Skip to main content
main-content

Over dit boek

Circa twintig jaar geleden werd EMDR (Eye Movement Desensitisation and Reprocessing) ontwikkeld als behandelvorm voor Post Traumatische Stress Stoornissen (PTSS ). Na aanvankelijke scepsis is EMDR inmiddels opgenomen in (inter)nationale richtlijnen voor de behandeling van PTSS en wordt het ook bij veel andere klachtengebieden toegepast.Uit de praktijk: In Casusboek EMDR beschrijven 25 Nederlandse therapeuten aansprekende voorbeelden uit hun praktijk waarbij zij EMDR succesvol gebruikten. Daarmee gunnen zij de lezer een kijkje in de keuken van hun praktijk en nemen zij iets van het mysterie rond deze behandelmethode weg. De ervaringen van de beschreven cliënten tonen niet alleen de effectiviteit van EMDR aan, maar ook de efficiëntie van deze therapievorm.Op de dvd bij dit boek is tevens te zien hoe een therapiesessie verloopt en geven EMDR-therapeuten informatie over deze therapievorm.Wat is EMDR?EMDR is een effectieve en efficiënte methode die snel resultaten boekt, weinig dropouts kent en relatief mild is voor de patiënt. De praktijkvoorbeelden illustreren wat EMDR is: een protocollaire methode die volstrekt afwijkt van andere behandelvormen. De auteurs leggen daarom eerst uit wat EMDR is en volgen de ontwikkeling van deze therapie vanaf het begin.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Inleiding

Voorwerk

Geschiedenis en achtergronden

‘Eye Movement Desensitisation and Reprocessing’ (EMDR) is een therapievorm die ontwikkeld is voor mensen die last hebben van de gevolgen van een ingrijpende gebeurtenis. Kenmerkend voor de effecten van een ingrijpende gebeurtenis is dat de persoon de herinnering niet kan loslaten; telkens komen beelden terug (soms als flashbacks of nachtmerries) en elke keer blijft de herinnering nare emoties oproepen, zoals angst, verdriet of walging. Tijdens de behandeling zal de EMDR-therapeut vragen weer aan de nare gebeurtenis terug te denken, inclusief de beelden, de gedachten en de gevoelens bij de herinnering. Als de herinnering zo goed mogelijk is opgehaald, starten de ‘eye movements’: de cliänt wordt gevraagd om met de ogen de hand van de therapeut te volgen die zich horizontaal heen en weer beweegt. Aan deze oogbewegingen dankt EMDR zijn naam, hoewel deze oogbewegingen tegenwoordig vaak vervangen worden door geluiden, die door een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden. Bij kinderen worden vaak ‘handtaps’ gebruikt. Na elke set oogbewegingen (of andere stimuli) wordt er gevraagd wat er naar boven komt.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

Procedures en begrippen

EMDR is een geprotocolleerde therapie, dat wil zeggen: de behandeling bestaat uit een aantal vaste, zeer duidelijk omschreven stappen. In grote lijnen gaat de procedure als volgt. De therapeut vraagt de cliänt om zich te concentreren op het meest nare moment in de herinnering. Het gaat niet om wat er precies gebeurd is, maar om de herinnering zoals deze ligt opgeslagen in het geheugen. Alle aspecten van de herinnering worden zo veel mogelijk geactiveerd: beelden, geluiden, gedachten, gevoelens en lichamelijke sensaties. Op dat moment wordt de cliänt afgeleid met oogbewegingen of met geluidjes, afwisselend links en rechts, die via een koptelefoon worden aangeboden. Telkens na ongeveer 20 (oogbewegingen) tot 60 (geluidjes) seconden vertelt de cliänt wat er in hem omgaat. Alles wat de cliänt voelt en wat er in hem opkomt, is goed. In principe draagt alles bij aan het natuurlijk verwerkingsproces. In het gunstigste geval is de therapeut in deze fase niets anders dan een procesbegeleider, de verwerking verloopt vanzelf. In moeilijkere gevallen zal de therapeut enig kunst- en vliegwerk, zoals cognitive interweaves (zie verderop in dit hoofdstuk) moeten toepassen om het proces in goede banen te leiden.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

EMDR werkt! Maar hoe?

