Skip to main content
main-content
Top

2009 | mbo verpleegkundige/niveau 4 | Boek

Beroepspraktijkvorming Verpleegkundige

Praktijkopdrachten voor kwalificatieniveau 4: Verpleegtechnische handelingen

Redacteuren: Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

Boekenserie: Beroepspraktijkvorming

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Inhoudsopgave

Voorwerk

ABCD-opdrachten

A Kennismaken met het werkveld
Samenvatting
Je gaat:
  • kennismaken met:
    • je collega’s;
    • de zorgvrager(s) die je gaat verplegen;
    • de kenmerken en de problematiek van de zorgvragers in het nieuwe werkveld;
  • informatie verzamelen over de visie van de organisatie waar je werkt/stage loopt;
  • in je werk deze visie toepassen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
B Kennismaking en introductie
Samenvatting
Je gaat
  • kennismaken met je begeleider;
  • de afspraken en regels van de instelling bespreken;
  • het nood- of calamiteitenplan bespreken;
  • je werkomgeving verkennen;
  • met je begeleider de opdrachten bespreken en plannen;
  • in overleg met je begeleider reflectiegesprekken en evaluaties plannen;
  • met je begeleider afspraken maken over je leerproces in het kader van je POP, PAP en/of het werken aan leerlijnen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
C Afsluiten van de BPV-periode
Samenvatting
Je gaat:
  • met je begeleider de BPV-periode evalueren;
  • de verslagen en afspraken maken die voor je POP, PAP of het werken aan leerlijnen nodig zijn;
  • je richten op een volgende BPV-periode, een volgend leerjaar of een baan als beginnend beroepsbeoefenaar.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
D Planningsformulier
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout

