Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Cognitieve gedragstherapie bij depressie biedt een leidraad voor bij de behandeling van volwassen cliënten met als hoofddiagnose een milde tot ernstige depressieve stoornis, met of zonder dystyme stoornis.Het gedetailleerde protocol maakt gebruik van bewezen effectieve cognitief gedragstherapeutische technieken. In de therapie is aandacht voor: het ontwikkelen van een regelmatiger en stabieler levenspatroon, het onderkennen van problematische cognities, negatieve gedachten of 'leefregels' die van invloed zijn op de depressieve stemming én het leren doorbreken van deze depressogene assumpties.Bij het protocol is ook een werkboek ontwikkeld voor de cliënt (titel: Doorbreek je depressie'). Dit werkboek is opgebouwd volgens dezelfde structuur als het protocol en vormt een essentieel onderdeel van het protocol.Cognitieve gedragstherapie bij depressie is bedoeld als een houvast voor therapeuten bij de behandeling van cliënten met een depressie. Iedere zitting is in het protocol gedetailleerd beschreven. Het protocol is ook geschikt gemaakt voor gebruik in onderzoek.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Abstract
Depressieve stoornissen vormen een groot gezondheidsprobleem in de wereld van vandaag de dag. Volgens de World Health Organization (2001) was depressie in het jaar 2000 de ziekte met de grootste ‘disability’ (d.w.z. de totale tijd van alle mensen ter wereld die aan een ziekte lijden) in de wereld en de vierde ziekte qua ziektelast (d.w.z. de totale tijd plus de verkorting van de levensduur door de ziekte). Men verwacht dat in 2020 depressie na hartfalen de tweede ziekte is qua ziektelast (d.w.z. de totale tijd plus de verkorting van de levensduur door de ziekte).
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Ontwikkeling van het protocol

Abstract
In Amerika en Engeland zijn verschillende protocollen voor cognitieve (gedrags)therapie voor de behandeling van depressie ontwikkeld (Beck, 1976; Beck e.a., 1979; Beck e.a., 1995; Williams, 1984). Hiervan afgeleid zijn er ook in Nederland enkele behandelprotocollen voor behandeling van depressie vanuit het cognitief gedragstherapeutisch referentiekader verschenen, met elk zijn eigen merites (Lange, 2005; Boelens en Bloedjes, 2004; Berndes en Emmelkamp, 1999; Albersnagel, Emmelkamp en Van den Hoofdakker, 1998). Maar geen van deze protocollen werd anno 2005 in de poliklinieken voor volwassenen van GGZ-instelling Arkin systematisch gebruikt. De meeste cognitieve gedragstherapeuten van Arkin waren over geen van deze protocollen tevreden, en iedereen gebruikte op eigen wijze delen van de verschillende protocollen, vaak op maat gemaakt voor de cliënt. Om die reden hebben wij in 2005 besloten een eigen protocol te ontwikkelen.
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Het protocol

Abstract
Het protocol beschrijft de algemene cognitief gedragstherapeutische benadering voor cliënten met depressieve klachten. Uniek aan dit protocol is dat zitting voor zitting nauwkeurig is beschreven waar aan gewerkt kan worden en hoe dit aan de cliënt kan worden uitgelegd. Voor sommigen kan dit als een keurslijf aanvoelen, voor anderen kan het een houvast zijn. Uiteraard kan het protocol meer ‘losgelaten’ worden als je je als behandelaar zekerder voelt in de behandeling van depressieve cliënten.
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Rationale van de behandeling

Abstract
Deze cognitieve gedragstherapie voor depressie is voornamelijk gebaseerd op de cognitieve theorie van Beck (1967) en Beck e.a. (1979). Zorgvuldigheid gebiedt te zeggen dat er ook elementen gebruikt zijn uit de Rationeel-Emotieve Therapie van Ellis (Walen e.a., 1992). Beck stelt dat een depressie een samenspel is van negatieve gedachten en depressieve symptomen als lusteloosheid en inactiviteit, en concentratieproblemen. Bepaalde kritische gebeurtenissen in het leven van de nog niet zo depressieve cliënt, bijvoorbeeld het overlijden van een familielid, ontlokken overtuigingen die opvallend (zelf )veroordelend en pessimistisch van aard zijn (bijv. ‘de dingen gaan altijd verkeerd in mijn leven’).
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Onderzoeksbevindingen

Abstract
In de Nederlandse multidisciplinaire richtlijn voor de behandeling van depressie (CBO, 2005) wordt gemeld dat de werkzaamheid van CGT (evenals van Cognitieve Therapie (CT) en van Gedragstherapie (GT)) groter is dan die van andere psychotherapeutische interventies. Daarbij baseert men zich op een meta-analyse van Gloaguen e.a. (1998). Uit een meta-analyse van Dorrepaal e.a. in 1998 blijken overigens CGT en Interpersoonlijke therapie even effectief te zijn. Wel was het aantal onderzoeken naar IPT gering te noemen. Verder meldt de CBO-richtlijn dat CGT in reviews en buitenlandse richtlijnen ongeveer even effectief is als GT en IPT.
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

(Contra-)indicaties

Abstract
Dit protocol is ontwikkeld voor de ambulante behandeling van cliënten met een depressieve stoornis. Het gaat hierbij om volwassen cliënten in de leeftijd van 18 tot 65 jaar die als hoofddiagnose een depressieve stoornis hebben, met of zonder dysthyme stoornis (APA, 1994; 2000). De ernst kan hierbij variëren van een milde tot en met ernstig depressieve stoornis (een HDRS-score van > 14).
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Fase 1: Veranderen van het activiteitenniveau

Abstract
Het primaire doel van de eerste twee zittingen is het bereiken van overeenstemming over de behandeling van de depressie. Hiervoor is het van belang dat de cliënt zich gehoord en begrepen voelt, maar ook dat de cliënt het idee heeft dat de behandeling aansluit bij zijn klachten. Daartoe inventariseert u de klachten en de gebeurtenissen die hebben bijgedragen tot de klachten. Bij het samenvatten van de klachten legt u de nadruk op het verminderen/aanpassen van het activiteitenniveau, de depressieve cognities en de sombere stemming. Vervolgens legt u de verschillende onderdelen van de behandeling uit. Het aanhouden van onderstaande volgorde is aan te bevelen.
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Fase 2: Cognitieve therapie: onderkennen van problematische cognities

Abstract
Begin na het peilen van de stemming met een korte evaluatie van de afgelopen zittingen
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Fase 3: Verandering van cognities en consolidatie

Abstract
Net als in de voorgaande zittingen maakt u gebruik van een agenda. Het verschil is nu dat u cliënt meer actief gaat betrekken in het vaststellen daarvan. De bedoeling is dat cliënt steeds meer verantwoordelijkheid krijgt en neemt ter bevordering van zijn autonomie. In de vorige zittingen heeft u waarschijnlijk steeds een samenvatting gegeven van de besproken onderwerpen. In deze fase geeft u deze taak meer aan cliënt.
P.J. Molenaar, F.J. Don, J. van den Bout, F. Sterk, J. Dekker

Nawerk

Meer informatie