EMDR werkt. Zoveel is duidelijk. Er is veel onderzoek verricht naar het effect van EMDR bij mensen met een posttraumatische stressstoornis. Er zijn de afgelopen twintig jaar ruim veertig studies verschenen waarin EMDR werd vergeleken met onder andere imaginaire exposure (zie kader), stressreductieprogramma's, cognitieve gedragstherapie, hypnose, psychodynamische therapie en diverse farmacologische interventies.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

EMDR bij een eenmalig trauma

Voorwerk

Inleiding

Een brandweervrouw met jarenlange klachten na een noodlottige brand

De bijzondere gevallen en nieuwe toepassingen die in dit boek beschreven staan, laten zien dat EMDR veel breder wordt toegepast dan alleen bij de posttraumatische stressstoornis (PTSS). EMDR is echter vooral wetenschappelijk onderbouwd als effectieve methode om de posttraumatische stressstoornis te behandelen die zich ontwikkeld heeft naar aanleiding van een eenmalig trauma. Daarom beginnen we het casusgedeelte van dit boek met dit soort behandelingen.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

Casus 1 Alarmbellen gaan te laat rinkelen

Door een verkeersongeval overbezorgd geraakte moeder verlaat de behandelkamer als heldin

Marita is 29 jaar oud wanneer ze wordt verwezen wegens slaapproblemen en nare dromen. Deze hebben betrekking op een grote brand waar zij vijf jaar geleden als brandweervrouw bij betrokken was en waarbij drie brandweermensen om het leven kwamen. Na het verbreken van haar relatie, ongeveer een half jaar geleden, is alles weer naar boven gekomen; zij is slecht gaan slapen en kreeg last van nare dromen.

Do Doeksen

Casus 2 Het ontbrekende puzzelstukje

Een eetstoornis na een verkrachting op Ibiza: een onverwachte wending

Paula is 43 jaar, getrouwd met Bert en zij hebben een zoon, Sander, van bijna 18 jaar. Zij maakt een intelligente en stevige indruk. Aanleiding voor de aanmelding is een ongeluk met een vrachtwagen zo'n negen jaar geleden. Paula stond met haar brommer met Sander achterop (toen negen jaar oud) naast een vrachtauto te wachten voor het stoplicht. Toen het stoplicht groen werd reed de vrachtauto naar rechts, waardoor zij met brommer en al onder de vrachtauto terechtkwam. Zij rolde eronderuit en zag haar zoontje onder de brommer tussen de wielen liggen.

Jan van Trier

Kinderen en jeugd

Voorwerk

Casus 4 ‘Ik ben stom!’

Een 9-jarig meisje wordt depressiever naarmate het schooljaar vordert

Noa is negen jaar en wanneer ze aangemeld wordt is ze net begonnen aan groep 6. Haar ouders beschrijven haar als een bovengemiddeld intelligent, sociaal en lief meisje. Noa wordt eigenlijk al sinds drie jaar, naarmate het schooljaar vordert, toenemend somber, waarna ze in de zomervakantie steeds weer opknapt. Haar ouders noemen als voornaamste klacht dat Noa zich eenzaam voelt, terwijl ze toch genoeg vriendinnen heeft. Als er even iets moeilijk verloopt in het sociale contact, kan ze daarin blijven hangen. Verder klaagt Noa over concentratieproblemen op school, terwijl haar juf geen zorgen heeft over haar werk. Haar ouders merken dat ze na school moe is en nergens zin in heeft. Ze hangt lusteloos op de bank. Regelmatig heeft ze ook inslaapproblemen. Ze zegt dan dat haar hoofd te vol is.

Dafna Zwarts

Inleiding

Een 4-jarig meisje dat niet wil slapen

Helaas maken ook kinderen en adolescenten nare gebeurtenissen mee waar ze klachten aan over kunnen houden en die bovendien kunnen leiden tot ontwikkelingsschade (Beer & De Roos, 2008). Wanneer een kind na een schokkende ervaring te veel in beslag wordt genomen door angsten en andere gevolgen van die ervaring, blijft er onvoldoende tijd over om zich te richten op ontwikkelingstaken. Dit kan leiden tot ontwikkelingsachterstanden op emotioneel, sociaal of cognitief terrein. De 9-jarige Noa uit casus 4 die depressiever wordt naarmate het schooljaar vordert, klaagt over concentratieproblemen op school en hangt thuis lusteloos op de bank. Het zal duidelijk zijn dat wanneer deze situatie aanhoudt, de kans groot is dat Noa een leer- en ontwikkelingsachterstand oploopt. Ook de 4-jarige Lotte uit casus 5 heeft hiermee te kampen: mogelijk door haar gevoelens van onveiligheid op momenten dat zij gescheiden was van moeder, kwam haar motorische ontwikkeling traag op gang en ging zij pas met 21 maanden lopen. Verder hebben kinderen – meer dan volwassenen – hulp nodig bij het verwerken en integreren van ervaringen.