Opdrachten

1 Een maagsonde verzorgen en sondevoeding toedienen
Samenvatting
Sondevoeding krijgen kan in een aantal gevallen, waarin normaal eten niet mogelijk of er onvoldoende inname is, een uitkomst zijn. Denk bijvoorbeeld aan zorgvragers met ernstige darmaandoeningen of zorgvragers die ondervoed zijn. Het hebben van een maagsonde en het krijgen van sondevoeding wordt door zorgvragers meestal als belastend ervaren. De vaste etenstijden verdwijnen en het elkaar ontmoeten tijdens de maaltijden kan als moeilijk ervaren worden. In het contact met de zorgvrager is het daarom erg belangrijk om rekening te houden met de manier waarop hij de sondevoeding beleeft.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
2 Een maagsonde inbrengen
Samenvatting
Soms kan een zorgvrager niet gewoon eten en wordt in overleg met de arts besloten tot het geven van sondevoeding. Het inbrengen van de sonde is een belastende handeling. Daarnaast is het ook nog eens vervelend dat de vaste etenstijden verdwijnen. Het is belangrijk dat je daar als verpleegkundige aandacht voor hebt.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
3 Een maagspoeling uitvoeren
Samenvatting
Voor vrijwel alle zorgvragers is het spoelen van organen een belastende gebeurtenis. Het ondersteunen en informeren van de zorgvrager zijn essentiële taken voor jou als verpleegkundige.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
4 Een blaaskatheter verzorgen en blaasspoelen
Samenvatting
Zorgvragers kunnen om verschillende redenen een blaaskatheter of een blaasspoeling nodig hebben. Meestal zijn zij niet in staat om zelf de katheter te verzorgen. De verzorging van een blaaskatheter vraagt tijdens de dagelijkse hygiëne en de ‘toiletgang’ extra aandacht.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
5 Een suprapubische katheter verzorgen en blaasspoelen
Samenvatting
Een blaaskatheter kan op verschillende manieren worden ingebracht. Soms is het nodig dat de katheter suprapubisch (boven het schaambeen, via de buikwand in de blaas) geplaatst wordt. De zorgvrager zal een suprapubische katheter als ingrijpend ervaren. Extra aandacht voor de beleving van de zorgvrager en het beantwoorden van vragen over de katheter zijn daarom op zijn plaats.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
6 Een blaaskatheter inbrengen
Samenvatting
Het inbrengen van een blaaskatheter is een voorbehouden handeling, opgenomen in de Wet BIG. Het inbrengen van een blaaskatheter kan een vervelende ervaring zijn voor een zorgvrager en je moet er rekening mee houden dat de handeling pijnlijk kan zijn. De vaardigheid vraagt zorgvuldigheid en handigheid. Daarnaast is respect voor de lichamelijke intimiteit en de privacy van de zorgvrager een belangrijk aandachtspunt.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
7 Een stoma verzorgen
Samenvatting
Problemen met de natuurlijke uitscheiding kunnen veroorzaakt worden door een ziekte, maar ook door een ongeval of een aangeboren afwijking. Als urine en/of feces niet op een natuurlijke manier het lichaam kunnen verlaten, wordt er chirurgisch een kunstmatige uitgang aangebracht. De verzorging van een stoma vraagt handigheid en inlevingsvermogen. Veel zorgvragers vinden het gênant om zich te laten helpen met de kunstmatige uitgang.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
8 Een darmspoeling uitvoeren
Samenvatting
Het reinigen van de darmen door middel van een darmspoeling kan om verschillende redenen noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld om de darmen van de zorgvrager te spoelen als voorbereiding op een operatie of om obstipatie bij de zorgvrager op te heffen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
9 Een stoma irrigeren
Samenvatting
Niet in alle gevallen ontlast een stoma zich spontaan. In sommige gevallen dient het ontlasten op gang gebracht te worden door middel van een darmspoeling. Soms wordt een stoma regelmatig, bijvoorbeeld tweemaal per dag, gespoeld. Tussentijds wordt het stoma afgesloten door middel van een stomaplug.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
10 Medicijnen toedienen
Samenvatting
