actuele behandelingen te vinden zijn.
M. M. van den Heuvel-Eibrink, W. J. E. Tissing

39. Hematologie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden in vogelvlucht de diverse ziektebeelden besproken die binnen de kinderhematologie vallen: anemie, pancytopenie, leukocytose en leukopenie, trombocytose en trombopenie, diverse congenitale en verworven stoornissen van de hemostase zoals: ziekte van Von Willebrand, hemofilie, de diverse trombocytopathieën en ook veneuze en arteriële trombose. Stapsgewijs maakt u kennis met de presentatie, de diagnostiek, de differentiaaldiagnoses en de pijlers in de behandeling.
M. H. Cnossen, C. J. Fijnvandraat

40. Endocrinologie

Samenvatting
Het endocriene stelsel reguleert processen van stofwisseling, rijping en groei. Op de kinderleeftijd hebben endocriene (hormonale) stoornissen vaak gevolgen voor groei, puberteit en ontwikkeling. Dit hoofdstuk richt zich vooral op stoornissen in de lengtegroei, de puberteit, de lichaamssamenstelling en de geslachtelijke ontwikkeling en daarnaast aandoeningen van de schildklier, de bijnieren, de bijschildklieren en de geslachtsklieren en tot slot stoornissen in de botopbouw, het calciummetabolisme en de water- en zouthuishouding. De meest voorkomende kinderendocrinologische aandoeningen komen in de volle breedte van het vakgebied aan bod. De symptomen, de diagnostiek inclusief functietests en de behandeling worden op praktijkgerichte wijze besproken. Gebaseerd op de nieuwste landelijke en internationale richtlijnen sluit dit hoofdstuk aan bij de algemeen kindergeneeskundige praktijk waar kinderen met endocriene stoornissen worden gezien.
E. L. T. van den Akker, D. C. M. van der Kaay, A. M. Boot

41. Diabetes mellitus

Samenvatting
De algemeen kinderarts komt op verschillende manieren in aanraking met diabetes mellitus. De chronische begeleiding vindt veelal plaats door gespecialiseerde teams. In dit hoofdstuk komen de aspecten van dit ziektebeeld aan bod die relevant zijn voor de algemene praktijk. Dat betreft onder meer de diagnosestelling, de aanpak van een diabetische ketoacidose in hoofdlijnen en de begeleiding rondom operatieve ingrepen. Het doel is niet het hele zorgpakket onder de aandacht te brengen, maar nadrukkelijk handvatten te geven voor die situaties waar diabetes de algemene praktijk raakt.
D. Mul, P. G. Voorhoeve, A. E. Brandsma

42. Metabole ziekten

Samenvatting
Metabole ziekten zijn individueel zeldzaam, maar komen als groep relatief vaak voor (geschatte incidentie 1:800). Door de ontwikkelingen in zowel metabole als genetische diagnostiek wordt sneller een diagnose gesteld en worden naast de klassieke presentatievormen steeds meer en mildere fenotypen van metabole ziekten vastgesteld. In dit hoofdstuk worden de klinische symptomen, de diagnostiek en de basisprincipes van behandeling van de belangrijkste (groepen van) metabole ziekten beschreven. Hierbij is er specifieke aandacht voor de herkenning, de differentiaaldiagnose en behandeling van de belangrijkste metabole ontregelingen: hypoglykemie, hyperammoniëmie en metabole acidose. Ook wordt kort ingegaan op innovatieve therapieën voor metabole ziekten.
H. H. Huidekoper, M. Williams, A. T. van der Ploeg

43. Reumatologie

Samenvatting
Gewrichtsklachten komen op de kinderleeftijd regelmatig voor. In dit hoofdstuk worden aspecten uit anamnese, lichamelijk onderzoek en differentiaaldiagnose van kort bestaande pijn in een of meer gewrichten besproken. Daarnaast komen diagnostiek en behandeling van juveniele idiopathische artritis, systemische lupus erythematodes en juveniele dermatomyositis aan bod. De meeste vooruitgang is de laatste decennia geboekt in de behandeling van juveniele idiopathische artritis door de komst van biologicals (TNF-alfablokkers, anti Il-1, anti Il-6, abatacept) en door eerdere start van behandeling.
P. C. E. Hissink Muller, N. M. Wulffraat

