Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2006 | OriginalPaper | Hoofdstuk

Bij een recidief Pap-2 moet een patiënt worden verwezen naar de gynaecoloog. Is dit een zinnig advies?

Auteurs : dr. M. Boon, R. Wijsman-Grootendorst

Gepubliceerd in: Vademecum permanente nascholing huisartsen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

De diagnose Pap-2 betekent: “ik weet het niet precies, het uitstrijkje is niet helemaal normaal, de afwijkingen zijn te gering om de diagnose cervicale (pre)neoplasie te stellen, maar mogelijk wordt er in het histologisch biopt wel iets gevonden”. Het is een codering waarin tot uitdrukking wordt gebracht dat de situatie tussen vriezen en dooien ligt. In de Verenigde Staten wordt treffend gesproken van Atypical Squamous Cells of Unknown Significance (ASCUS) en/of Atypical Glandular Cells of Unknown Significance (AGUS). In onze Nederlandse KOPAC vallen onder de Pap-2 de codes P2 (reactieve plaveiselepitheelcellen), P3 (reactieve metaplastische cellen) en C3 (reactieve cylinderepitheelcellen). Voor al onze KOPAC-diagnoses gebruiken wij histologische termen. Zo spreken wij van een lichte dysplasie (P4) wanneer wij in het biopt een lichte dysplasie (oftewel CIN I) verwachten, en van een plaveiselcelcarcinoom (P9) wanneer we denken in het biopt een invasief carcinoom met plaveiselceldifferentiatie aan te treffen. Voor dergelijke KOPAC-diagnoses is de histologie de spiegel van de cytologie, de zogenaamde ‘Gouden Standaard’. Echter, voor P2, P3 en C3 bestaat geen histologische spiegeldiagnose: niemand kan vertellen hoe de histologie er uit zal zien.
Literatuur
go back to reference Boon ME, Kok LP. Kostenreductie door afbakenen van Pap-II uitstrijken. De impact van neurale netwerktechnologie op het screenproces. In: Jaarverslag 1998 van het Leids Cytologisch en Pathologisch Laboratorium. Leiden: Coulomb Press Leyden 1999: 44-48. Boon ME, Kok LP. Kostenreductie door afbakenen van Pap-II uitstrijken. De impact van neurale netwerktechnologie op het screenproces. In: Jaarverslag 1998 van het Leids Cytologisch en Pathologisch Laboratorium. Leiden: Coulomb Press Leyden 1999: 44-48.
go back to reference Kok MR, Boon ME, Schreiner-Kok PG. Dichter bij de waarheid: een vermindering van zowel de overdiagnoses als de onderdiagnoses met behulp van de NNS-schermdiagnostiek. Leids Cytologisch en Pathologisch Laboratorium, Intern rapport nr. 98001, 1998. Kok MR, Boon ME, Schreiner-Kok PG. Dichter bij de waarheid: een vermindering van zowel de overdiagnoses als de onderdiagnoses met behulp van de NNS-schermdiagnostiek. Leids Cytologisch en Pathologisch Laboratorium, Intern rapport nr. 98001, 1998.
go back to reference Kok MR, Habers MA, Schreiner-Kok PG, Boon ME. New paradigm for ASCUS diagnosis using neural networks. Diagn Cytopathol 1998; 19: 361-66. Kok MR, Habers MA, Schreiner-Kok PG, Boon ME. New paradigm for ASCUS diagnosis using neural networks. Diagn Cytopathol 1998; 19: 361-66.
Metagegevens
Titel
Bij een recidief Pap-2 moet een patiënt worden verwezen naar de gynaecoloog. Is dit een zinnig advies?
Auteurs
dr. M. Boon
R. Wijsman-Grootendorst
Copyright
2006
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-8808-0_610