Het kan voorkomen dat een zorgvrager voor een korte of langere periode medicijnen moet gebruiken. Voor de ene zorgvrager bepaalt het gebruik van één of meer medicijnen de mogelijkheden die hij heeft om deel te nemen aan dagelijkse activiteiten. Voor de andere zorgvrager is een leven zonder medicijnen niet mogelijk. Het zal je binnen je werksituatie duidelijk worden dat de ene zorgvrager voor zijn medicijngebruik volledig is aangewezen op jou terwijl de andere zorgvrager zelfstandig zijn medicijnen kan gebruiken en/of beheren. In je werk als verpleegkundige zul je bij het toedienen van medicijnen de grootste zorgvuldigheid in acht moeten nemen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
11 Medicijnen vaginaal toedienen en vaginaal irrigeren
Samenvatting
De meeste medicijnen worden oraal ingenomen en via de bloedbaan komen deze op de plaats van bestemming. Regelmatig worden medicijnen rechtstreeks aangebracht op de plaats waar ze werkzaam zijn. Dit is ook het geval bij het vaginaal toedienen van tabletten, crèmes, gel en spoelvloeistof. Het is daarom belangrijk dat het medicijn goed wordt toegediend.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
12 Medicijnen toedienen via de luchtwegen
Samenvatting
Soms hebben zorgvragers medicijnen nodig via de luchtwegen. Dit gebeurt met behulp van onder andere vernevelaars, aërosolen en inhalators. Het geïnhaleerde medicijn wordt dan direct in de ademhalingswegen opgenomen. Veel zorgvragers met chronische aandoeningen en/of longemfyseem gebruiken een inhalator. Het gebruik ervan is niet voor iedereen eenvoudig: geregeld blijkt dat mensen op een verkeerde manier inhaleren. Soms moet je het inhaleren veelvuldig oefenen met de zorgvrager.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
13 Zuurstof toedienen
Samenvatting
Wanneer een zorgvrager als gevolg van een ziekte tijdelijk of langdurig onvoldoende zuurstof binnen krijgt, schrijft de arts zuurstoftoediening voor. Als verpleegkundige ben je er verantwoordelijk voor dat je op de juiste wijze de voorgeschreven hoeveelheid zuurstof toedient. De arts bepaalt de dosering in liters per minuut en per etmaal. De toediening van zuurstof kan door de zorgvrager als verlichtend, maar ook als belastend worden ervaren. Wanneer een zorgvrager problemen heeft met de ademhaling wordt hij vaak angstig en gespannen. Een juiste ondersteuning door jou als verpleegkundige is dus belangrijk.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
14 Een subcutane injectie toedienen
Samenvatting
Goed injecteren is een vaardigheid die je pas beheerst na veel doen: oefening baart kunst. Het injecteren van sommige vloeistoffen kan pijnlijk zijn. Je kunt de zorgvrager echter pijn besparen door de juiste injectietechniek toe te passen. Subcutaan injecteren is een voorbehouden handeling, opgenomen in de Wet BIG.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
15 Een intramusculaire injectie toedienen, oplossingen en verdunningen maken
Samenvatting
De arts die een medicijn voorschrijft, zal ook altijd de wijze van toedienen aangeven. Net als de subcutane injectie is de intramusculaire injectie een handeling die je als verpleegkundige regelmatig zult uitvoeren. Het is een voorbehouden handeling, opgenomen in de Wet BIG.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
16 Medicijnen per injectie intraveneus toedienen
Samenvatting
Intraveneus injecteren is een voorbehouden handeling die de verpleegkundige volgens de Wet BIG rechtmatig mag uitvoeren. Er zijn nauwelijks medicijnen die een verpleegkundige niet mag inspuiten. Omdat intraveneus injecteren direct grote gevolgen kan hebben, is het van belang dat je weet hoe je de medicatie moet toedienen. Daarom zul je steeds moeten controleren of de medicatie nog gegeven dient te worden volgens de door de arts gemaakte afspraken. Ook observatie en rapportage op korte en langere termijn zijn noodzakelijk.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
17 Medicijnen toedienen via een infuussysteem/toedieningssysteem
Samenvatting
Het oplossen van medicijnen in vloeistof en het maken van verdunningen moet uiteraard met de grootst mogelijke nauwkeurigheid gebeuren. Als verpleegkundige moet je heel goed weten waar je mee bezig bent. Zorg ervoor dat er altijd controle kan plaatsvinden van de te injecteren medicijnen (zowel met betrekking tot de hoeveelheid als de soort). In het kader van de Wet BIG is het toedienen van medicijnen via een infuussysteem/toedieningssysteem een voorbehouden handeling.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