Janine Rutten

Casus 4 ‘Ik ben stom!’

Een 17-jarige jongen met slikangst na het overlijden van zijn oma

Noa is negen jaar en wanneer ze aangemeld wordt is ze net begonnen aan groep 6. Haar ouders beschrijven haar als een bovengemiddeld intelligent, sociaal en lief meisje. Noa wordt eigenlijk al sinds drie jaar, naarmate het schooljaar vordert, toenemend somber, waarna ze in de zomervakantie steeds weer opknapt. Haar ouders noemen als voornaamste klacht dat Noa zich eenzaam voelt, terwijl ze toch genoeg vriendinnen heeft. Als er even iets moeilijk verloopt in het sociale contact, kan ze daarin blijven hangen. Verder klaagt Noa over concentratieproblemen op school, terwijl haar juf geen zorgen heeft over haar werk.

Carlijn de Roos

Casus 5 Een verhaaltje voor het slapen gaan

Een 16-jarige adolescente met een ervaring van seksueel misbruik door haar vader

Lotte is het jongere zusje van Bob en het is niet altijd gemakkelijk om zijn zusje te zijn.

Marijke de Koning

Casus 6 Van Nutridrink tot pizza

Via moeder worden de problemen met haar 3-jarige dochter behandeld

Stefan wordt in verband met slik- en benauwdheidsklachten door de huisarts verwezen naar de kinder- en jeugdafdeling van de GGZ. De klachten bestaan dan al een half jaar.

Marianne Went

Angst- en stemmingsstoornissen

Voorwerk

Casus 9 Angst voor misselijkheid en braken

Een 35-jarige vrouw wier leven wordt beheerst door haar angsten

Marijke, 35 jaar, getrouwd met Joop (38 jaar) en moeder van twee jongens (6 en 8 jaar), heeft via-via gehoord dat ik mensen behandel met braakangst. Ze heeft al bijna haar hele leven een extreme angst voor overgeven, maar heeft hier nooit hulp voor gezocht. Zij wist bijna niet beter en deed er daarom alles aan om te voorkomen dat ze zou zien dat anderen, bijvoorbeeld haar eigen kinderen, over hun nek zouden gaan. Ze was bang dat ze daardoor zelf misselijk zou kunnen worden en zou moeten braken. Marijke vermeed allerlei situaties, waaronder bezoek aan ziekenhuizen. Ook durfde ze niet naar bepaalde tv-programma’s en films te kijken uit angst dat dit haar zou confronteren met mensen die ziek zouden kunnen zijn (en dus zouden kunnen braken). Doordat Marijke in haar leven langzamerhand steeds meer van deze situaties uit de weg was gegaan, was haar leefwereld behoorlijk ingeperkt geraakt.

Ad de Jongh

Casus 10 De kwetsbaarheid van kracht

Vrouw met depressies en paniekaanvallen na overlijden van haar vader

Doriene werd in augustus 2007 door de huisarts aangemeld in verband met paniekaanvallen. In het intakegesprek vertelde Doriene dat ze het gevoel heeft dat de angst haar overvalt. Tijdens een paniekaanval heeft ze het koud en warm tegelijkertijd, krijgt ze hartkloppingen, voelt ze een knoop in de maag en tintelingen in de armen. Op zo’n moment is ze bang de controle te verliezen en gek te worden. In mei 2007 heeft ze een aanval gehad in de trein. Zodra de trein reed, ging het wel, maar bij elk station, als ze de mogelijkheid had om uit te stappen, kwam de angst weer terug. In juli kreeg ze opnieuw een aanval, ditmaal tijdens haar vakantie, anticiperend op de vliegreis terug naar huis. Sindsdien was ze constant bang voor nieuwe aanvallen. Vlak voor het eerste gesprek heeft ze voor het eerst ook ’s nacht in bed een aanval gekregen. Treinreizen en lange autoritten werden sindsdien zo veel mogelijk vermeden. Doriene vertelde dat ze zich de laatste tijd overwerkt voelt. Ze kon zich nog maar moeilijk concentreren en sliep ’s nachts slecht. Ze gaf aan zich veel zorgen te maken om haar moeder die aan chronische bronchitis en longemfyseem (COPD) leed en vermoedelijk niet lang meer te leven had. Doriene blijkt in 1998 eerder een korte periode van paniekaanvallen te hebben gehad. Daarvoor, in 1994 en 1995, is ze een periode ernstig depressief geweest. Zowel de depressie als de paniekstoornis zijn destijds door middel van wekelijkse gesprekken en het innemen van een antidepressivum met succes behandeld.

