Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek laat psychologen, psychiaters en andere geïnteresseerden zien hoe schematherapie succesvol kan worden toegepast in de praktijk. Het toont wat de mogelijkheden zijn van deze therapiemethode, waarbij de nadruk ligt op de opbouw van de behandeling.

In Casusboek Schematherapie – 21 voorbeelden uit de praktijk kan de lezer stapsgewijs volgen hoe een schematherapie van begin tot eind wordt vormgegeven. Daarbij is er aandacht voor verschillende soorten problemen en doelgroepen. Zo gaan de auteurs in op behandeling van cliënten met comorbiditeit (bijvoorbeeld PTSS of verslaving), en op verschillen in leeftijd en setting (zoals individueel, of in een groep).

Telkens wordt uitgelegd hoe keuzes zijn gemaakt, hoe de indicatiestelling tot stand kwam, hoe het behandelplan werd samengesteld, en welke uitdagingen er waren om de therapie tot een goed einde te brengen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in de conceptualisatiefase, herkenningsfase, veranderingsfase en de eindfase.

Het boek biedt daarnaast praktische handvatten: elk hoofdstuk bevat aandachtspunten en tips over het onderwerp dat besproken is. De illustraties van Heleen Grandia maken het verhaal toegankelijk en brengen de soms ingewikkelde interne dynamiek helder in beeld.

De samenstellers van dit boek zijn Hellen Hornsveld, Hélène Bögels en Heleen Grandia. Zij werken al jaren met schematherapie. Ze zijn actief in de Vereniging voor schematherapie en zijn als docent en supervisor betrokken bij het onderwijs in schematherapie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Schematherapie bij persoonlijkheidsproblematiek als er ook sprake is van PTSS

‘In het donker zien ze je niet’
Samenvatting
Schematherapie is een bewezen effectieve therapievorm voor persoonlijkheidsstoornissen. Cliënten met deze diagnose hebben echter geregeld ook nog andere klachtgebieden of problemen waarvoor zij therapie krijgen. In dit hoofdstuk gaat het over de combinatie van persoonlijkheidsproblematiek met een posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Omdat persoonlijkheidsproblematiek zich per definitie uitstrekt over verschillende leefgebieden, kan deze de focale behandeling van PTSS bemoeilijken. De kans dat je als therapeut gaat dwalen is dan groot. Toch ontslaat een dergelijke situatie je niet van de verantwoordelijkheid om beredeneerd een gecombineerde behandeling aan te bieden. Maar hoe? In dit hoofdstuk staat beschreven hoe je stap voor stap met je cliënt een gecombineerde behandeling kunt vormgeven vanuit een schematherapeutisch kader.
Danielle Oprel

2. Schematherapie bij verslaving en een persoonlijkheidsstoornis

‘Je zou eigenlijk moeten worden overgebakken’
Samenvatting
Persoonlijkheidsstoornissen en verslaving zijn een vaak voorkomende combinatie. Wat betreft de behandeling vallen cliënten met deze comorbiditeit vaak tussen wal en schip. Schematherapie biedt een referentiekader om beide problematieken geïntegreerd te behandelen. Dit hoofdstuk beschrijft hoe Frank en zijn therapeut, met behulp van schematherapie, proberen Franks alcohol- en drugsgebruik te stoppen en zijn borderlinesymptomen te verminderen. Met vallen en opstaan ontworstelt Frank zich aan zijn problemen. Het hoofdstuk sluit af met praktische handvatten.
Michiel Boog

3. Een topadvocaat met narcistische problematiek

‘Sex and drugs’ als Onthechte Zelfsusser
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe een topadvocaat met narcistische problematiek met behulp van schematherapie zijn cocaïne- en seksverslaving grotendeels weet te doorbreken. Er wordt stilgestaan bij de rol en functie van zijn verslavingsgedrag ten gevolge van zijn schema Emotionele Verwaarlozing en Extreem Hoge Eisen, en onderhouden door zijn hoge werkdruk. De partner wordt geregeld betrokken. De therapeut maakt contact met zijn Kwetsbare Kant, en met behulp van experiëntiële technieken worden zijn problemen veranderd en verminderd en daarmee de onderliggende persoonlijkheidsproblematiek aangepakt.
Marjon Nadort

