Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek leert therapeuten hoe zij traumagerichte cognitieve gedragstherapie (TG-CGT) kunnen toepassen bij de behandeling van kinderen met traumatische stressreacties, waaronder traumatische rouw. Het is gebaseerd op onderzoek van de auteurs en ander klinisch onderzoek.
Behandeling van trauma bij kinderen en adolescenten is een herziene en geactualiseerde versie van de eerdere uitgave uit 2006. Nieuw in deze editie is onder andere een hoofdstuk met actueel onderzoek op het gebied van TG-CGT. Ook is een hoofdstuk toegevoegd over het toepassen van TG-CGT in groepsverband, en is het hoofdstuk over diagnostiek aangepast aan de nieuwe nomenclatuur van de DSM-5. Verder is de beschrijving van de behandeling van jongeren met een complex traumatisch verleden en complexe klinische symptomen uitgebreid.
Net als in de oorspronkelijke editie bestaat het boek uit drie delen. Het eerste beschrijft het TG-CGT-model, het tweede en derde deel achtereenvolgens de traumagerichte en de rouwgerichte modules ervan. Behandeling van trauma bij kinderen en adolescenten bevat bijlagen met extra informatie voor kinderen, ouders en therapeuten.
Judith A. Cohen is kinder- en jeugdpsychiater, medisch directeur van het Center for Traumatic Stress in Children and Adolescents en hoogleraar psychiatrie. Anthony P. Mannarino is directeur van het Center for Traumatic Stress in Children and Adolescents, en hoogleraar psychiatrie. Esther Deblinger, PhD, is hoogleraar psychiatrie en een van de directeuren van het CARES (Child Abuse Research Education and Service) Institute.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Traumagerichte cognitieve gedragstherapie: overzicht en conceptueel raamwerk

Voorwerk

1. De gevolgen van trauma en rouw voor kinderen en hun gezin

Samenvatting
Hoewel sommige kinderen die traumatische gebeurtenissen meemaken veerkrachtig zijn, krijgen vele andere traumasymptomen die ingrijpende en langdurige gevolgen kunnen hebben voor hun ontwikkeling, gezondheid en veiligheid. Deze traumasymptomen kunnen onder andere van affectieve, gedragsmatige, biologische, interpersoonlijke, cognitieve of complex-traumatische aard zijn. Ongeacht hoe de diagnose van het kind luidt hebben traumagerelateerde problemen aanzienlijke negatieve gevolgen voor het functioneren van een kind en zijn of haar gezin. Kinderen kunnen geconfronteerd worden met traumatische rouw, een aandoening waarbij zij traumasymptomen ontwikkelen die een typisch rouwproces in de weg staan en die tot maladaptieve rouwreacties leiden. Zij kunnen baat hebben bij de traumagerichte en rouwgerichte CGT-modules die in dit boek worden beschreven. In dit hoofdstuk concentreren we ons op de diagnostiek van kinderen die reacties op traumatische stress en/of traumatische rouw vertonen, en op de vraag hoe we kunnen vaststellen of TF-CBT de juiste behandelmethode is voor een specifiek kind.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

2. Strategieën voor de diagnostiek van getraumatiseerde kinderen

Samenvatting
Het TF-CBT-model heeft brede toepassingsmogelijkheden, dus het is belangrijk dat de behandelaar het kind en zijn of haar gezin beoordeelt op de aanwezigheid van een breed scala aan specifieke psychiatrische stoornissen die zich in de nasleep van een traumatische gebeurtenis kunnen manifesteren. Een zorgvuldige diagnostische beoordeling is ook essentieel om het behandelproces af te kunnen stemmen op de individuele behoeften van het kind en zijn of haar gezin. Een diagnose kan het best worden gesteld op basis van informatie van meerdere partijen die verschillende methodes gebruiken, zoals interviews, observaties en gestandaardiseerde zelfrapportages en rapportages door de ouders. Om een objectief en helder beeld van het functioneren van het kind te krijgen is het van cruciaal belang om afzonderlijk met het kind en zijn of haar ouders te spreken. Ook is het waardevol om een goed beeld te hebben van de coping- en aanpassingsmechanismen van de ouders en van hun vermogen om volledig aan het behandelproces deel te nemen. Een goed gedocumenteerde diagnose is tegenwoordig bovendien noodzakelijk om verantwoording af te leggen aan de financierende en de certificerende instanties; zij vragen om accurate diagnoses op basis van bestaande psychopathologie. Hier bespreken we nuttige strategieën om een inschatting te maken van de blootstelling aan trauma en traumagerelateerde symptomen bij kinderen en adolescenten.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