Hans-Jaap Oppenheim

Inleiding

Zelfbeeldreparatie bij een sociaal angstige jonge vrouw

Iedereen is wel eens bang. Dat is ook goed, want angst waarschuwt voor naderend gevaar. Angst brengt het lichaam in een staat van paraatheid, zodat er een snelle reactie gegeven kan worden. Maar sommige mensen zijn bang in omstandigheden die daar weinig aanleiding voor geven. Ze durven hun huis niet uit zonder tien keer te controleren of de gaskraan wel dichtgedraaid is. Of het zweet breekt hen uit bij de gedachte dat ze een telefoontje moeten plegen. Mensen met zulke buitensporige angsten neigen ertoe om ‘gewone situaties’ te vermijden omdat ze diemet naderend onheil in verband brengen. Die vermijding gaat hun leven steeds meer bepalen, terwijl hun angst er niet door afneemt. Iemand met zulke angsten heeft een angststoornis.

Erik ten Broeke

Complex trauma en dissociatieve stoornissen BSL

Voorwerk

Casus 12 Ik ben een vergissing

Uitgekotst door de hulpverlening en nu nog een laatste kans

Wanneer Eddie aangemeld wordt voor behandeling bij mij, heeft hij al een lang hulpverleningsverleden achter de rug. Riagg, Algemeen Maatschappelijk Werk, deeltijdbehandeling, klinische opname. Zo ongeveer alle persoonlijkheidsstoornissen worden in zijn dossier wel een of meer keren genoemd: schizotypisch, narcistisch, borderline, theatraal, ontwijkend, afhankelijk. Zelf schrijft hij:

Joany Spierings

Casus 13 Zoals mijn leven nu gaat mag het altijd blijven...

Een borderlinecliënte met ernstige PTSS en terbeschikkingstelling

Marion is een 28-jarige vrouw die eind 2003 een tbs krijgt opgelegd vanwege een poging tot brandstichting. Haar zus doet aangifte. Er zijn geen eerdere veroordelingen geweest, maar Marion heeft wel eerder brand gesticht. In 1996 sticht zij voor het eerst brand en zij merkt dat dit haar spanningen vermindert; ze wordt er rustig en zelfs vrolijk van. Er is sprake van een borderline persoonlijkheidsstoornis; deze wordt in 2000 vastgesteld gedurende een behandeling in een psychotherapeutische gemeenschap. Marion verbetert niet tijdens deze opname en breekt de behandeling tegen advies in af. In die periode is er sprake van ernstige automutilatie en suïcidaliteit. Er zijn diverse suïcidepogingen en rond 2002 neemt Marion een grote hoeveelheid pillen in. Daaropvolgend wordt Marion opgenomen. Na vijf maanden wordt de klinische behandeling afgerond met de boodschap: ‘We kunnen niets meer doen.’ De aangeboden poliklinische behandeling kon door Marion niet worden gevolgd omdat zij toen reeds was opgepakt.

Steven Meijer

Casus 14 Ik! Ben! Goed!