18 Een perifeer infuus inbrengen
Samenvatting
Het inbrengen van een perifeer infuus is een handeling die verpleegkundigen mogen uitvoeren volgens de wettelijke richtlijnen. In het kader van de Wet BIG is het een voorbehouden handeling. Het inbrengen van een perifeer infuus is voor de zorgvrager vaak een belastende en pijnlijke behandeling. Als verpleegkundige heb je de verantwoordelijkheid goed te weten waar je mee bezig bent en steeds bekwaam te werk te gaan, want de gevolgen van een verkeerde of onnauwkeurige handeling kunnen zeer ernstig en zelfs levensbedreigend zijn.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
19 Vloeistoffen toedienen via een perifeer infuus
Samenvatting
Er zijn diverse redenen waarom zorgvragers een perifeer infuus kunnen hebben. Toediening van vloeistoffen is de meest voorkomende reden. Vooral op een chirurgische afdeling heb je vaak te maken met een perifeer infuus, waarmee een zorgvrager die zelf (nog) niet mag drinken vocht krijgt toegediend.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
20 Vloeistoffen toedienen via een centraal infuus
Samenvatting
Onder een centraal infuus verstaan we een infuus dat, meestal, met de punt in een groot bloedvat in de thorax van de zorgvrager ligt. Op een verpleegafdeling wordt een centraal infuus gebruikt voor infusie van vloeistof met een sterk prikkelende werking op de vaatwand. Door toediening in een ader met een grote diameter wordt die prikkeling enigszins voorkomen. Centrale infusen zijn kwetsbaarder voor infecties dan perifere infusen. Het toedienen van vloeistoffen via een centraal infuus dient met de grootst mogelijke zorgvuldigheid te gebeuren.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
21 Een infuuspomp en een spuitpomp bedienen
Samenvatting
Een infuuspomp is een kastje waarmee de vloeistof in de infuusslang wordt voortgestuwd.
Een elektrisch oog registreert de druppelsnelheid en geeft een signaal af wanneer het aantal ingestelde druppels te hoog of te laag is. Een infuuspomp is dus heel geschikt wanneer de toediening van vloeistoffen (met medicijnen) erg nauw luistert. Een spuitpomp is een vergelijkbaar systeem, maar geschikt gemaakt voor bijvoorbeeld een heparinespuit die gelijkmatig kleine hoeveelheden heparine toedient. De bediening van beide pompen is een voorbehouden handeling volgens de Wet BIG. Zorg er dus altijd voor dat je duidelijk weet waar je mee bezig bent, wat de gevolgen kunnen zijn en op wie je kunt terugvallen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
22 Een transfusie uitvoeren
Samenvatting
Er worden hoge eisen gesteld aan een transfusie van bloed en bloedproducten. Wanneer verkeerde vloeistoffen worden toegediend, kan dat ernstige en zelfs levensbedreigende gevolgen hebben.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
23 Rode wonden en smetten verzorgen
Samenvatting
Ondanks alle voorzorgsmaatregelen kan het voorkomen dat je een zorgvrager met decubitus of smetten moet verzorgen. Afhankelijk van de oorzaak moet je verschillende maatregelen nemen om het proces tot stilstand te brengen en genezing te bevorderen. Maar wat de oorzaak ook is, altijd is het belangrijk dat je preventiemaatregelen onverminderd blijft toepassen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
24 Gele wonden verzorgen
Samenvatting
Het lukt niet altijd om een rode wond in een goede conditie te houden. Als de wond geïnfecteerd raakt, zal het uiterlijk ervan veranderen: je ziet geel wondbeslag, dat bestaat uit bacteriën en pus. Een dergelijke wond verdient aandacht en de behandeling is er in de eerste plaats op gericht om de infectie te doen verdwijnen: deze staat de wondgenezing namelijk in de weg. Een gele wond is, net als een rode, vaak pijnlijk.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
25 Zwarte wonden verzorgen
Samenvatting
Al een wond plotseling zwart wordt, moet je onmiddellijk en adequaat ingrijpen. Zwarte wonden bevatten necrotisch weefsel. Deze necrose heeft verschillende oorzaken; je kent misschien wel de necrotiserende decubituswond. Necrose wil zeggen ‘dood weefsel’. Het is een voedingsbodem voor bacteriën. Een wond kan niet genezen zolang er zich necrotisch weefsel in bevindt. Daarnaast kan de wond een onaangename geur verspreiden. Zowel voor de zorgvrager als de verpleegkundige kan dit moeilijk zijn. Necrotisch weefsel wordt door een arts verwijderd en vervolgens kan er een therapie afgesproken worden. Als verpleegkundige laat je zien dat je hier op een professionele manier mee om kunt gaan.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
