Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De professionele zorg voor personen met somatoforme stoornissen is tot op heden een min of meer verwaarloosd onderwerp. Zowel de somatische als geestelijke hulpverlening lijken nog al te vaak belast door het traditionele dualisme van lichaam en ziel. Voor medici zijn de klachten niet populair, want deze zijn vaak niet goed te herleiden tot een lichamelijke aandoening.

Veel hulpverleners in de geestelijke gezondheidszorg laten nog steeds een sterke voorkeur blijken voor het ingaan op (vermeende) achterliggende psychische problemen, terwijl patiënten over hun lichamelijke klachten blijven praten.Medisch onverklaarde lichamelijke klachten veroorzaken naast aanzienlijke lijdensdruk dikwijls beperkingen in het sociaal of beroepsmatig functioneren. Zo wordt een niet te onderschatte deel van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid mede veroorzaakt door dergelijke lichamelijke klachten. In de klinische praktijk bestaat duidelijk behoefte aan verantwoorde en praktisch toepasbare methoden om de verschillende somatoforme stoornissen te diagnosticeren en te behandelen.

In dit boek wordt dan ook vooral aandacht besteed aan diagnostiek en behandelingsmogelijkheden. Naast een overzicht van de stand van zaken worden hulpverleners handreikingen geboden voor het toepassen van empirisch ondersteunde behandelingsmogelijkheden, met als doel beperking van klachten en verhoging van de kwaliteit van leven. De redactie hoopt dat de auteurs van dit boek de interesse van de lezer voor het thema van de somatoforme stoornissen zullen stimuleren.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Classificatie en diagnostiek

Samenvatting
Een beschrijving van de classificatie en diagnostiek van somatoforme stoornissen hoeft niet veel pagina’s te bestrijken. In de psychiatrie wordt het dsm-iv-systeem breed geaccepteerd als instrument voor classificatie en diagnostiek. Voor degenen die meer Europees zijn georiënteerd is er daarnaast het classificatiesysteem van de icd-10. Beide systemen bieden beschrijvende diagnostische criteria die met een redelijke betrouwbaarheid zijn te gebruiken. In de handboeken dsm-iv en icd-10 zijn de diagnostische criteria voor de somatoforme stoornissen eenvoudig op te zoeken (American Psychiatric Association (apa), 1994; World Health Organization (who), 1994).
A.M. van Hemert

Hoofdstuk 2. Ongedifferentieerde somatoforme stoornis

Samenvatting
Volgens de dsm-iv (American Psychiatric Association (apa), 1994) is er sprake van een ongedifferentieerde somatoforme stoornis als een patiënt gedurende ten minste 6 maanden een of meer lichamelijke klachten heeft die ook na adequaat medisch onderzoek niet zijn te verklaren vanuit een bekende somatische aandoening of vanuit het directe effect van een middel (drug of geneesmiddel). Indien er een somatische aandoening is die met de klachten verband houdt, dan zijn de lichamelijke klachten of de hieruit volgende sociale en beroepsmatige beperkingen ernstiger dan verwacht zou worden op grond van anamnese, lichamelijk onderzoek of laboratoriumuitslagen. Om te voldoen aan de diagnose moet de patiënt lijden onder zijn klachten of onder de gevolgen die de klachten hebben voor zijn sociaal of beroepsmatig functioneren. Ten slotte zijn de klachten niet beter toe te schrijven aan een andere psychische stoornis en worden de symptomen niet opzettelijk door de patiënt veroorzaakt of voorgewend.
Y.R. van Rood, M.M. ter Kuile, A.E.M. Speckens

Hoofdstuk 3. Hypochondrie

Samenvatting
Vrijwel ieder mens maakt in zijn leven een periode door waarin hij zich zorgen maakt over lichamelijke klachten of sensaties en misschien zelfs naar de huisarts gaat om zich te laten onderzoeken. De meeste mensen zijn na medisch onderzoek en geruststelling niet meer bezorgd. Dit is niet het geval bij de hypochondere patiënt. Mensen met hypochondrie leven met de voortdurende angst of overtuiging dat ze lijden aan een ernstige ziekte. Ondanks medisch onderzoek en geruststelling blijven ze overbezorgd en angstig. Een hypochondere patiënt heeft de angst te lijden aan een ernstige ziekte. De verschillende vormen van kanker staan nummer één op de lijst van gevreesde ziekten. Deze patiënt gaat op zoek naar geruststelling.
S. Visser