3. Traumagerichte cognitieve gedragstherapie: de werking van het model

Samenvatting
De TF-CBT-modules worden gewoonlijk aan kinderen en ouders afzonderlijk aangeboden in individuele sessies, waarbij in de sessies tijd voor ouders en kind samen wordt ingebouwd die gericht is op het oefenen van vaardigheden en die later, tegen het einde van de therapie, gelegenheid biedt voor open communicatie over de traumatische gebeurtenis(sen). De TF-CBT-modules die terugkomen in het PRACTICE-acroniem zijn psycho-educatie en opvoedkundige vaardigheden, relaxatie, affectieve expressie en modulatie, cognitieve coping, vertellen en verwerken, in vivo beheersing van herinneringen aan het trauma, combinatiesessies met ouder en kind en het versterken van de toekomstige veiligheid en ontwikkeling van het kind. De modules bouwen op elkaar voort en helpen bij de geleidelijke introductie van herinneringen aan het trauma in de loop van drie behandelfasen – de fase van stabilisatie en opbouw van vaardigheden, de fase van het traumaverhaal en de verwerking van het trauma, en de consolidatie- en afsluitingsfase. De modules geven kinderen het gevoel dat ze een bepaalde mate van controle hebben over de ontwikkeling van hun vaardigheden en de verwerking van hun trauma(’s). Het is belangrijk dat de therapeut culturele, religieuze en gezinswaarden in ogenschouw neemt als hij of zij het TF-CBT-model op het individuele kind en zijn of haar gezin afstemt, en dat hij of zij zich bewust is van extra tegenslagen waarmee kind en gezin naast of naar aanleiding van de traumatische ervaringen worden geconfronteerd.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

4. Onderzoek naar TF-CBT

Samenvatting
Steeds weer blijkt dat TF-CBT bij kinderen in de leeftijd van 3–18 jaar tot een verbetering van posttraumatische-stresssymptomen en andere gerelateerde trauma’s leidt. De bewijzen voor de doeltreffendheid van TF-CBT duiden erop dat dit model generaliseerbaar is naar kinderen van verschillende leeftijden, ontwikkelingsniveaus, etnische achtergronden en culturen; naar kinderen die verschillende types trauma hebben meegemaakt, waaronder meervoudige en complexe trauma’s; naar kinderen in uiteenlopende omgevingen; en naar kinderen die TF-CBT in groepsvorm ontvangen, ook van getrainde lekenhulpverleners in landen waar weinig middelen beschikbaar zijn. Ondanks deze successen is er meer onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar de beste manier om kinderen met ernstige comorbiditeiten op het gebied van psychische gezondheid te behandelen, en naar optimale verspreidings- en implementatiestrategieën, waardoor effectieve behandelingen als TF-CBT ook bereikbaar worden voor de vele getraumatiseerde kinderen die er op dit moment nog geen toegang toe hebben.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

5. De rol van de therapeut bij traumagerichte cognitieve gedragstherapie

Samenvatting
In dit hoofdstuk en in de rest van dit boek verduidelijken en beschrijven we hoe de therapeutische alliantie kan worden versterkt door gebruik te maken van de unieke sterke punten en talenten van de therapeut bij de toepassing van de PRACTICE-modules van TF-CBT, terwijl tegelijkertijd wordt vastgehouden aan het TF-CBT-model. We hopen hiermee in elk geval voor een deel over te brengen hoe diepgaand en uitgebreid het therapeutische proces kan zijn dat bij toepassing van deze behandelmethode plaatsvindt.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

