Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De hoge prevalentie van hart- en vaatziekten en de angst van mensen voor een hartaandoening maken de (potentiële) cardiologische problematiek een belangrijk onderdeel van het werk van de huisarts. Door de vergrijzing zal het aantal patiënten met cardiologische aandoeningen alleen maar toenemen. Daarnaast voltrekken zich in een hoog tempo veranderingen op het gebied van diagnostiek, therapie en nazorg van de patiënt met een hart- en/of vaataandoening.Deze ontwikkelingen vormen de reden voor een grondige herziening en uitbreiding van de in 2005 verschenen editie van Cardiologie, een boek dat al spoedig na verschijning als standaardwerk gold. Het resultaat is een nagenoeg nieuw boek, dat ook in de komende jaren de standaard voor elke huisarts zal vormen. De vele studies die sinds de verschijning van de vorige druk wereldwijd zijn uitgevoerd, hebben geleid tot aanvullende diagnostische en therapeutische bewijsvoering voor een optimale behandeling van patiënten. Het belang van echocardiografie, functieonderzoek door de huisarts in samenwerking met de cardioloog, antitrombotische therapie, de veranderde toepassing van de cardioversie bij atriumfibrilleren en vele actuele zaken, komen in deze uitgave uitvoerig aan de orde. De hoofdstukken zijn grondig aangepast en twee nieuwe hoofdstukken zijn toegevoegd: Multimorbiditeit en continuïteit rond hart- en vaatziekten en Vrouwen en hart- en vaatziekten: de overgang. Wat is gebleven, zijn de klachtgerichte benadering en de samenwerking tussen huisarts en specialist bij het schrijven van de meeste hoofdstukken.Cardiologie verschijnt in de reeks Praktische huisartsgeneeskunde. In deze reeks verschijnen uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden in de huisartsgeneeskunde. Cardiologie is in de eerste plaats bestemd voor huisartsen en huisartsen in opleiding, maar is daarnaast ook interessant voor overige professionals die zich met de zorg voor patiënten met cardiologische aandoeningen bezighouden: o.a. (kinder)cardiologen, vaatchirurgen en epidemiologen.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Algemeen deel

Voorwerk

1. Hart- en vaatziekten in Nederland: omvang en recente trends

Samenvatting
Een dag in een huisartspraktijk in het oosten des lands. Van de dertig patiënten die op het spreekuur van de huisarts verschijnen, hebben twee een cardiovasculair event in de voorgeschiedenis en heeft één patiënt thoracale pijnklachten. De praktijkondersteuner (POH) ziet naast patiënten met diabetes en COPD, drie patiënten voor cardiovasculaire zorg. Twee voor het opstellen van een risicoprofiel en één voor de begeleiding bij stoppen met roken.
C.M. Lobo

2. Preventieconsult en cardiovasculair risicomanagement

Samenvatting
Hart- en vaatziekten (HVZ) staan in bij vrouwen op de eerste plaats en bij mannen op de tweede plaats als belangrijkste doodsoorzaak. Grote populatiestudies hebben inzicht gegeven in de belangrijkste risicofactoren voor HVZ. Veel van die factoren kunnen worden behandeld, zodat het risico op HVZ kan worden verlaagd. Hierdoor is er voor de eerste lijn een belangrijke taak weggelegd wat betreft de preventie van HVZ. De huisarts heeft immers als geen andere arts zicht op de bij hem of haar ingeschreven populatie.
M. Hollander, D.E. Grobbee

3. Anamnese en lichamelijk onderzoek bij verdenking hartlijden

Samenvatting
Ook bij hart- en vaatziekten (HVZ) geldt dat de anamnese waarin de klacht van de patiënt natuurlijk centraal staat, een essentiële rol speelt bij het verdere onderzoek, het stellen van de diagnose en het verdere beleid. Dit ondanks de vele nieuwe technische hulpmiddelen die de arts tegenwoordig ter beschikking staan. In dit hoofdstuk wordt speciaal ingegaan op enkele klachten waarmee een dergelijke patiënt zich kan presenteren en wordt aandacht besteed aan aspecten die voor de diagnostiek van belang kunnen zijn.
P.W. Westerhof

4. Multimorbiditeit en continuïteit rondom hart- en vaatziekten

Samenvatting
Het aantal hart- en vaatpatiënten in Nederland neemt toe door de vergrijzing. Ook dankzij betere behandelmogelijkheden en preventie blijven steeds meer patiënten na het doormaken van een hart- of vaatziekte in leven. Dit zorgt voor een grote ziektelast voor patiënt en maatschappij. Huisartsen zien steeds vaker patiënten met een (doorgemaakte) hartvaatziekte op het spreekuur, waardoor het takenpakket van de huisarts veranderd is. Secundaire preventie, het behandelen van multimorbiditeit en omgaan met polyfarmacie behoren toenemend tot de taken van de huisarts. Waar de specialist geneigd is om te kijken naar de aandoening van zijn specialisme, is het bij uitstek de taak van de huisarts om de zorg voor de verschillende aandoeningen te integreren. Dit is een dynamisch proces, wat een proactieve houding van de huisarts vereist.
A.A. Uijen