44. Neurologie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden enkele veelvoorkomende klinische problemen besproken vanuit kinderneurologisch perspectief, zoals afwijkende ontwikkeling, hoofdpijn en afwijkende vorm en grootte van het hoofd. Daarnaast komt een aantal aandoeningen van het zenuwstelsel aan de orde waar de kinderarts regelmatig mee te maken krijgt, zoals koortsconvulsies, epilepsie, neurocutane aandoeningen en schedel-hersenletsel. Daarbij wordt geprobeerd de kinderarts handvatten te bieden om met behulp van anamnese en onderzoek tot een juiste differentiaaldiagnose te komen en daaruit voortvloeiend verantwoorde beslissingen te nemen ten aanzien van zinvol en noodzakelijk aanvullend onderzoek.
O. F. Brouwer

45. Dermatologie

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden enkele veelvoorkomende huidaandoeningen bij kinderen kort besproken en worden concrete adviezen gegeven voor de dagelijkse praktijk. Bij het bespreken van de aandoeningen komen achtereenvolgens symptomen, differentiaaldiagnose, aanvullend onderzoek, behandeling en complicaties aan de orde. Ook worden actuele inzichten aangestipt.
E. J. Mendels, S. G. M. A. Pasmans

46. Neonatologie

Samenvatting
Dit hoofdstuk biedt achtergronden en adviezen voor aanvullende diagnostiek en behandeling van aandoeningen bij de pasgeborene die is opgenomen op de verlos- of kraamafdeling of op de afdeling neonatologie.
A. H. L. C. van Kaam, R. C. J. de Jonge, A. J. Sprij

47. Genetische diagnostiek

Samenvatting
Genetisch onderzoek heeft vaak niet alleen implicaties voor het kind zelf, maar ook voor ouders en soms andere familieleden. Hoewel genetisch onderzoek in veel gevallen behulpzaam is bij het stellen van een definitieve diagnose, kunnen ook varianten in chromosomen of in genen worden gevonden waarbij een causaal verband met de aandoening onzeker of complex is. Vaak is dan vervolgonderzoek van de ouders nodig. Het verdient aanbeveling dit al voordat het onderzoek wordt ingezet met de ouders te bespreken.Wanneer een kind multipele aangeboren afwijkingen heeft of een vertraagde groei en/of ontwikkeling, of wanneer zintuigen zoals oren of ogen zijn aangedaan, is het nuttig de klinisch geneticus in een vroeg stadium bij de diagnostiek te betrekken zodat deze kan adviseren over de in te zetten diagnostiek.
M. H. Breuning, A. van Haeringen

48. Diagnostiek bij vermoeden verstandelijke beperking of globale ontwikkelingsachterstand

Samenvatting
Verstandelijke beperking (intellectual disability) wordt gekenmerkt door een significante beperking in het intellectueel functioneren én in het adaptief gedrag, die is ontstaan vóór de leeftijd van 18 jaar. Van een globale ontwikkelingsachterstand is sprake bij een achterstand op meerdere ontwikkelingsdomeinen. In dit hoofdstuk krijgt u handvatten voor de evaluatie van een vermoeden van verstandelijke beperking, al dan niet als onderdeel van een globale ontwikkelingsachterstand. De speciële anamnese en lichamelijk onderzoek komen aan bod, evenals een voorstel voor een multidisciplinaire aanpak en een stroomschema voor diagnostiek.
A. P. M. van den Elzen, F. G. Ropers

49. Zorg voor het kind met een ernstige meervoudige beperking

Samenvatting
De zorg voor een kind met een ernstige meervoudige beperking is multidisciplinair en pro-actief. Daarbij wordt gestreefd naar één hoofdbehandelaar, die minimaal eenmaal per jaar alle medische, psychosociale en organisatorische aspecten met de ouders bespreekt. In dit hoofdstuk worden deze aspecten gestructureerd behandeld.
G. C. B. Bindels-de Heus, C. R. Lincke, G. Derksen-Lubsen

Sociale pediatrie

Voorwerk

50. Het kind met een onbekende voorgeschiedenis

Samenvatting
De medische zorg voor kinderen met een onbekende voorgeschiedenis, kinderen in een asielprocedure en adoptiekinderen wordt primair gegeven door de Jeugdgezondheidszorg en in geval van kinderen in een asielprocedure tevens door het Gezondheidscentrum Asielzoekers (GCA). Vooral bij de zorg voor adoptiekinderen wordt ook de kinderarts vaak in een vroeg stadium betrokken, zeker als er sprake is van een ‘special need’. Het is belangrijk dat de kinderarts die betrokken raakt bij de zorg voor kinderen met een onbekende voorgeschiedenis, zich bewust is van een aantal bijzondere problemen die zich bij deze groep kinderen kan voordoen, zoals specifieke infecties, psychotraumata en ontwikkelingsproblemen.
J. W. Bolt-Wieringa, A. Baauw, A. M. Oudesluys-Murphy