Een cliënte van 55 jaar met een dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)

Miranda is 55 jaar en getrouwd met Peter, garagehouder. Zij hebben twee volwassen kinderen (een zoon en een dochter) en twee kleinkinderen. Miranda woont in een klein dorp in het noorden van het land. Tot acht jaar geleden werkte ze als administratief medewerkster op een kantoor, maar zij kwam in de ziektewet wegens problemen op het werk en in haar huwelijk. Ze meldde zich aan voor behandeling en bij haar werd als diagnose gesteld: reactieve depressie en sociale fobie bij een persoonlijkheid met ontwijkende trekken. Na een ambulante start werd ze aangemeld voor klinische psychotherapie en gedurende deze opname kwam voor het eerst haar geschiedenis met ernstig seksueel misbruik ter sprake. Op de deeltijdbehandeling die daarop volgde, kreeg ze steeds meer last van dissociatieve klachten. Ook thuis namen deze klachten toe en kreeg ze woedeaanvallen. Ze ging ’s nachts geregeld zwerven. Ze werd heropgenomen en nu werd de diagnose DIS gesteld. In de kliniek werden in het kader van traumaverwerking enkele EMDR-sessies gedaan, maar dit had weinig resultaat. Miranda herinnert zich er nauwelijks iets van.

Mariëtte Groenendijk

Verstandelijke beperking en autisme

Voorwerk

Casus 15 Groetjes van de tandarts

Meisje met ernstige verstandelijke beperking en ingrijpende medische voorgeschiedenis

Nina is 10 jaar oud als ze bij mij wordt aangemeld. Voor de ouders zijn Nina’s hevige angsten het kernprobleem. Ze hebben altijd overal oplossingen voor kunnen vinden, maar als de paniek bij Nina toeslaat en Nina blokkeert, dan helpt geen enkel pedagogisch middel meer. Nina heeft last van paniekaanvallen als ze (para)medische behandelingen moet ondergaan. De angst voor ziekenhuizen en artsenbezoeken is het sterkst. In verband met haar aandoening moet zij iedere zes weken naar de oorarts. Deze bezoeken zijn het allermoeilijkst. Haar angsten zijn ook het gewone dagelijkse leven gaan beheersen. Dan is de aanleiding voor een paniekaanval niet altijd zichtbaar.

Liesbeth Mevissen

Casus 16 Er gaan stukjes van de nare foto af

Het bijzondere verwerkingsproces van een 9-jarige jongen met PDD-NOS

Tobias wordt door zijn moeder aangemeld bij de GGZ, afdeling Jeugd, omdat hij zowel thuis als op school (buitengewoon onderwijs gespecialiseerd in autistische kinderen) steeds vaker blokkeert. Dan krijgt hij zelfs de meest eenvoudige vaardigheden, zoals zijn veters strikken, niet meer voor elkaar. Hij wordt daarbij steeds somberder en sluit zich in toenemende mate af. Creatieve therapie en gesprekjes met de orthopedagoge op school hebben geen verbetering opgeleverd. School en ouders zijn ten einde raad.

Tineke Backer, Ommeren-Van der Meer

Casus 17 ‘Dat met die jongen’

Autistische jongen van 16 dringt aan op behandeling seksueel trauma

Edwin werd op 13-jarige leeftijd opgenomen in de kinderkliniek van het Dr. Leo Kannerhuis (LKH) in verband met zijn stoornis in het autistisch spectrum. Na enkele jaren in de kinderkliniek wordt hij doorgeplaatst naar de jongerenkliniek waar hij, inmiddels 16 jaar oud, behandeling krijgt in een groep van zes adolescenten. Edwin is een jongen met een forse autistische stoornis, wat zich met name uit in een zeer vertraagde informatieverwerking, moeite met sociale contacten en gebrekkig sociaal inzicht. Daarnaast is er bij Edwin sprake van preoccupaties in het denken (steeds dezelfde herhalende gedachten). Edwin raakt snel overprikkeld wanneer hij te veel informatie krijgt of te veel sociale interacties moet verwerken. Hij raakt dan in de war en probeert weer grip te krijgen op zijn verwarring door verklaringen te zoeken. Door Edwins beperkte inzicht in de omgeving zijn deze verklaringen vaak niet conform de werkelijkheid en veroorzaken ze bij hem nog meer verwarring. In het verleden is er daardoor sprake geweest van prepsychoses. Verder is bekend dat Edwin op jonge leeftijd zeer waarschijnlijk te maken heeft gehad met seksueel misbruik door zijn vader. In een later stadium heeft een jongen seksuele handelingen verricht bij Edwin en moest hij bij hem seksuele handelingen verrichten.