5. Hartafwijkingen bij kinderen

Samenvatting
Hart- en vaatafwijkingen bij kinderen zijn meestal aangeboren. De incidentie van aangeboren hartafwijkingen bedraagt 0,8% van de levend geborenen. Een huisarts zal slechts incidenteel te maken krijgen met een kind met een aangeboren hartafwijking, maar het legt een grote druk op het gezin. De huisarts zal met name in de diagnostische fase en behandelfase een belangrijke rol spelen in de begeleiding van het gezin. Er is een grote variatie in afwijkingen, zowel wat type en ernst van de afwijking betreft, als in klinische presentatie. Bij ruim 50% van de kinderen wordt de diagnose in de eerste levensmaand gesteld. Tabel 5.1 geeft een overzicht van de frequentste voorkomende afwijkingen.
M. Witsenburg

6. Geneesmiddelen bij hart- en vaatziekten

Samenvatting
Cardiovasculaire aandoeningen vormen in Nederland nog altijd de grootste bron van mortaliteit en morbiditeit. Preventie van deze aandoeningen heeft een hoge vlucht genomen, hetgeen weliswaar geleid heeft tot een belangrijke daling in mortaliteit, maar vooralsnog zonder dat de koppositie van de morbiditeit verloren is gegaan. Chirurgische en percutane behandelingen van cardiovasculaire aandoeningen hebben verdere verbeteringen ondergaan. De grootste winst werd evenwel geboekt in de verbetering van de cardiovasculaire farmacotherapie. In dit hoofdstuk volgt een samenvatting.
H.G.L.M. Grundmeijer, F.W.A. Verheugt

7. Vrouwen en hart- en vaatziekten: de overgang

Samenvatting
Omdat vrouwen relatief beschermd zijn door hun hormonale status in de vruchtbare levensfase treden cardiovasculaire ziekten (CVZ) bij hen gemiddeld 7-10 jaar later op dan bij mannen. In de jaren na de menopauze wordt het cardiovasculaire risicoprofiel ongunstiger, waardoor vrouwen een inhaalslag maken. Terwijl mannen een hogere sterfte hebben aan myocardinfarcten, overlijden jaarlijks meer vrouwen aan hartfalen en CVA’s (Figuur 7.1). De afgelopen twee decennia is zowel het aantal myocardinfarcten als het aantal CVA’s bij vrouwen op middelbare leeftijd toegenomen. Door een minder gezonde leefstijl en toename in gewicht ontwikkelen veel vrouwen diabetes en hypertensie. Daarnaast zijn vooral jonge vrouwen meer gaan roken.
A.H.E.M. Maas, A.L.M. Lagro-Janssen

Klachtgericht deel

Voorwerk

8. Pijn op de borst

Differentiële diagnostiek en eerste aanpak
Samenvatting
Bij pijn op de borst moet onderscheid worden gemaakt tussen acute pijn en niet-acute pijn. Een duidelijk afkappunt tussen beide is theoretisch niet goed te geven, maar lukt in de praktijk meestal wel. Ook chronische pijn begint eens en zal zich bij dat begin min of meer als acute pijn presenteren. Patiënten komen vaak alleen bij ernstige ongerustheid, bijvoorbeeld door de hevigheid van de pijn, of door het voortduren ervan. Pragmatisch zou het afkappunt dus gelegd kunnen worden tussen mensen die min of meer de eerste gelegenheid aangrijpen om doktershulp in te roepen, en mensen die dat niet doen en dus pas na enkele dagen of nog langer na het ontstaan van de pijn komen.
A.M. Bohnen, J.W. Deckers

9. Stabiele angina pectoris

Samenvatting
Stabiele angina pectoris is het gevolg van obstructies in de coronairarteriën die aanleiding geven tot klachten, die voor de individuele patiënt meestal onder vergelijkbare omstandigheden optreden en doorgaans volgens een vast patroon verlopen. Al in 1772 beschreef William Heberden de klassieke verschijnselen van angina pectoris (AP) als een zelfstandig ziektebeeld, overigens zonder daarbij de relatie met obstructies in het coronaire vaatsysteem te vermelden.
J.W. Deckers, A.M. Bohnen

10. Hartinfarct en instabiele angina pectoris

Samenvatting
In uw praktijk wordt u op verschillende wijzen geconfronteerd met patiënten met een hartinfarct of instabiele angina pectoris. De volgende praktijkgevallen zijn hiervan een voorbeeld.
J.W. Deckers, A.M. Bohnen