51. Kindermishandeling

Samenvatting
In dit hoofdstuk komen aan bod de definitie van kindermishandeling, risicofactoren van kindermishandeling en de signalen die kinderen en gezinnen kunnen afgeven. Er wordt nader ingegaan op de juridische aspecten waarmee men als professional rekening moet houden (o.a. het gezag), en begrippen als de kindcheck, Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld worden uitgelegd. Voorbeeldrichtlijnen voor de handelwijze bij een vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld worden gegeven. Dit betreft niet alleen uitleg over te verrichten medisch onderzoek, maar ook over diverse instanties. De lezer zal na doornemen van dit hoofdstuk in staat zijn aan te geven welke factoren kunnen bijdragen aan het ontstaan van kindermishandeling, de juiste protocollen voor het ziekenhuis kunnen benoemen, kunnen aangeven welke organisaties forensisch onderzoek kunnen uitvoeren en kunnen aangeven welke juridische aspecten van belang zijn. Daarnaast heeft de lezer weet van het aanvullend onderzoek dat kan worden verricht bij kinderen met een vermoeden van mishandeling en/of seksueel misbruik en kan deze aangeven welke hulpverleningsorganisaties kunnen worden ingeschakeld.
E. A. Landsmeer-Beker, M. J. Affourtit, A. J. J. Schrama

52. Overgewicht en obesitas

Samenvatting
Een gerichte aanpak van overgewicht en obesitas in het kader van comorbiditeit alsmede sociale en psychische problematiek bij kinderen en adolescenten is van groot belang. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de definitie, ontstaanswijze, noodzakelijke diagnostiek en behandeling van overgewicht en obesitas. Aandachtspunten in anamnese, lichamelijk onderzoek, etiologie, risicofactoren en risicomomenten in het leven van een kind en ook de gevolgen van de ziekte obesitas worden besproken en overzichtelijk weergegeven in figuren en stroomdiagrammen. Uitleg wordt gegeven over het gewichtsgerelateerde gezondheidsrisico (GGR) en de consequenties voor de behandeling.
O. H. van der Baan-Slootweg, E. C. A. M. Houdijk

53. Voedingsstoornissen bij jonge kinderen

Samenvatting
Voedingsproblemen komen bij jonge kinderen veel voor. Een voedingsstoornis bedreigt de groei, gezondheid en/of (psychosociale) ontwikkeling van het kind. Kinderen met voedingsproblemen als gevolg van pedagogische problemen (type I) groeien en functioneren goed. De extreem selectieve eters (type II) ervaren weerstand tegen bepaalde voedingsmiddelen, waardoor tekorten aan micronutriënten kunnen ontstaan. De behandeling van voedingsproblemen als gevolg van een lichamelijke aandoening (type III) is afhankelijk van het onderliggend lijden. Sondevoeding kan nodig zijn, maar moet in verband met potentieel nadelige gevolgen altijd zorgvuldig worden overwogen. Door negatieve associaties kunnen type III-problemen overgaan in pathologische voedselweigering (type IV). Hierbij bestaan langdurig gedragsproblemen met extreem vermijdingsgedrag voor bijna alle soorten voeding.
A. Kindermann, H. Krom

54. Eetstoornissen bij oudere kinderen en adolescenten

Samenvatting
Dit hoofdstuk behandelt eetstoornisproblematiek bij oudere kinderen. De definities, epidemiologie en prognose worden besproken. Daarnaast wordt verder ingegaan op specifieke aandachtspunten bij de anamnese, het lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Ook het behandeltraject wordt besproken, met oog voor de psychiatrische en somatische begeleiding en de somatische complicaties.
A. C. M. van Bellegem, A. A. van Elburg