26 Zwachteltechnieken toepassen
Samenvatting
Er bestaan verschillende zwachteltechnieken en deze worden voor verschillende doeleinden gebruikt. Zwachteltechnieken worden vaak toegepast bij de verzorging van een open been. Een open been (‘ulcus cruris’) is een kwetsbaar lichaamsdeel dat beschermd moet worden tegen invloeden van buitenaf, zoals vuil en stoten. Het inzwachtelen van het onderbeen geeft bescherming en helpt bovendien oedeem te voorkomen of te verminderen. Dit verbetert de doorbloeding. In dit geval wordt een speciale zwachteltechniek toegepast: de compressietherapie. Geef de zorgvrager begeleiding en probeer de zelfstandigheid van de zorgvrager te bevorderen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
27 Wonden met hechtingen verzorgen en hechtingen verwijderen
Samenvatting
Ieder mens heeft wel eens een wond en voor iedereen heeft een wond een andere betekenis. Niet zelden leidt het hebben van een wond tot bewustwording van de kwetsbaarheid van het eigen lichaam. Er zijn verschillende soorten wonden.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
28 Wonden met tampons verzorgen en tampons verwijderen
Samenvatting
Soms vragen grote en diepe wonden extra aandacht bij de verzorging. Het verzorgen van dergelijke wonden kan voor een zorgvrager zowel lichamelijk als emotioneel een grote belasting zijn. Het genezingsproces van een diepe of grote wond gaat trager dan van een oppervlakkige wond. Dat brengt met zich mee dat de wond vaker wordt verzorgd. Als verpleegkundige geef je aan de zorgvrager voorlichting, instructie en begeleiding.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
29 Wonddrains verzorgen en wonddrains verwijderen
Samenvatting
Een zorgvrager met een wonddrain kan zich ziek voelen en belemmerd in zijn bewegingsvrijheid. Hij heeft een ‘slangetje’ in zijn lichaam zitten, een voorwerp dat er niet in thuishoort. Dat kan grote invloed hebben op de zorgvrager. Van jou wordt verwacht dat je behalve verpleegtechnische zorg ook psychische begeleiding kunt geven als de zorgvrager dat nodig heeft.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
30 Warmte- en koudebehandeling
Samenvatting
Een zorgvrager is niet altijd in staat om zelf adequaat op zijn lichaamstemperatuur te reageren. Je kunt hierbij denken aan het reageren op koorts, koude door een slechte doorbloeding en warmte of koude door een onaangename omgevingstemperatuur.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
31 Een tracheastoma en tracheacanule verzorgen
Samenvatting
Ademhalen is voor de meeste mensen een vanzelfsprekende zaak. We halen adem om onze organen van zuurstof te kunnen voorzien, te praten, ons in te spannen en te ontspannen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
32 Mond- en keelholte uitzuigen
Samenvatting
Een zorgvrager kan veel last hebben van slijmvorming in de bovenste luchtwegen. Als hij niet in staat is om het slijm op te hoesten kun je helpen door het slijm in de mond- en keelholte weg te zuigen. Dit zal de ademhaling van de zorgvrager weer vergemakkelijken. Het uitzuigen kan erg vermoeiend en beangstigend zijn. Het is daarom belangrijk om de nodige aandacht te geven aan de zorgvrager in de begeleiding, de voorlichting en de instructie.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
33 Een venapunctie uitvoeren
Samenvatting
Het uitvoeren van een venapunctie, ‘bloedprikken’ in de volksmond, kan een vervelende en pijnlijke ervaring zijn. Toch moet er vaak bloed geprikt worden, als onderdeel van een algemeen lichamelijk onderzoek.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
34 Een hielprik uitvoeren
Samenvatting
Om bepaalde stofwisselingsziekten in een vroeg stadium te kunnen opsporen wordt bij elke pasgeborene een beetje bloed wordt afgenomen door middel van een hielprik. Voor de naasten van de pasgeborene is dit een vervelend moment; de pasgeborene ervaart het als zeer vervelend en zal dit duidelijk te kennen geven. Ouders vinden het dan ook naar om het hun kindje aan te doen. Toch is het raadzaam de prik te laten ondergaan, omdat de consequenties van niet prikken groot kunnen zijn. De hielprik is een voorbehouden handeling volgens de Wet BIG.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