4. Schematherapie bij een cliënte met een dissociatieve identiteitsstoornis

‘Rust in mijn hoofd’
Samenvatting
Ella is als kind veelvuldig misbruikt door haar vader. Op veertigjarige leeftijd is ze voor het eerst gaan praten over het misbruik en sindsdien heeft ze verschillende vormen van hulpverlening gehad. Na jarenlange behandeling voor haar posttraumatische-stressstoornis en dissociatieve identiteitsstoornis kampt ze nog steeds met een hoge lijdensdruk. Ella heeft veel chaos en drukte in haar hoofd door de acht verschillende identiteiten die ze ervaart. Ze hoort van haar behandelaar dat er een studie gestart wordt naar schematherapie bij dissociatieve identiteitsstoornis. Ze is gemotiveerd een nieuwe behandelmethodiek te proberen en neemt zelf contact op met de onderzoekers om als cliënt aan dit onderzoek deel te nemen. De behandeling verloopt volgens een behandelprotocol dat speciaal voor de studie werd geschreven en duurt drieënhalf jaar. In die periode werkt Ella hard aan het doorbreken van storende patronen en krijgt ze uiteindelijk meer rust in haar hoofd.
Minou van den Ouweland, Rafaële Huntjens, Marleen Rijkeboer

5. Zes jaar en tbs met dwangverpleging

Het slachtoffer in de dader
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de schematherapeutische behandeling van de 42-jarige tbs-patiënt Dave beschreven. Hij heeft ernstige Cluster B-persoonlijkheidsproblematiek en is veroordeeld voor een poging tot doodslag op zijn ex-vrouw. Aan de orde komen de specifieke kenmerken van de forensische setting en welke aanpassingen er in de schematherapie zijn gedaan. Dave is niet gemotiveerd voor behandeling en heeft sterke modi met veel wantrouwen. Door de levensgeschiedenis van Dave en de stappen in de schematherapie binnen het multidisciplinaire tbs-kader te beschrijven, wordt getracht een beeld te schetsen van het proces van dader (met overcompenserende modi op de voorgrond) naar slachtoffer (achterliggende kindmodi) en vervolgens naar Gezonde Volwassene. Aan het einde wordt teruggeblikt op de behandeling van Dave en wordt een aantal conclusies over forensische schematherapie getrokken.
Truus Kersten

6. Schematherapie bij een 75-jarige vrouw

‘Mijn leven zou er heel anders uit hebben gezien als ik deze therapie dertig jaar eerder had gehad’
Samenvatting
Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat schematherapie bij ouderen toepasbaar en effectief is. Het verdient de voorkeur om de casusconceptualisatie, het taalgebruik en de interventies eenvoudig te houden en het helpt om de verworven levenswijsheid en positieve schema’s aan te spreken. Bij ouderen komen complicerende factoren, zoals somatische comorbiditeit, polyfarmacie en een beperkt sociaal netwerk, vaak voor. De beschreven casus betreft een schematherapie bij een 75-jarige vrouw met een borderline- en een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Haar borderlinekenmerken waren minder zichtbaar omdat de vermijding, na vele teleurstellende ervaringen, de overhand had gekregen, iets wat bij ouderen vaker wordt gezien. Onderliggend bleken meerdere schema’s, waaronder Emotionele Verwaarlozing en Wantrouwen/Misbruik, herkenbaar voor cliënte. Ze leerde de verschillende modi herkennen en hanteren. Schematherapie heeft haar de rust gegeven die ze eerder in haar leven niet heeft kunnen ervaren. Het terugblikken op haar leven, met bijbehorende spijt en rouw, is essentieel geweest.
Machteld Ouwens, Arjan Videler

7. Schematherapie bij een lichte verstandelijke beperking, PTSS en borderline-persoonlijkheidstrekken

Ik verdien (g)een kans!!
Samenvatting
Schematherapie als behandeling bij mensen met psychische klachten en een lichte verstandelijke beperking (LVB) is relatief nieuw, terwijl er juist bij deze doelgroep een hoog risico bestaat op de ontwikkeling van (langdurige) psychische problemen. In deze casus staat een jonge vrouw centraal met een PTSS en borderline-persoonlijkheidstrekken. De opbouw van de behandeling wordt uitgebreid beschreven, waarbij er extra aandacht is voor de afstemming op de LVB. In de herkenningsfase wordt stilgestaan bij het modusmodel en de ontwikkeling van de casusconceptualisatie, vergezeld van tips en tricks gericht op de LVB. In de veranderingsgerichte fase worden concrete voorbeelden van interventies gegeven, naast beschreven moeilijkheden en successen in de uitvoering van de behandeling. In de beschouwing is er ruimte voor reflectie, adviezen en valkuilen. De conclusie luidt dat schematherapie zeker het overwegen waard is bij mensen met een LVB en langdurige psychische klachten.
Désirée Martius