Esther Leuning

Casus 18 Getraumatiseerd door een eigen misdrijf

Behandeling van een 15-jarig meisje dat vrijkomt uit de jeugdgevangenis

Gea is een meisje van 15 jaar met PDD-NOS (een stoornis in het autistisch spectrum; zie kader in de inleiding bij deel VI), waarvoor ze in behandeling is binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Ze heeft gesprekken met een van mijn collega’s waarin psycho-educatie centraal staat. Haar ouders hebben ouderbegeleiding om te leren omgaan met de handicap van hun dochter. Gea leeft in haar eigen wereld en het is voor haar moeilijk om zich in te leven in gedachten en gevoelens van de mensen om haar heen. Ze reageert vaak vanuit haar eigen behoeften en gevoelens op anderen. Ze heeft problemen op school in de omgang met andere jongeren en wordt regelmatig gepest. Ze lijdt daar erg onder en begrijpt niet goed waarom het haar niet lukt om contacten te leggen. Een half jaar geleden ging het minder goed met Gea. Ze werd ontoegankelijker, brutaler en er was meer ruzie tussen Gea en haar ouders. Haar ouders geven bij de behandelaar aan dat ze zich zorgen maken en samen met de ouders en Gea zal een plan worden gemaakt. Totdat er ineens politie op de stoep staat bij Gea’s ouders, met de mededeling dat Gea is gearresteerd. Tot hun verbijstering vertelt de politie dat Gea iemand heeft neergestoken. Gea is op het bureau en het slachtoffer is met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht.

Arianne Struik

Lichamelijke verschijnselen en reacties

Voorwerk

Casus 19 Op jacht naar het spook

Chronische fantoompijn die al 17 jaar bestaat

Mevrouw Tiggelaar komt met haar scootmobiel mijn spreekkamer binnengereden. Ze is 66 jaar en mist haar linkerbeen. Haar rechterbeen ligt horizontaal op een steun. Ze is verwezen door haar internist omdat ze niet meer wil leven met de fantoompijn die al 17 jaar lang, elke dag, elk uur, aanwezig is.

Sandra Veenstra

Casus 20 Met stomheid geslagen

Een 50-jarige vrouw vindt haar stem en zelfvertrouwen terug

Christina is een 50-jarige huisvrouw die – via maatschappelijk werk – bij mij wordt aangemeld. Dit vanwege ernstige depressieve klachten en stagnatie in een al twee jaar durende behandeling bij het reguliere maatschappelijk werk. Christina heeft last van herbelevingen van traumatische gebeurtenissen en krijgt steeds meer moeite om de dagen door te komen.

Indra Spierts

Casus 21 Het geheugen van het lichaam

Stigmata en lichaamsreacties bij vrouw met ernstig ziekenhuistrauma

Karin is een 42-jarige, hoogopgeleide vrouw, werkzaam als zelfstandig gevestigd adviseur en samenwonend. Ze omschrijft zichzelf als een persoon die de neiging heeft veel te denken en overzicht te zoeken; als iemand die geleerd heeft om controle te vinden en te houden.

Merlijn van Eijk

Inleiding

De uitdrukking ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ geeft al aan dat onze psyche en ons lichaam elkaar sterk beïnvloeden. Wanneer onze maag leeg is, kunnen we al heel snel aan niets anders meer denken dan aan eten. Omgekeerd kan onze keel dichtgeknepen worden door angst, kunnen we een vertrokken gezicht krijgen van woede en krijgen we rimpels en grijze haren van de zorgen. Extreme voorbeelden van de invloed van onze psyche op ons lichaam zijn de zogeheten conversieverschijnselen: het hebben van bepaalde lichamelijke verschijnselen of zelfs handicaps (bijvoorbeeld verlamd, blind of doof) zonder een duidelijk aanwijsbare lichamelijke oorzaak. Christina uit casus 20 heeft last van afonie, een conversieverschijnsel waardoor ze écht van het ene op het andere moment niets meer kan zeggen. Het lijkt erop dat de psychologische stress bij Christina zo hoog oploopt dat ze niet weet hoe ze deze stress anders moet hanteren dan met dit vreemde conversieverschijnsel. Conversie geschiedt onbewust. Het is de lichamelijke tegenhanger van dissociatie (zie deel V). Er is beslist geen sprake van opzet of het voorwenden van de klachten en het is vrijwel altijd een reactie op acute psychologische stress. Om die reden besluit de therapeute van Christina, Indra Spierts, om EMDR in te zetten.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

Casus 19 Op jacht naar het spook

Chronische fantoompijn die al 17 jaar bestaat

Mevrouw Tiggelaar komt met haar scootmobiel mijn spreekkamer binnengereden. Ze is 66 jaar en mist haar linkerbeen. Haar rechterbeen ligt horizontaal op een steun. Ze is verwezen door haar internist omdat ze niet meer wil leven met de fantoompijn die al 17 jaar lang, elke dag, elk uur, aanwezig is.