Traumagerichte modules

Voorwerk

6. Psycho-educatie over trauma

Traumagerichte module 1
Samenvatting
Psycho-educatie is een van de belangrijkste modules van TF-CBT. Er wordt meteen aan het begin van de behandeling met psycho-educatie gestart, en die gaat tijdens de gehele therapie door, zowel voor het kind als voor de ouder. Psycho-educatie is voornamelijk bedoeld om de reacties van kind en ouder op de traumatische gebeurtenissen te normaliseren, informatie te verschaffen over typische psychologische en fysiologische reacties op trauma’s en juiste cognities over het gebeurde te bekrachtigen. Deze doelen zijn van cruciaal belang, gezien de vaak pijnlijke en verwarrende gevoelens waaraan kinderen en ouders na een trauma zijn overgeleverd.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

7. Opvoedkundige vaardigheden

Traumagerichte module 2
Samenvatting
Als een kind een ernstige traumatische ervaring in zijn of haar leven meemaakt, kan zelfs de competentste ouder er moeite mee hebben om daar opvoedkundig goed mee om te gaan. Zoals we eerder hebben opgemerkt, hebben de trauma’s zelf vaak rechtstreeks invloed op het functioneren van de ouders en bemoeilijken ze de instandhouding van normale routines en consequente regels en verwachtingen. Dit gebrek aan consistentie is problematisch, omdat het bij zowel kinderen als ouders bevorderlijk is voor gezond functioneren als er in tijden van stress aan normale routines en consequente regels en verwachtingen wordt vastgehouden. Vaak hebben ouders veel baat bij normatieve informatie over traumatische-stressreacties van kinderen en over wat ze gezien de ontwikkelingsfase van hun kind kunnen verwachten van diens gedrag, emoties en cognitieve begrip van gebeurtenissen. Daarnaast kan de therapeut ouders enorm helpen bij het begrijpen van het ontstaan, het persisteren en de motivatie van probleemgedrag bij hun kinderen door functieanalyses uit te voeren in relatie tot problematische interacties tussen ouder en kind.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

8. Relaxatievaardigheden

Traumagerichte module 3
Samenvatting
Relaxatievaardigheden zijn een handig hulpmiddel om de fysiologische manifestaties van stress en PTSS terug te dringen, zoals een verhoogde adrenerge tonus (hogere hartslag in rust en snellere hartslag in reactie op stress), verhoogde schrikreactie, overmatige waakzaamheid, agitatie, moeite met slapen, rusteloosheid, prikkelbaarheid en driftbuien/woede-uitbarstingen. Veel kinderen vertonen deze symptomen episodisch, met name wanneer ze geconfronteerd worden met zaken die aan hun traumatische ervaringen herinneren. Andere kinderen, met name als ze onder complex trauma gebukt gaan, vertonen deze symptomen chronisch, wat hen belemmert in hun dagelijks functioneren. Deze terugkerende uitingen van stress kunnen hoe dan ook het vermogen van kinderen om zich op school te concentreren in de weg staan en een verslechtering van de schoolprestaties tot gevolg hebben. Bovendien geven veel kinderen die deze psychologische symptomen hebben aan dat ze zich prikkelbaar voelen en heftig op onschuldige interacties reageren, wat op school en thuis tot grotere interpersoonlijke problemen leidt. Vaak worden relaxatievaardigheden daarom al vroeg in de behandeling aangeleerd, zodat zowel het kind als de ouder effectiever kan omgaan met dagelijkse stressoren en met zaken die aan het trauma herinneren.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

9. Vaardigheden voor de expressie en de modulatie van affect

Traumagerichte module 4
Samenvatting
Pijnlijke, moeilijk te hanteren gevoelens of affectontregeling kunnen een overheersende rol spelen in het leven van kinderen die een zwaar trauma hebben meegemaakt. Heel vaak zijn deze gevoelens zo sterk dat kinderen bang zijn dat zij erdoor worden overweldigd. Jonge kinderen beschikken niet altijd over de woordenschat om uitdrukking te geven aan de intense gevoelens die zij ervaren. Met behulp van vaardigheden voor het uiten en moduleren van affect kunnen zij hun gevoelens beter uitdrukken en reguleren. Bovendien hebben kinderen misschien minder de behoefte om vermijdingsstrategieën te gebruiken op het moment dat ze beter in staat zijn om hun beangstigende gevoelens te uiten en te temperen.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