8. Met vertrouwen de crisis door in de behandeling van een 25-jarige vrouw met een borderline-persoonlijkheidsstoornis

‘Never waste a good crisis’
Samenvatting
Borderline-persoonlijkheidsproblematiek gaat vaak gepaard met emotieregulatiestoornissen en interpersoonlijke problemen. In dit hoofdstuk wordt geïllustreerd hoe Martine en haar therapeut op diverse momenten ‘overspoeld’ raken. Soms lijkt het therapieproces wel een continue crisis. Dit is niet te voorkomen, maar kan gebruikt worden als signaal: blijkbaar is er iets nodig. De functie van het gedrag onderzoeken en begrijpen welke schema’s zijn geraakt, geven richting aan de interventie. Het werken met fases helpt aan te sluiten bij de emotionele leeftijd en ontwikkelingsfase van het Kwetsbare Kind. Op deze manier is een crisis niet alleen iets wat angst inboezemt, maar ook een moment van de waarheid: iets wat essentieel is voor een succesvolle therapie.
Rosi Reubsaet, Judith Vanhommerig

9. Schematherapie bij een jongere in de gesloten jeugdzorg

Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft het verloop van een schematherapeutische behandeling van een vijftienjarig meisje, Jessica. Zij is wegens ernstige gedragsproblemen opgenomen in een instelling voor gesloten jeugdzorg en doorloopt hier een behandeltraject, waar individuele schematherapie onderdeel van uitmaakt. Daarnaast wordt in het therapeutisch milieu, vormgegeven door pedagogisch medewerkers, gebruikgemaakt van schematherapeutische principes en technieken. Jessica kampt naast de gedragsproblemen, geclassificeerd als een oppositionele-opstandige stoornis, met een PTSS, en er is bovendien sprake van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling en ouder-kindrelatieproblematiek. De behandeling is multidisciplinair en betrekt er ook haar ouders bij. Besproken wordt hoe de behandeling kan worden vormgegeven, tegen welke zaken men aan kan lopen bij het werken met deze doelgroep en hoe daarmee om te gaan. Enkele technieken worden geïllustreerd aan de hand van deze casus. Tot slot wordt teruggekeken op het behandeltraject en worden conclusies getrokken met betrekking tot de haalbaarheid en voorwaarden van schematherapie met deze doelgroep.
Marjolein van Wijk-Herbrink

10. Schematherapie en EMDR: een combinatiebehandeling bij een cliënte met borderline-persoonlijkheidsstoornis

Grenzeloze zorg
Samenvatting
De combinatie van schematherapie en EMDR staat in deze casusbeschrijving centraal. Bij zowel schematherapie als EMDR-therapie wordt verondersteld dat beschadigende gebeurtenissen in het leven van de cliënt ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van psychopathologie. Beide therapievormen beogen verandering aan te brengen in de betekenisverlening van de herinneringen aan deze gebeurtenissen, waardoor de klachten van de cliënt zullen verminderen. Aan de hand van de therapie van Anouk, gediagnosticeerd met een borderline-persoonlijkheidsstoornis, wordt beschreven hoe schematherapie en EMDR met elkaar kunnen worden gecombineerd. Naast de gebruikelijke interventies vanuit schematherapie zijn uit de EMDR-therapie afkomstige zoekstrategieën toegepast om relevante, te bewerken, herinneringen te selecteren. Met name de zogenoemde ‘intrusieroute’ en de ‘opvattingenroute’ zijn hierbij gebruikt. Vervolgens is gebruikgemaakt van zowel imaginaire rescripting als van EMDR. Bij EMDR is een variant van rescripting toegepast: de rescripting interweave.
Linda Hummel, Annemieke Driessen