Hoofdstuk 4. Stoornis in de lichaamsbeleving

Samenvatting
De meeste mensen zijn zich doorgaans bewust van hun uiterlijk en voelen zich daar af en toe onzeker of ontevreden over. Ook fantaseren velen over veranderingen aan hun uiterlijk die zij zouden wensen, bijvoorbeeld een minder ronde buik, steviger borsten, een mooiere neus. In de media worden die onzekerheid en ontevredenheid nog eens extra gevoed door het benadrukken van het belang van lichamelijke schoonheid. Wanneer de ontevredenheid of onzekerheid uitmonden in een aanhoudende, tijdrovende en belastende preoccupatie met het uiterlijk, spreken we van Body Dysmorphic Disorder (bdd; American Psychiatric Association (APA), 1994). In het Nederlands wordt deze dsm-iv-diagnose globaal vertaald als ‘verstoorde lichaamsbeleving’. Omwille van de leesbaarheid wordt in dit hoofdstuk de afkorting bdd gebruikt.
T.K Bouman

Hoofdstuk 5. Pijnstoornis

Samenvatting
Tot de meest voorkomende somatische klachten behoren diverse vormen van pijn, waaronder vooral hoofdpijn, buikpijn en pijn in het bewegingsapparaat. Gelukkig zijn de pijnklachten niet voor iedereen even ernstig en ervaart slechts een gering percentage mensen beperkingen in het dagelijks leven. Deze personen doen vaak een beroep op medische hulpverleners. Naast beperkingen in het beroepsleven en sociale leven rapporteren sommige patiënten emotionele, cognitieve en gedragsproblemen. Tot het klinische beeld behoren dan angst en depressie, gevoelens van irritatie, frustratie, hulpeloosheid en machteloosheid, overmatig medicijngebruik, slechte nachtrust, en een blijvende vraag om medische hulp. Aangezien er geen onmiddellijke en definitieve oplossing is voor het pijnprobleem, is dit een zeer moeilijk te behandelen groep van patiënten. Doelstellingen van behandeling zijn dan eerder gericht op beheersing van de somatische klacht en verbetering van de levenskwaliteit.
G. Crombez, J.W.S. Vlaeyen

Hoofdstuk 6. Conversiestoornis

Samenvatting
Onder de conversiestoornis worden pseudo-neurologische aandoeningen verstaan, die zich manifesteren op motorisch of zintuiglijk gebied. Pseudo-neurologisch, omdat de klacht een neurologische ziekte doet vermoeden, terwijl daar bij onderzoek geen aanwijzingen voor worden gevonden en het dus gaat om verschijnselen niet van organische maar van psychische oorsprong. De conversiestoornis is van oudsher bekend onder de naam hysterie of conversiehysterie (Charcot, 1991). Een ziektebeeld dat vroeger, en nog steeds, door vele artsen werd en wordt opgevat als een wat bijzondere vorm van aanstellerij. Ten onrechte: niet voor niets is in de dsm-iv (American Psychiatric Association (apa), 1994) het diagnostisch criterium ’de verschijnselen zijn niet opzettelijk opgewekt of geveinsd' opgenomen. Conversiepatiënten met een verlamming beleven hun verlamming niet anders dan neurologische patiënten: zij kunnen evenmin hun been in beweging brengen.
C.A.L. Hoogduin, F.C. Moene, K. Roelofs

Hoofdstuk 7. Somatisatiestoornis

Samenvatting
Somatisatie en somatiseren zijn nogal verwarrende termen. Het begrip somatisatie geniet een grote populariteit onder huisartsen en bedrijfsartsen. Rooijmans, Van Hemert en Speckens (1996) wijzen erop dat somatiseren in diverse betekenissen wordt gebruikt: het vertalen van psychische onlustgevoelens in lichamelijke klachten, chronisch klaaggedrag, of een angst- of depressieve stoornis in combinatie met bovenstaande. Zij komen terecht tot de conclusie dat de term te algemeen wordt gebruikt (Rooijmans, Van Hemert & Speckens, 1996). Beter is het deze term, die meer zegt over de onderzoeker (het gaat immers om een persoonlijke interpretatie), niet meer te gebruiken. Bij patiënten met multipele lichamelijke klachten waarvoor geen somatische oorzaak kan worden gevonden, gaat het meestal om een somatisatiestoornis. Het lichaam lijkt nog in veel ernstiger mate dan bij de conversiestoornis (zie het vorige hoofdstuk in dit boek) te reageren op stress en op omstandigheden die door deze mensen als bedreigend worden geïnterpreteerd (Lipowski, 1988). Dat deze mensen vaak in de jeugd ook werkelijk langdurig seksueel en fysiek mishandeld en bedreigd zijn, lijkt een belangrijke etiologische factor (vgl. de conversiestoornis).
C.A.L. Hoogduin

Nawerk

Meer informatie