Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek biedt een vrijwel compleet overzicht van de actuele kennis op het gebied van bekkeninstabiliteit. Aan de orde komen de pathogenese, de epidemiologie, de symptomatologie, de diagnostiek en de therapie. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor fysiotherapeutische behandeling.

De editie Bekkeninstabiliteit voor professionals geeft praktische adviezen aan zowel artsen als fysiotherapeuten, manueeltherapeuten en oefentherapeuten. Daarnaast gaat dit boek in op zaken als zwangerschap na bekkeninstabiliteit, alternatieve geneeswijzen, arbeidsongeschiktheid en de wet- en regelgeving.

De inhoud is gebaseerd op niet alleen een uitgebreide literatuurstudie, maar ook gesprekken met meer dan tweeduizend patiënten.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Anatomie

In alle anatomieboeken wordt de bouw van het bekken beschreven. Ik zal dat hier niet uitvoerig herhalen. Ik wil in dit hoofdstuk wel enkele aspecten van de bouw van het bekken accentueren, vooral de aspecten die nodig zijn om de volgende hoofdstukken goed te begrijpen.
Jan Mens

2. Wat is instabiliteit?

De ontstaanswijze van een ziekte is vooral van belang als onderzoekers op zoek zijn naar een gerichte behandeling. Bij de meeste aandoeningen gaat het niet om één oorzaak, maar om een combinatie van factoren.
Jan Mens

3. Wat is bekkeninstabiliteit?

Instabiliteit van het bekken is in principe niet anders dan instabiliteit van de schouder, de knie of de enkel of welk ander gewricht ook. Het vaststellen van instabiliteit van een gewricht is doorgaans moeilijk.
Jan Mens

4. Pathogenese

Veel onderzoek is gedaan om erachter te komen waarom de ene vrouw in de zwangerschap bekkeninstabiliteit krijgt en de andere niet. Veel heeft dat onderzoek tot nu toe niet opgeleverd (zie ook hoofdstuk 5).
Jan Mens

5. Epidemiologie

In dit hoofdstuk wordt besproken hoe vaak rug- en bekkenpijn tijdens een zwangerschap voorkomt. Bovendien wordt gekeken of de ene vrouw meer kans heeft op klachten dan de andere.
Jan Mens

6. Symptomatologie

De symptomen van bekkeninstabiliteit bestaan uit pijn, onmachtsgevoelens, waggelen, tintelingen en de gevolgen daarvan voor het uitvoeren van allerlei dagelijkse activiteiten. Er is een aantal klachten dat vaak voorkomt bij patiënten met bekkeninstabiliteit, maar er niet rechtstreeks het gevolg van is (zie hoofdstuk 18).
Jan Mens

7. Bekkeninstabiliteit vaststellen

Artsen en therapeuten willen patiënten graag in hokjes stoppen. Dat is niet onvriendelijk bedoeld. Maar als een hulpverlener een aandoening herkent, kan hij gebruik maken van de ervaring die door hem (en anderen) is opgedaan bij patiënten die iets dergelijks hadden.
Jan Mens

8. De ernst van bekkeninstabiliteit bepalen

De ernst van de verschillende aspecten van bekkeninstabiliteit is tot op zekere hoogte te meten. Er is meestal een sterke samenhang tussen verschillende aspecten, maar soms is sprake van een sterke wanverhouding.
Jan Mens

9. Leefregels

Niet iedereen met bekkeninstabiliteit hoeft te worden behandeld. Vaak gaan de klachten vanzelf over. Vooral als de klachten pas kort bestaan en niet ernstig zijn, is de kans op herstel groot.
Jan Mens

10. Oefentherapie 1: abnormaal persen afleren

Stabiliteit berust op drie pijlers: passieve en actieve stabiliteit en de coördinatie. Meestal gaat het bij instabiliteit om een combinatie van gebreken van alle drie factoren.
Jan Mens

11. Oefentherapie 2: stabiliseren

Mechanisch gezien is het probleem bij bekkeninstabiliteit dat tijdens allerlei activiteiten te grote en ongecontroleerde bewegingen worden gemaakt in de SI-gewrichten, de symfyse en met de onderste twee lendenwervels.
Jan Mens

12. Oefentherapie 3: conditietraining

Alle patiënten met bekkeninstabiliteit hebben na verloop van tijd een slechte algemene conditie. Het is belangrijk de conditie weer op te krikken, omdat een patiënt die moe is weer snel in de oude fout vervalt.
Jan Mens

13. Bekkenbanden

Oefentherapie is het hart van de behandeling van de meest voorkomende vorm van bekkeninstabiliteit (type II). Vaak merkt de patiënt pas na een maand of drie therapie dat zij tot meer in staat is. In de tussentijd gaat het leven gewoon door.
Jan Mens

14. Medicatie

Pijnstilling bij bekkeninstabiliteit is niet anders dan bij pijn door andere oorzaken. Opvallend is dat pijnstillers weinig helpen als de patiënt oververmoeid is. Het is dan effectiever de vermoeidheid te behandelen dan de pijn.
Jan Mens

15. Handigheidjes en hulpmiddelen

Veel beperkingen zijn voor een deel te ondervangen door gebruik te maken van handigheidjes en hulpmiddelen. Vaak ontdekken patiënten zelf allerlei maniertjes om het leven aangenamer te maken. Soms geven ze die vondsten aan elkaar door.
Jan Mens

16. Operatie

In de hoofdstukken 10 tot en met 12 is beschreven hoe een oefenprogramma voor bekkeninstabiliteit eruit zou kunnen zien. De meeste patiënten hebben daarna geen behoefte aan verdere behandeling.
Jan Mens

17. Alternatieve geneeswijzen

Sommige patiënten kunnen niet voldoende worden behandeld en kunnen de situatie ook niet accepteren. Het is dan heel menselijk om eens op zoek te gaan naar een ‘alternatief’.
Jan Mens

18. Complicaties en bijkomende problemen

Bekkeninstabiliteit kan gepaard gaan met andere gezondheidsproblemen. Enerzijds zijn dat problemen van psychosociale aard, anderzijds zijn het mechanische complicaties.
Jan Mens

19. Zwangerschap na bekkeninstabiliteit

De hierna genoemde adviezen zijn een samenvatting van de adviezen die in de voorgaande hoofdstukken zijn besproken.
Jan Mens

20. Arbeidsongeschiktheid en de wet

Werken met bekkeninstabiliteit geeft vaak problemen. Voor een zwangere vrouw met veel klachten is zwaar werk niet mogelijk; daar wordt door niemand aan getwijfeld.
Jan Mens

21. Veelgestelde vragen

Er zijn vragen die steeds weer worden gesteld. Veel vragen zijn beantwoord in de vorige hoofdstukken. In het kort komen die onderwerpen in dit hoofdstuk nog eens terug. De vragen zijn alfabetisch gerangschikt op onderwerp.
Jan Mens

22. Formulieren en tests

In dit hoofdstuk vindt u een aantal formulieren en tests die te gebruiken zijn bij de diagnostiek van patiënten met pijn in lage rug of bekken. De scores treft u aan in paragraaf 22.10.
Jan Mens

Nawerk

Meer informatie