55. Onverklaarde lichamelijke klachten

Samenvatting
Onverklaarde lichamelijke klachten zijn aan de orde van de dag en zijn frustrerend voor zowel arts als patiënt. De ernst van de klachten vormt een continuüm, variërend van een ongecompliceerde, kortdurende lichamelijke klacht, via de langer dan enkele weken aanhoudende klachten tot de ontwikkeling van een van de onverklaardeklachtensyndromen. Onverklaarde klachten kunnen zich presenteren met bijna elk symptoom. Bij jonge kinderen staat buikpijn op de voorgrond, bij preadolescenten hoofdpijn en bij de adolescent moeheid met spier- en gewrichtspijnen. Aanvullend onderzoek laat geen specifieke afwijkingen zien en de diagnose wordt veelal gesteld op basis van de symptomen en de bijbehorende beperkingen. Kenmerkend is het chronische karakter, met maanden- tot jarenlange klachten, meestal cyclisch, en gepaard gaand met beperkingen in het functioneren. Bij de aanpak van deze klachten wordt het gebruikelijke medisch-diagnostische proces gevolgd, met speciale aandacht voor de bejegening. Goede communicatie tussen arts en patiënt is cruciaal. De keuze van de terminologie die we als artsen gebruiken om deze klachten te duiden is niet onbelangrijk.
E. M. van de Putte

56. Slaapstoornissen

Samenvatting
Problemen met slapen komen vaak voor bij kinderen. Wanneer de slaapproblemen langer dan een maand bestaan, vaker dan drie keer per week voorkomen en zorgen voor klachten overdag, spreken we van een slaapstoornis. Het is van belang slaapproblemen te onderkennen omdat ze grote gevolgen kunnen hebben, zoals gedrags- en leerproblemen en een overbelaste thuissituatie. Om de stoornis gericht te kunnen behandelen is het stellen van een goede diagnose onontbeerlijk. De slaapstoornissen worden ingedeeld in: insomnieën, slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen, centrale hypersomnieën, circadiane ritmestoornissen, parasomnieën en slaapgerelateerde bewegingsstoornissen. Soms is een goede anamnese afdoende, maar regelmatig is aanvullend onderzoek nodig, zoals polysomnografie, actigrafie en de Multiple Sleep Latency Test, om tot een diagnose te komen. De behandeling bestaat onder andere uit verbetering van de slaaphygiëne, cognitieve gedragstherapie, ontspanningstechnieken, ouderbegeleiding en soms chronotherapie. Incidenteel kan de behandeling worden ondersteund met medicatie, maar bij kinderen zijn de langetermijneffecten hiervan onbekend.
E. A. J. Peeters, C. P. Benit, D. Hendriks

Geneesmiddelen en bloedproducten

Voorwerk

57. Bloed en bloedproducten

Samenvatting
In Nederland zijn verschillende bloedproducten beschikbaar. De volbloedafname van de donor wordt verdeeld in drie componenten: erytrocyten, trombocyten en plasma. Alle bloedproducten zijn door een leukocytenfilter gegaan, waardoor er minder kans is op transfusiereacties. In vastgestelde situaties kan het nodig zijn parvovirus B19-veilige bloedproducten te geven. Daarnaast bestaat de mogelijkheid de bloedproducten te laten bestralen. Voor erytrocyten en trombocyten zijn verschillende producten en volumes beschikbaar. Sinds medio 2015 wordt gebruikgemaakt van een ander plasmaproduct. Werd plasma voorheen afgenomen van één donor, nu is dit vervangen door gepoold plasma van meer dan zeshonderd donoren, Omniplasma®. Het plasma kan hierdoor worden bewerkt, waardoor het voldoet aan de strengere eisen op het gebied van infectiepreventie. Het product valt onder de geneesmiddelenwet. De indicaties voor het geven van bloedproducten zijn zeer gevarieerd. Er bestaan geen duidelijke evidence-based richtlijnen voor de transfusietriggers en indicaties.
E. J. Huijssen-Huisman, Y. B. de Rijke

58. Farmacotherapie

Samenvatting
Het doel van geneesmiddelbehandeling is optimale effectiviteit met goede veiligheid. Er zijn veel factoren die deze balans kunnen beïnvloeden: van een goed onderzochte dosering bij kinderen tot het correct innemen van een geneesmiddel. In dit hoofdstuk willen we praktische informatie en adviezen geven die bijdragen aan het veilig en effectief voorschrijven van een geneesmiddel.
S. N. de Wildt, C. W. Ockeloen

59. Acute medicatie

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt een kort overzicht gegeven van acute medicatie waarmee een start kan worden gemaakt in acute situaties.
J. E. Schornagel, G. Derksen-Lubsen, H. A. Moll

Nawerk

Meer informatie