11. Cardiomyopathie, myocarditis en pericarditis

Samenvatting
In 1995 heeft een werkgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie en de International Society of Cardiology de cardiomyopathieën opnieuw gedefinieerd en geclassificeerd.
P.A.F.M. Doevendans, J.H. Kirkels

12. Hartkloppingen en ritmestoornissen

Samenvatting
Klachten van hartkloppingen kunnen een aanwijzing zijn voor een ritmestoornis, maar kunnen ook bij een normaal hartritme (sinusritme) worden gevoeld. Aanvalsgewijze (paroxismale) ritmestoornissen worden vaker ervaren als hartkloppingen dan aanhoudende (persistente en permanente) ritmestoornissen. Hartkloppingen zijn niet altijd levensbedreigend, maar de kwaliteit van leven kan er zeer zeker door worden gehinderd.
K.T.S. Konings

13. Atriumfibrilleren

Samenvatting
Mevrouw Van de Wetering is 96 jaar oud. Zij gebruikt al tien jaar acenocoumarol in verband met atriumfibrilleren. Hiertoe is indertijd besloten omdat mevrouw Van de Wetering atriumfibrilleren had, acetylsalicylzuur als CVA-preventie gebruikte, maar desondanksnog steeds TIA’s doormaakte. Het ging daarna jarenlang heel goed met haar. Mevrouw Van de Wetering gaat nu echter achteruit. Ze is vermoeid en duizelig en valt daardoor regelmatig. Nader onderzoek brengt aan het licht dat ze een ernstige microcytaire anemie heeft.
J. Heeringa, F.W.A. Verheugt

14. Hartfalen

Samenvatting
Hartfalen is een complex syndroom, dat wordt gekenmerkt door klachten en verschijnselen ten gevolge van structurele of functionele afwijkingen van het hart die leiden tot een tekortschietende pompfunctie. Het komt bij 1-2% van de bevolking voor en neemt sterk toe met het vorderen van de leeftijd. Hartfalen is grotendeels een ouderdomsziekte. Boven de 65 jaar heeft 7-10% van de mensen hartfalen. De verbeterde behandeling van het acuut coronair syndroom heeft geleid tot een lagere sterfte van patiënten met een hartinfarct en daarmee tot een toename van het aantal patiënten met een grote kans op het ontwikkelen van hartfalen.
F.H. Rutten, E.P. Walma, A. Mosterd

15. Perifeer arterieel vaatlijden

Samenvatting
Perifeer arterieel vaatlijden (PAV) is een chronische aandoening die in principe tot het takenpakket van de huisarts behoort. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diagnostische en therapeutische mogelijkheden van de huisarts bij PAV, de verwijsindicaties en het belang van een goede follow-up van deze patiënten in verband met hun slechte prognose. De huisarts moet zich bij deze patiënten namelijk niet alleen richten op de perifere vaten, maar vooral op het verlagen van het grote risico op morbiditeit en mortaliteit door een myocardinfarct of CVA door de uitgebreid aanwezige gegeneraliseerde atherosclerose.
M.E.L. Bartelink

16. Hartklepafwijkingen

Samenvatting
Hartklepafwijkingen komen vrij veel voor. Ze waren in 2011 (rapport NHS) verantwoordelijk voor 9.539 ziekenhuisopnamen, waaraan vermoedelijk nog een deel van de opnamen voor aangeboren hartafwijkingen en infectieuze hartziekten zou kunnen worden toegevoegd. Ter vergelijking: in hetzelfde jaar werden 27.454 patiënten opgenomen wegens een acuut myocardinfarct.
J.P.M. Hamer

17. Hartrevalidatie

Samenvatting
Hartrevalidatie is een multidisciplinaire behandeling, gericht op fysiek en psychosociaal herstel bij hartpatiënten. Traditionele doelgroepen waarbij het effect van hartrevalidatie al in de jaren 90 van de vorige eeuw werd aangetoond, zijn patiënten na een acuut coronair syndroom (hartinfarct, instabiele angina pectoris), patiënten na een bypass en/of hartklepoperatie en patiënten na een acute dotterbehandeling. In de laatste jaren is aangetoond dat hartrevalidatie ook zeer effectief is bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen met een chronischer karakter, zoals stabiele angina pectoris en chronisch hartfalen. Omdat deze aandoeningen vaak geassocieerd zijn met langdurig risicogedrag, is medicamenteuze behandeling - al dan niet aangevuld met invasieve interventies - vaak onvoldoende voor verbetering van leefstijl en prognose. Andere doelgroepen waarbij er groeiend bewijs is voor het nut van hartrevalidatie, zijn patiënten met congenitale hartaandoeningen, patiënten na ICD-implantatie en na percutane aortaklepimplantatie.
H.M.C. Kemps, R.F. Spee, S. Traa, J.A.M. Hoevenaars

Nawerk

Meer informatie