Sandra Veenstra

Casus 20 Met stomheid geslagen

Een 50-jarige vrouw vindt haar stem en zelfvertrouwen terug

Christina is een 50-jarige huisvrouw die – via maatschappelijk werk – bij mij wordt aangemeld. Dit vanwege ernstige depressieve klachten en stagnatie in een al twee jaar durende behandeling bij het reguliere maatschappelijk werk. Christina heeft last van herbelevingen van traumatische gebeurtenissen en krijgt steeds meer moeite om de dagen door te komen.

Indra Spierts

Casus 21 Het geheugen van het lichaam

Stigmata en lichaamsreacties bij vrouw met ernstig ziekenhuistrauma

Karin is een 42-jarige, hoogopgeleide vrouw, werkzaam als zelfstandig gevestigd adviseur en samenwonend. Ze omschrijft zichzelf als een persoon die de neiging heeft veel te denken en overzicht te zoeken; als iemand die geleerd heeft omcontrole te vinden en te houden.

Merlijn van Eijk

Specifieke probleemgebieden

Voorwerk

Casus 22 Vage kinderherinnering als sleutel naar herstel

Vaginismeklachten bij een jonge vrouw

Eva wordt naar mij verwezen nadat verschillende behandelingen in verband met vaginisme geen resultaat hadden. Eva is 24 jaar en heeft zolang zij zich kan heugen problemen met vrijen. Vanaf haar eerste seksuele ervaring toen zij 16 jaar was heeft zij last van pijn bij het vrijen en lukt het haar niet om geslachtsgemeenschap te hebben. Eva heeft sinds viereneenhalf jaar een vaste relatie en woont sinds een jaar samen. Eva is tevreden over haar relatie, al is seksualiteit sluimerend altijd een beladen onderwerp tussen hen beiden gebleven. Er zijn geen relatieproblemen en op seksueel gebied heeft Eva geen problemen om opgewonden te raken of klaar te komen. Zij is best trots dat het haar lukt om een redelijk bevredigend seksleven met haar vriend te hebben. Toch wil ze zich niet bij haar vaginismeklachten neerleggen. Het zit haar erg dwars.

Moniek Verster

Casus 23 Op leeftijd

Een 70+-dame met gestagneerde rouw en een beroerte in de voorgeschiedenis

Mevrouw Akersloot is een vrouw van in de zeventig. Zij werd verwezen door haar neuroloog, in verband met slaapproblemen en irrationele angsten. De klachten hielden verband met traumatische gebeurtenissen. In 2004 was zij opgenomen op de afdeling Neurologie in verband met een CVA (cerebrovasculair accident; een beroerte). Zij herstelde daar goed van en er bleken geen tekenen van een beginnende dementie aanwezig te zijn. Ook de fysiotherapeutische behandeling die zij kreeg in verband met instabiliteit bij het staan en lopen, had goed geholpen.

Wendy Kok

Inleiding

Aanbeland bij het laatste deel van dit boek zal duidelijk zijn dat EMDR een bewezen effectieve behandelmethode is voor de posttraumatische stressstoornis. Francine Shapiro gaf in haar eerste boek (Shapiro, 1995) al aan dat EMDR ook bij andersoortige problemen kan worden toegepast. Naast de ‘grote T-trauma's’ (overvallen, ongevallen, geweldsdelicten, rampen, et cetera met een levensbedreigend karakter) onderscheidde zij ‘kleine t-trauma's’ (ruzies, faalervaringen, vervelende opmerkingen, enzovoort met een nietlevensbedreigend karakter) die kunnen bijdragen aan klachten als fobieän, vermijdingsgedrag, faalangst, et cetera. Ook hiervan zijn in dit boek reeds meerdere voorbeelden aan bod gekomen.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

Casus 22 Vage kinderherinnering als sleutel naar herstel

Vaginismeklachten bij een jonge vrouw

Eva wordt naar mij verwezen nadat verschillende behandelingen in verband met vaginisme geen resultaat hadden. Eva is 24 jaar en heeft zolang zij zich kan heugen problemen met vrijen. Vanaf haar eerste seksuele ervaring toen zij 16 jaar was heeft zij last van pijn bij het vrijen en lukt het haar niet om geslachtsgemeenschap te hebben. Eva heeft sinds viereneenhalf jaar een vaste relatie en woont sinds een jaar samen. Eva is tevreden over haar relatie, al is seksualiteit sluimerend altijd een beladen onderwerp tussen hen beiden gebleven.