10. Cognitieve-coping- en verwerkingsvaardigheden: de cognitieve driehoek

Traumagerichte module 5
Samenvatting
Vaak komt in het denken van kinderen en hun verzorgers tot uiting hoe zij traumatische ervaringen zin proberen te geven. De term cognitieve coping verwijst naar een heel scala aan interventies waarmee kinderen en verzorgers worden aangemoedigd hun gedachten te onderzoeken en zo uiteindelijk cognities die onjuist zijn of geen nut hebben ter discussie te stellen en recht te zetten. Mensen kunnen zin geven aan traumatische gebeurtenissen met behulp van hun kennis en levenservaring. Maar omdat kinderen daar nog maar beperkt over beschikken, zijn zij soms sterk geneigd om er onjuiste of disfunctionele ideeën over traumatische gebeurtenissen op na te houden. Die gedachten kunnen een negatieve invloed hebben op de opvattingen en overtuigingen die ze ontwikkelen. Veel kinderen en ouders realiseren zich niet dat ze ervoor kunnen kiezen om hun eigen gedachten te veranderen en dat ze daarmee ook hun gevoelens en hun gedrag kunnen veranderen. Dit idee is de basis van de ‘cognitieve driehoek’.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

11. Vertellen en verwerken, deel 1: Het traumaverhaal

Traumagerichte module 6
Samenvatting
De term traumaverhaal suggereert dat er een soort fysiek of tastbaar product (zoals een boek of een gedicht) wordt gecreëerd dat de essentie is van het traumaverhaal van het kind. Hoewel dit vaak inderdaad het geval is, vormt het tastbare product niet de kern van de module. Dat is namelijk het interactieve proces dat plaatsvindt tussen het kind en de therapeut. Met andere woorden: terwijl het kind zijn of haar verhaal in een bepaalde vorm met de therapeut deelt, reageert deze bevestigend, ondersteunend en aanmoedigend en stelt hij of zij voorzichtige vragen die aanvullende informatie en/of gedachten en gevoelens opleveren. In deze module draait het dus meer om het proces dan om het product. Om deze reden wordt deze module vaak ‘Vertellen en verwerken’ genoemd.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

12. Vertellen en verwerken, deel 2: Cognitieve verwerking

Traumagerichte module 6
Samenvatting
Nadat het kind het traumaverhaal heeft gemaakt en uitgebreid over zijn of haar trauma(’s) heeft gepraat, moet de therapeut een begin maken met het benoemen, onderzoeken en corrigeren van de maladaptieve (onjuiste en niet-helpende) cognities van het kind die verband houden met het trauma. Onjuiste cognities zijn ideeën die hetzij absoluut niet correct zijn, hetzij zo onrealistisch dat ze aan het onmogelijke grenzen. Niet-helpende cognities kunnen eveneens onjuist zijn, maar ze kunnen ook weinig zin hebben hoewel ze wel juist zijn of mogelijk juist zijn. Juiste cognities die niet helpend zijn kunnen door het kind of de ouder worden gezien als een manier om ‘de realiteit onder ogen te zien’ of ‘de waarheid te accepteren’, dat wil zeggen, als iets wat noodzakelijk is om met de situatie om te kunnen gaan. In werkelijkheid is het geen noodzaak, maar een keuze om je op de afschuwwekkendste (niet-helpende) realiteit of mogelijke realiteit van de traumatische gebeurtenis te concentreren, en die keuze kan het vermogen van het kind aantasten om zo goed mogelijk met het trauma en/of het verlies om te gaan.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

13. In vivo beheersing van herinneringen aan het trauma

Traumagerichte module 7
Samenvatting
Van alle PRACTICE-modules van TF-CBT is alleen in vivo beheersing optioneel. De meeste kinderen ontwikkelen geen overmatig gegeneraliseerde angsten voor onschuldige situaties en hebben daarom geen technieken voor in vivo beheersing nodig. Therapeuten moeten deze module alleen gebruiken voor kinderen die stelselmatig situaties of signalen mijden die veilig (onschuldig) zijn en bij wie deze vermijding hun vermogen om zich positief te ontwikkelen in de weg staat.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

