Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Cognitieve gedragstherapie bij jongeren met een eetstoornis is een protocol voor de behandeling van jongeren tussen de 10 en 20 jaar met een eetstoornis. Het protocol bestaat uit een praktische handleiding voor de behandelaar en een aansprekend werkboek voor de jongere.

De handleiding beschrijft voor de verschillende behandelfasen een reeks van mogelijke technieken, waaruit de therapeut kan kiezen. Een theoretische onderbouwing van het behandelprotocol, een overzicht van empirisch onderzoek en een bespreking van gebleken behandelresultaten van verschillende behandelmethoden gaan hieraan vooraf. Het werkboek informeert de jongere over eetstoornissen en bevat opdrachten en oefenmateriaal. Het werkboek wordt los van de handleiding aangeboden. Een protocol dat bruikbaar is voor de behandeling van zowel jongeren met anorexia nervosa, boulimia nervosa als een eetstoornis niet anders omschreven, is niet eerder verschenen in Nederland.

'Deze kleurrijke, fris geïllustreerde boeken vullen een lacune in het arsenaal van elke behandelaar die met deze doelgroep te maken heeft', aldus Chaim Huyser, kinder-en jeugdpsychiater, in Tijdschrift Kinder-& Jeugdpsychotherapie nr 4 2011. Geschikt voor psychologen, orthopedagogen, psychiaters en andere hulpverleners. Dit protocol verschijnt in de Kind en Adolescent Praktijkreeks. Een reeks met heldere en gefundeerde informatie over stoornissen en behandelmethoden voor kinder- en jeugdpsychologen, orthopedagogen, kinder- en jeugdpsychiaters en andere hulpverleners. In iedere uitgave komt een behandelmethode aan de orde.

Inhoudsopgave

Voorwerk

H.1. Inleiding

Samenvatting
Over eetstoornissen en de behandeling daarvan zijn talloze boeken geschreven: over veronderstelde causale en samenhangende factoren; over kwetsbaarheidfactoren en experimenteel onderzoek daarnaar; over empirisch onderzoek naar behandelresultaten. Ook zelfhulpboeken verschijnen aan de lopende band. De aanhoudende stroom is niet bij te houden. Nog niet verschenen is echter – voor zover wij weten – een Nederlandstalige handleiding cognitieve gedragstherapie voor jongeren met een eetstoornis. Dit boek is bedoeld om in deze lacune te voorzien.
Renée Beer, Karin Tobias

H.2. Eetstoornissen

Samenvatting
We beginnen met een beschrijving van het klinische beeld van de verschillende eetstoornissen (AN, BN en eetstoornis NAO). Daarna volgt een schets van de overige eetstoornissen die in de DSM-IV onderscheiden worden en een bespreking van eetproblemen die voorkomen bij kinderen en jongeren. Eetproblemen zijn te onderscheiden van eetstoornissen. Ze worden hier besproken ten behoeve van differentiële diagnostiek. Op de behandeling ervan wordt in deze handleiding niet ingegaan, omdat hiervoor geen specifieke expertise noodzakelijk is op het gebied van eetstoornissen.
Renée Beer, Karin Tobias

H.3. Wetenschappelijke inzichten

Samenvatting
In het vorige hoofdstuk hebben we vastgesteld dat we de oorzaken van eetstoornissen nog niet weten. En hoe zit het dan met behandeling van de verschillende eetstoornissen? In dit hoofdstuk zal blijken dat ‘de’ behandeling voor eetstoornissen al evenmin duidelijk is. Eerst volgt een overzicht van gebruikelijke therapievormen en gebleken resultaten daarvan. Daarna een beschrijving van theoretische modellen en beschouwingen, uitmondend in een werkmodel voor conceptualisatie en behandeling van eetstoornissen.
Renée Beer, Karin Tobias

H.4. Behandeling: pragmatische aspecten

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt besproken voor welke patiënten deze behandeling geschikt is, welke behandeldoelen gesteld kunnen worden en wat specifiek is voor de werkwijze bij jongeren met een eetstoornis. Verschillen met behandeling van volwassenen worden besproken. Voor- en nadelen van groepsbehandeling versus individuele behandeling worden geïnventariseerd. Meetinstrumenten voor diagnostiek en evaluatie van behandeleffecten (eventueel ook tussentijds) zijn op een rijtje gezet. Tot slot volgen suggesties voor materialen en hulpmiddelen die tijdens de therapiesessies gebruikt kunnen worden.
Renée Beer, Karin Tobias

H.5. Behandeling: praktische uitvoering

Samenvatting
AN-patiënten zijn doodsbang voor verandering en dus voor behandeling; dit geldt doorgaans minder voor patiënten met BN. In de meeste gevallen hebben anderen dan de patiënt zelf de hulp ingeschakeld, meestal de ouders; er is zelden sprake van een eigen hulpvraag. Als die er al is, is die meestal niet gericht op herstel van een gezond gewicht, maar op het kwijtraken van gewicht, preoccupatie met voedsel, depressie, angsten en zorgen over de risico’s.
Renée Beer, Karin Tobias

Nawerk

Meer informatie