11. Hoe ADHD en modi elkaar kunnen versterken

‘Ik doe er niet toe’
Samenvatting
De kans op persoonlijkheidsstoornissen blijkt toe te nemen als gevolg van (een kindertijd met) ADHD. Desondanks is er nog vrijwel geen onderzoek gedaan naar schematherapie bij deze doelgroep. Dit hoofdstuk beschrijft globaal wat er tot nu toe bekend is over ADHD-behandeling en over schema’s bij ADHD. Dit wordt aangevuld met klinische ervaring van de auteur, die als schematherapeut werkzaam was op een Centrum ADHD voor Volwassenen. De casus illustreert het belang van het herkennen van het aangeboren ADHD-temperament en hoe ADHD en modi elkaar kunnen versterken. In de behandeling wordt de ADHD-aanleg meegenomen in de diverse oefeningen binnen schematherapie, naast het aanleren van praktische vaardigheden in het omgaan met ADHD.
Katrine de Vries

12. Hoe dramatherapie het ervaringsgericht werken in schematherapie verdiept en aanvult

Meer schwung voor voorzichtige Carla
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de kruisbestuiving tussen schematherapeuten en dramatherapeuten beschreven bij een cliënte met wantrouwende trekken bij een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Zij leert stap voor stap vanuit haar Gezonde Volwassene meer controle te krijgen over haar Onthechte Beschermer en Wantrouwende Overcontroleerder en leert zo gevoelens toe te laten en te delen. Het therapieproces van Carla wordt vanuit drie fasen beschreven. We onderzoeken, afwisselend vanuit het perspectief van de klinisch psycholoog, de dramatherapeut én van Carla, hoe de uitdagingen die horen bij het behandelen van deze hardnekkige Cluster C-klachten in fasen worden aangepakt. Duidelijk wordt wat haar helpt om afscheid te nemen van haar coping en hoe ze risico’s leert nemen. Er wordt ingegaan op het dramatiseren van het belangrijkste innerlijk conflict (kiezen tussen de klacht of de coping). Ten slotte worden technieken en vaardigheden om met de vermijding om te gaan beschreven, met aandacht voor de samenwerking tussen schematherapeut en dramatherapeut.
Judith Hollands, Wiesette Krol, Guido Sijbers

13. Een cliënte met een depressie en een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis

‘Let maar niet op mij’
Samenvatting
Hoe behandel je depressieve klachten als er sprake is van hardnekkige vermijding? Dit hoofdstuk beschrijft de behandeling van de 46-jarige Esther met een depressie en een vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Zij wordt behandeld met schematherapie. Eerdere cognitieve therapie heeft weliswaar geleid tot inzicht, maar niet tot het doorbreken van de vermijding. Esther heeft als kind geleerd zich onzichtbaar te maken uit angst voor afwijzing en verlating. Ze valt niet op, past zich aan en doet haar best. Samen met haar therapeut doorbreekt Esther dit patroon door acceptatie en het geven van aandacht. Als er voldoende vertrouwen is, wordt ze aangemoedigd om in experiëntiële oefeningen haar emoties te laten zien. Eerst verdriet, en later ook boosheid. Esther leert haar wensen en verlangens kennen, en deze stapsgewijs te uiten. Ook leert ze te spelen en plezier te maken. Esther komt geleidelijk tot leven, wordt zichtbaar en krijgt meer kleur.
Jet Alberts, Katinka de Boer

14. Een jonge vrouw met een borderline-persoonlijkheidsstoornis in een groepsschematherapiebehandeling

Samen alleen, alleen samen
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de behandeling van een jonge vrouw met een borderline-persoonlijkheidsstoornis die deelneemt aan een groepsschematherapiebehandeling. Lieke is geclassificeerd met een borderline-persoonlijkheidsstoornis en vermijdende trekken, en kampt met socialeangstklachten en eetbuien. Zij wordt behandeld in een groepsschematherapie met de mogelijkheid om individuele gesprekken op te nemen aan de hand van een strippenkaart. Ook wordt er in verband met systeemproblemen een aantal systeemgesprekken ingezet. De behandeling vindt plaats binnen een wetenschappelijk onderzoek naar het effect van groepsschematherapie bij borderline-persoonlijkheidsstoornissen. Geïllustreerd wordt wat belangrijke elementen uit de groepsschematherapie zijn en hoe deze samenhangen met parallelle individuele schematherapie. Aan de hand van de casus Lieke wordt een aantal technieken geïllustreerd. Ten slotte wordt teruggeblikt op het verloop van de therapie en worden samen met de wetenschappelijke resultaten en aan de hand van verschillende klinische ervaringen de voor- en nadelen en aanbevelingen voor het inzetten van groepsschematherapie benoemd.
Odette Brand-de Wilde