Moniek Verster

Casus 23 Op leeftijd

Een 70+-dame met gestagneerde rouw en een beroerte in de voorgeschiedenis

Mevrouw Akersloot is een vrouw van in de zeventig. Zij werd verwezen door haar neuroloog, in verband met slaapproblemen en irrationele angsten. De klachten hielden verband met traumatische gebeurtenissen. In 2004 was zij opgenomen op de afdeling Neurologie in verband met een CVA (cerebrovasculair accident; een beroerte). Zij herstelde daar goed van en er bleken geen tekenen van een beginnende dementie aanwezig te zijn. Ook de fysiotherapeutische behandeling die zij kreeg in verband met instabiliteit bij het staan en lopen, had goed geholpen.

Wendy Kok

Casus 24 Afvallen in de eerste lijn

Een vrouw met overgewicht en relatieproblemen

Mariska is op haar 13de eenmalig seksueel misbruikt door haar zeven jaar oudere broer. Ze heeft veel last van indringende beelden en tijdens het vrijen komen sinds enkele jaren herbelevingen voor. Rondom haar 17de is er gedurende een jaar sprake geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag door haar voormalige werkgever. Hij zat aan haar billen, probeerde haar te kussen en stond vaak plotseling achter haar. Sinds deze tijd wordt ze gehinderd door onzekerheid, neerslachtigheid, te veel eten (snaaien), minderwaardigheidsgedachten en faalangst. Mariska piekert veel, is snel geïrriteerd en heeft slaapproblemen.

Jeanette Niehof

Casus 25 Nog eentje – daarna stop ik

Een mislukte stoppen-met-rokenbehandeling

Hester is 55 jaar en werkt als advocaat op een klein kantoor. Ze is getrouwd met Jaap en ze hebben samen twee zonen die al uit huis zijn. De oudste zoon is getrouwd en heeft twee kinderen; de jongste studeert nog. De kinderen en kleinkinderen, maar ook haar gezondheid, zijn een belangrijke reden voor Hester om te willen stoppen met roken.

Hellen Hornsveld

EMDR in beweging

Voorwerk

Epiloog

Wij, Hellen Hornsveld en Sjef Berendsen, zijn aan dit boek begonnen omdat we graag wilden laten zien hoe bijzonder EMDR is. Hoe snel en mooi een verwerkingsproces kan zijn, maar ook hoe ingewikkeld en lastig. Wij wilden vooral laten zien dat de toepassingsmogelijkheden zich niet beperken tot PTSS, maar veel breder kunnen zijn. De therapeuten in dit boek hebben geleerd een casus te onderzoeken in termen van relevante (leer)ervaringen en komen op grond daarvan tot een beslissing EMDR in te zetten waar dit niet direct voor de hand ligt. Zo wordt de angst voor misselijkheid en braken bij Marijke uit casus 9, in verband gebracht met een aantal gebeurtenissen in haar leven. En wordt de somberheid van Noa uit casus 4 in verband gebracht met ervaringen van (feitelijk of vermeend) in de steek gelaten worden. Op deze wijze is in dit boek EMDR ingezet bij depressie, bij sociale angst, bij fantoompijn en bij persoonlijkheidsproblematiek. Dit betekent niet dat voor al deze stoornissen of klachten EMDR de standaard is of zal worden. Telkens is er een individuele probleemanalyse nodig waarin de EMDR-therapeut zijn keuze zal moeten verantwoorden. Vooral als de behandeling afwijkt van de richtlijnen die opgesteld zijn voor het betreffende probleemgebied. Daarvoor zijn een goede deskundigheid van de therapeut en kennis van de behandelrichtlijnen en specifieke doelgroepen nodig.

Hellen Hornsveld, Sjef Berendsen

Nawerk

Meer informatie