14. Gezamenlijke sessies met kind en ouder

Traumagerichte module 8
Samenvatting
Het TF-CBT-model voorziet ook in gezamenlijke sessies waarin het kind en de ouder samen met de therapeut voorlichtingsmateriaal doornemen, het traumaverhaal van het kind lezen en opener met elkaar proberen te communiceren. Deze sessies zijn bedoeld om ouder en kind de gelegenheid te geven samen vaardigheden te oefenen, wat hun onderlinge relatie ten goede komt, en te bevorderen dat het kind zich langzaam maar zeker steeds beter op zijn of haar gemak voelt als het rechtstreeks met de ouder over de traumatische ervaring praat of eventuele andere problemen bespreekt waar het kind (of de ouder) iets aan wil doen. Gezamenlijke sessies moeten zorgvuldig worden gestructureerd en ouders moeten zeer goed voorbereid zijn. Dit vergroot de kans dat de in deze sessies optredende interacties tussen ouder en kind als veilig, vruchtbaar en positief worden ervaren.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

15. Bevordering van toekomstige veiligheid en ontwikkeling

Traumagerichte module 9
Samenvatting
De laatste van de PRACTICE-modules van TF-CBT is gericht op het bevorderen van de toekomstige veiligheid en ontwikkeling van het kind. Als je het acroniem letterlijk zou nemen, zouden therapeuten het onderwerp veiligheid pas aan het einde van de behandeling aansnijden. De klinische praktijk met kinderen en adolescenten die in hun leven aan traumatische gebeurtenissen zijn blootgesteld wijst echter uit dat dit niet verstandig is. Voor alle jongeren en hun ouders geldt dat kwesties die met veiligheid te maken hebben meteen al aan het begin van de TF-CBT-behandeling moeten worden aangepakt.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

16. Groepsgewijze toepassing van traumagerichte modules

Samenvatting
Uit gecontroleerde trials komt naar voren dat groepstherapie kinderen op een effectieve manier kan helpen PTSS en andere traumasymptomen te boven te komen. Bovendien is er de laatste jaren steeds meer belangstelling voor en succesvol onderzoek naar de specifieke toepassing van groepsgewijze TF-CBT voor kinderen, adolescenten en hun niet-mishandelende en -misbruikende ouders, met name met het oog op verbetering van de toegankelijkheid en het bereik van de behandeling voor kinderen die er anders waarschijnlijk niet voor in aanmerking zouden komen. Voor veel scholen, vluchtelingenkampen en landen met weinig middelen om therapie voor getraumatiseerde kinderen te verzorgen kan groepsgewijze behandeling haalbaarder zijn dan individuele therapie. In dit hoofdstuk staat het bieden van TF-CBT in groepsverband centraal.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

Rouwgerichte modules

Voorwerk

17. Psycho-educatie over rouw

Rouwgerichte module 1
Samenvatting
Ook nadat zij de traumatische aspecten van het gebeurde hebben besproken en deze tot op zekere hoogte hebben verwerkt, vinden veel kinderen het nog steeds moeilijk om over de dood te praten. Volwassenen geven wat dit betreft vaak het voorbeeld; die ‘weten niet wat ze moeten zeggen’ wanneer er iemand doodgaat, waardoor ze soms maar helemaal niets zeggen of het hele onderwerp uit de weg gaan. In onze cultuur wordt de dood in de media verheerlijkt, maar betekenisvolle gesprekken over het onderwerp worden meestal vermeden. Psycho-educatie over rouw geeft kinderen en hun verzorgers de gelegenheid om openlijk over de dood te spreken en diepgaander kwesties rondom het overlijden aan te snijden die voorheen nog niet waren besproken.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