15. Behandeling van een persoonlijkheidsstoornis bij een volwassene met autismespectrumstoornis

Niet minder autistisch, wel minder problematisch
Samenvatting
Persoonlijkheidspathologie en -stoornissen blijken veel voor te komen bij mensen met autisme. Schematherapie is inmiddels een bewezen effectieve behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen. Of deze therapie ook voor mensen met autisme en een comorbide persoonlijkheidsstoornis effectief is, wordt momenteel onderzocht. In dit hoofdstuk wordt schematherapie bij volwassenen met autisme en een comorbide persoonlijkheidsstoornis besproken. Tevens wordt het onderscheid tussen en het samengaan van autisme en een persoonlijkheidsstoornis verduidelijkt. Een casus van een vrouw met autisme en een persoonlijkheidsstoornis illustreert ten slotte hoe men als therapeut de schematherapeutische interventies (zoals de ervaringsgerichte technieken) kan toepassen.
Richard Vuijk, Simone van der Heiden, Tatiana Brandsma

16. De behandeling van een geparentificeerde jongvolwassene

Van verstrengeling naar blauw haar
Samenvatting
Alice is een sombere jongvolwassene, die voortdurend het gevoel heeft het niet goed genoeg te doen en veel piekert over haar ouders. Zoals de meeste jongvolwassenen staat ze met één been in het gezin van herkomst en met één been in een zelfstandig bestaan. Gebruikmakend van inzichten uit systeem- en ontwikkelingspsychologie ontwikkelden de auteurs het Genogram van Intergenerationele Schemaoverdracht. Daarmee helpen ze Alice om de herkomst van haar schema’s en modi te begrijpen en los te komen uit het loyaliteitsconflict met haar ouders. Dit gaat niet zonder slag of stoot; halverwege loopt de therapie vast. Alice draagt een geheim met zich mee. Met steun van een vriendin en de therapeut durft ze dit te bespreken met haar moeder. Het genogram evolueert naar een actueel sociogram in 3D, waarin Alice zelf durft te kiezen wie belangrijk zijn in haar huidige leven en hoe ze zich tot haar familieleden wil verhouden.
Willemien van der Mark, Natalie van Oort

17. Schematherapie bij een partnerrelatie

De onderstroom die niemand ziet, bepaalt de richting op elk gebied
Samenvatting
De toepassing van schematherapie voor partnerrelaties is in volle ontwikkeling; ook op dit vlak heeft schematherapie veel te bieden. Dat partnerrelaties een belangrijke invloed kunnen hebben op zowel het reactiveren als op het herstel van maladaptieve schema’s is bijzonder aannemelijk. Het ervaren van voldoende veiligheid, verbinding en autonomie draagt immers bij aan de positieve ontwikkeling van een relatie. De gewenste uitkomstmaat is niet per se de instandhouding van de partnerrelatie; het bewerkstelligen en herstel van basisbehoeften is dit echter wel. In deze casus wordt de relatie van Rob en Ina uitgewerkt via de moduscirkel, waarin zowel de interactiepatronen als de daarmee verbonden onderliggende schema’s in kaart worden gebracht. Cognitieve, ervaringsgerichte en gedragsmatige technieken helpen beide partners beter in contact te komen met hun fundamentele basisbehoeften. Uitgaande van een interactie die overwegend gekenmerkt wordt door ‘strijd’ en ‘terugtrekking’, ontwikkelt de relatie zich naar een persoonlijk én relationeel evenwicht tussen verbinding en autonomie.
Paul Schobre