35 Steriel(e) en niet-steriel(e) monsters/materiaal verzamelen
Samenvatting
Voor goede diagnostiek is het verzamelen van onderzoeksmateriaal onmisbaar. Vaak moet dit steriel of zo schoon mogelijk gebeuren. Het is belangrijk te weten met welk doel het monster of materiaal opgevangen moet worden: soms is speciaal opvangmateriaal of een specifieke bewaarmethode nodig. Ook is het je taak om een zorgvrager goed voor te lichten over wat de bedoeling is: een goed geïnformeerde zorgvrager kan helpen om het benodigde materiaal op de juiste wijze op te vangen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
36 Assisteren bij chirurgische behandelingen
Samenvatting
Wanneer je als verpleegkundige gaat assisteren bij een chirurgische behandeling is je taak tweeledig; enerzijds ben je de assistent van de behandelend arts, anderzijds ben je de begeleider van de zorgvrager die de behandeling ondergaat. In alle gevallen is het noodzakelijk dat je goed op de hoogte bent van het doel, de werkwijze en de eventuele complicaties van de behandeling. Vaak zal de voorlichting vooraf niet alleen tot de verantwoordelijkheid van de arts behoren, maar ook door de verpleegkundige gegeven worden. Denk alleen al aan de nazorg die voor de zorgvrager van belang is.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
37 Assisteren bij intern/neurologisch onderzoek
Samenvatting
Wanneer je als verpleegkundige assisteert bij een onderzoek heb je vaak een dubbele taak: een assisterende taak ten opzichte van de arts en een begeleidende taak ten opzichte van de zorgvrager. In een groot aantal gevallen ben jij op zo’n moment het enige vertrouwde gezicht dat een zorgvrager ziet in een voor de zorgvrager vervelende situatie. Daarnaast is het vaak zo dat je als verpleegkundige een belangrijke taak hebt in de voorlichting aan de zorgvrager over het onderzoek dat gaat komen. Hoewel onderzoek erop gericht zal zijn meer duidelijkheid omtrent de klachten en/of het ziektebeeld te krijgen, is het ondergaan van zo’n onderzoek voor de zorgvrager vaak belastend. Gevoelens als angst en onzekerheid zullen vaak aanwezig zijn bij de zorgvrager en jij als verpleegkundige kan de zorgvrager daarbij begeleiden.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
38 Assisteren bij diverse therapieën
Samenvatting
Zorgvragers krijgen in een instelling te maken met een aantal verschillende disciplines. Naast artsen en verpleegkundigen staan er nog tal van andere beroepsbeoefenaren klaar om het genezings- en verbeteringsproces te bespoedigen. Denk bijvoorbeeld aan de klinisch fysiotherapeut, de logopedist en de diëtist. Als verpleegkundige dien je samen te kunnen werken met alle beroepsbeoefenaren rondom een zorgvrager. Dat kan betekenen dat je een assisterende rol hebt bij andere dan chirurgische of interne onderzoeken en/of behandelingen. Je kan hier denken aan oefeningen die op voorschrift van de fysiotherapeut een aantal malen per dag herhaald moeten worden om de zorgvrager sneller mobiel te krijgen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
39 Verlenen van eerste hulp
Samenvatting
In de gezondheidstoestand van zorgvragers kunnen zich op elk moment onverwachte gebeurtenissen voordoen. Soms is de toestand van de zorgvrager zodanig dat er in zekere mate al rekening mee wordt gehouden. Zorgvragers met bijvoorbeeld hart- en vaataandoeningen, een cerebrale aandoening, een acute (inwendige) bloeding kunnen ineens onwel worden en het bewustzijn verliezen. Snel en adequaat handelen kan dan iemands leven redden. Probeer paniek te voorkomen, bij jezelf en bij eventuele omstanders. De volgorde van handelen dient standaard en bekend te zijn. Vergeet niet dat zo’n acute situatie voor jezelf en je collega’s nooit routine zal worden. Opvang van elkaar na afloop van een acute situatie dient de nodige aandacht te krijgen.
Nicolien van Halem, Henny de Leeuw, Tera Stuut, Johan van ’t Wout
Nawerk
Meer informatie
Titel
Beroepspraktijkvorming Verpleegkundige
Redacteuren
Nicolien van Halem
Henny de Leeuw
Tera Stuut
Johan van ’t Wout
Copyright
2009
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-313-9358-9
Print ISBN
978-90-313-6196-0
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-313-9358-9