18. Rouwen om het verlies en oplossen van ambivalente gevoelens: ‘Wat ik mis en wat ik niet mis’

Rouwgerichte module 2
Samenvatting
Zelfs voor een rouwende volwassene is het moeilijk om te reflecteren op de aard van zijn of haar relatie met iemand die gestorven is. Na de traumatische dood van een ouder, broer of zus kan de ware aard van het verlies (bijv. ouderlijke liefde, het ‘beschermende schild’, een unieke band met een broer of zus met wie je veel hebt meegemaakt) voor sommige kinderen te diep gaan om onder woorden te brengen. Maar praten over aspecten van wat er is kwijtgeraakt kan voor veel kinderen de aanzet geven om toch met dit soort verliezen aan de slag te gaan. Rouwen om de overledene stimuleert kinderen om te beschrijven wat ze zijn kwijtgeraakt – de troostende, liefdevolle elementen van de relatie en de dingen die in de toekomst hadden kunnen gebeuren, maar nu niet meer zullen plaatsvinden. Deze twee zaken zullen we in dit hoofdstuk afzonderlijk bespreken, maar in de therapie zijn ze vaak met elkaar verweven.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

19. Het bewaren van positieve herinneringen

Rouwgerichte module 3: positieve herinneringen voor kinderen
Samenvatting
Wanneer het kind eenmaal is begonnen met het rouwproces over de overledene en om wat er voor de toekomst verloren is gegaan en zich ook heeft beziggehouden met de dingen die nog niet waren afgerond met de overledene, kan het zich meestal beter concentreren op positieve aspecten van de relatie die het met de overledene had. Het concreet vastleggen en bewaren van deze positieve herinneringen zal zeker gevoelens van verdriet en pijn oproepen, maar vaak kunnen kinderen hierdoor ook opnieuw de momenten van vreugde en geluk ervaren die ze met de overledene hebben meegemaakt. Het is belangrijk dat kinderen zich realiseren dat ze nog steeds gelukkig kunnen – en mogen – zijn.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

20. Herdefiniëring van de relatie met de overledene en focus op huidige relaties

Rouwgerichte module 4
Samenvatting
In de rouwgerichte modules moedigt de therapeut het kind voortdurend aan om in gedachten met de overledene te ‘praten’ en zich voor te stellen wat de overledene tegen het kind zou zeggen of zou hebben willen zeggen als die daartoe nog de kans had gehad. Veel kinderen blijven nog lang na het trauma/overlijden op deze manier in gedachten in contact staan met de overledene. Hoewel dit gedrag normaal is, is toch te hopen dat het kind langzaam maar zeker gaat accepteren dat de relatie met de overledene niet een interactie is die in het heden plaatsvindt, maar een relatie van het geheugen is (Wolfelt 1991). Sommige kinderen voelen zich misschien schuldig, alsof ze verraad plegen, als ze zich geleidelijk aanpassen aan een heden en een toekomst zonder de overledene. Maar dit is wel noodzakelijk om weer in huidige relaties te kunnen investeren.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

21. Evaluatie en afsluiting van de behandeling

Samenvatting
Als het einde van de TF-CBT-behandeling nadert, moet de therapeut in kaart brengen welke vorderingen het kind en de ouder tijdens de behandeling hebben gemaakt. Zoals aan het begin van dit boek al is opgemerkt is het gebruik van standaard diagnostische instrumenten een integraal onderdeel van het TF-CBT-model. Aan het einde van de behandeling moet de therapeut de diagnostische tests die kinderen en/of ouders aan het begin van de behandeling hebben ingevuld opnieuw afnemen om hun vorderingen te kunnen evalueren. In de laatste individuele sessie moet ook tijd worden ingeruimd voor hoe ouder en kind de gezamenlijke sessies hebben ervaren en welke gedachten en gevoelens kind en ouder tijdens deze interacties hadden. Daarnaast moet de therapeut terugblikken op de vooruitgang die het kind en de ouder in de therapie te zien hebben gegeven. Hij of zij moet die vorderingen bevestigen en ieder van hen er op gepaste wijze voor complimenteren. Als de therapeut meent dat een van beiden meer therapie nodig heeft, moet dat advies worden besproken en moet een passende verwijzing worden geregeld voordat de behandeling wordt afgesloten.
Judith A. Cohen, Anthony P. Mannarino, Esther Deblinger

Nawerk

Meer informatie