18. Modulair werken in schematherapie

‘Ik ben er wel, ik ben er niet’
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft aan de hand van twee casussen hoe modulair werken in ambulante schematherapie kan worden toegepast om te komen tot een therapieduur op maat. Onderzoek naar de optimale behandelduur van schematherapie komt geleidelijk aan op gang, terwijl de vraag naar schematherapie toeneemt. In de beschrijving van de casussen wordt duidelijk gemaakt hoe met een klein aantal doelen gefocust gewerkt kan worden. Er worden enkele tips gegeven die helpen om de schematherapie waar mogelijk kort te houden en waar nodig uit te breiden. In de casus van Cathy (de Struisvogel) wordt zichtbaar op welke wijze gewerkt wordt met de experiëntiële module van schematherapie (Broersen en Van Vreeswijk 2017b). Bij de behandeling van Amber (de Onzichtbare) wordt duidelijk hoe twee schematherapiemodules elkaar kunnen opvolgen.
Jenny Broersen, Michiel van Vreeswijk

19. Het ontwikkelen van de Gezonde Volwassene in klinische schematherapie

De zoektocht naar jezelf
Samenvatting
Dit hoofdstuk gaat over de behandeling van Viktoria. Na veel therapie lukt het haar nog steeds niet om haar leven op orde te krijgen, en ze meldt zich aan voor de kliniek. Vanuit de visie op de Gezonde Volwassene wordt er gewerkt met zowel klinische schematherapie als elementen van de positieve psychologie. Deze visie betreft het rechtstreeks versterken van de veerkrachtige kanten van de cliënt, waardoor tegenslagen in het leven kunnen worden opgevangen. Dit sluit aan bij de zoektocht van Viktoria. Ze kan minder vermijden en gaat in het sociale leefmilieu gezonde contacten aan, die haar onder meer helpen om haar schaamte en trauma’s te overwinnen. Het centraal stellen van haar gezonde kanten in plaats van haar klachten en valkuilen helpt haar om haar leven weer op de rit te krijgen en zonder therapie verder te kunnen.
Anne-Marie T. S. Claassen

20. Schematherapie in de basis-ggz

Het wordt nooit wat met mij
Samenvatting
Is schematherapie in tien sessies mogelijk, en zo ja, hoe dan? In de BGGZ melden zich steeds meer mensen met zwaardere problematiek. Ook zijn aanmeldingsklachten vaak gerelateerd aan de persoonlijkheid van de cliënt en de disfunctionele patronen waarin hij verstrikt is geraakt. Dit hoofdstuk beschrijft een kortdurend schematherapeutisch traject bij een man met depressieve klachten en vermijdende trekken. Er wordt aandacht besteed aan de indicatiestelling en de opzet van therapie. Het behandelverloop wordt beschreven, waarbij het patroon van de cliënt centraal staat: hij vermijdt zaken en trekt zich terug (Vermijdende Beschermer), geeft zichzelf op zijn kop (Straffende Ouder), voelt zich hierdoor minderwaardig (Kwetsbare Kind) en gaat dan weer vermijden. Zijn Gezonde Volwassene is groot genoeg om met behulp van het modusmodel, experiëntiële oefeningen en huiswerk te werken aan verandering. De behandeling heeft een mooi resultaat. Bovendien heeft de cliënt het vertrouwen dat hij deze ontwikkeling verder zelf kan voortzetten.
Fieke Bosma

21. Schematherapie bij een afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis

Je moet het zelf doen! Maar hoe doe ik dat dan…?
Samenvatting
Dit hoofdstuk beschrijft de behandeling van een vrouw met een afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis. De prettige manier waarop ze in het begin contact maakt, blijkt al snel een hardnekkige en moeilijk veranderbare Pleasende Kant van haar te zijn, waardoor zijzelf en haar eigen behoeften ongezien blijven. De behandeling heeft zich dan ook gericht op het bevorderen van zelfexpressie en autonomie. Niet alleen zijn daarbij de blokkerende modi van de Pleaser en de Straffende Kant bewerkt, maar is ook de expressie van boosheid gestimuleerd met behulp van speelse oefeningen. Het succesvol bevorderen van autonomie heeft echter geleid tot een relatiebreuk, waarna er een sterke neiging was terug te vallen in oude patronen van zich richten op anderen. Het gebruik van een duidelijk therapieplan met een vooraf omschreven tijdpad en fasering blijkt van grote waarde. Daarmee wordt de behandeling succesvol afgesloten, al heeft het succes niet dezelfde vorm als die ik gewenst had …
Remco van der Wijngaart
Meer informatie