Skip to main content
Top

2023 | Boek

Behandeling van problematische gehechtheid

Met aandacht voor het brein

Auteurs: Anniek Thoomes-Vreugdenhil, Kees Vreugdenhil, Krista Schaeffer-van Leeuwen

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN
insite
ZOEKEN

Over dit boek

In dit boek worden drie methoden beschreven voor de behandeling van gehechtheidsproblemen. Deze methoden zijn ontwikkeld voor kinderen, jongeren en volwassenen en hebben in de klinische praktijk al jarenlang hun succes bewezen. In deze geheel herziene versie wordt veel aandacht besteed aan de huidige kennis over de ontwikkeling van het brein. De behandelmethoden worden beschreven en daarbij wordt uitgelegd welke processen in het brein worden beïnvloed als er sprake is van onveilige gehechtheid en trauma. Ook als er psychotherapie wordt aangeboden gebeurt er veel in het brein en blijkt het mogelijk te zijn veranderingen teweeg te brengen op breinniveau.

Het eerste deel van Behandeling van problematische gehechtheid. Met aandacht voor het brein gaat zowel in op de gehechtheidstheorie als ook op de ontwikkeling van het brein, om daarmee een onderbouwing te geven van de drie behandelmethoden voor problematische gehechtheid: Differentiatietherapie, Fasetherapie en Basistherapie. In het tweede deel worden deze behandelmethoden uitgebreid beschreven en steeds geïllustreerd aan de hand van een casus; Het boek sluit af met een hoofdstuk over de opleidingen voor het werken met deze behandelmethoden.

Behandeling van problematische gehechtheid. Met aandacht voor het brein is een geheel herziene uitgave van het eerder verschenen boek van dr. A. Thoomes-Vreugdenhil (Bohn Stafleu van Loghum, 2016). Er is geen hoofdstuk hetzelfde gebleven; niet alleen is recente literatuur toegevoegd, ook zijn er nieuwe hoofdstukken en paragrafen bijgevoegd. Aan deze uitgave hebben ook andere auteurs een bijdrage geleverd: dr. C. Vreugdenhil en drs. K. Schaeffer- van Leeuwen.

Dit boek is bestemd voor psychotherapeuten, psychologen, psychiaters en pedagogen, maar is ook uitermate nuttig voor alle andere hulpverleners binnen de jeugdhulp en gezondheidszorg.

Inhoudsopgave

Voorwerk
1. Inleiding
Samenvatting
De theorie van de gehechtheid, ontwikkeld door Bowlby, is door een groot aantal onderzoeken bevestigd en uitgebreid. Steeds duidelijker wordt het belang van gehechtheid voor de ontwikkeling van het individu, maar ook voor de samenleving. Een veilige gehechtheid geeft het individu bijvoorbeeld meer kansen op school, in vriendschappen, in werk en in relaties. Het verband tussen veilige gehechtheid en zelfvertrouwen, en tussen veilige gehechtheid en sociale vaardigheden, vriendschappen en intieme relaties, is door onderzoeken aangetoond. Bij het belang van veilige gehechtheid voor de samenleving gaat het onder andere om de invloed van onveilige hechting op geweld en agressie. De draagwijdte van gehechtheid is dus groot.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
2. Het menselijk brein
Samenvatting
Om te kunnen spreken over een verstoord kinderleven, moeten we eerst weten wat we onder een goed kinderleven verstaan. Daarvoor gebruiken we gegevens over humane behoeften en kenmerken van een geslaagde opvoeding. Vervolgens besteden we aandacht aan de bouw en de functie van het menselijk brein. De vier hoofddelen van het brein komen aan bod: hersenstam, middenbrein, limbisch systeem en cortex. Daarna gaan we in op de functie van vooral de eerste drie. Het zwaartepunt ligt op de werking van de amygdala, de thalamus, de hypothalamus en de hippocampus. We gaan in op het ontstaan van angsten en op het geheugen en storingen daarin. Ten slotte komt de vagale theorie uitgebreid aan bod. Die verheldert de complexe netwerken die de verbinding vormen tussen het brein en de rest van het lichaam. Dat leidt tot een pleidooi om aandacht te besteden aan ook biologische en fysiologische verschijnselen in een therapeutische behandeling.
Kees Vreugdenhil
3. Gehechtheid
Samenvatting
Het doel van dit derde hoofdstuk is niet een overzicht te geven van de gehechtheidstheorie, maar om voor de drie behandelwijzen (opnieuw) onderbouwing te vinden in de literatuur, bij voorkeur in publicaties over empirisch onderzoek op het gebied van gehechtheid en pathologie en in behandelingen van gehechtheidsproblematiek. Daartoe worden eerst gehechtheid en gehechtheidsgedrag kort beschreven. Voor de vraag naar de kindfactor – namelijk de bereidheid van het kind zich te hechten – worden de uitgangspunten bekeken zoals door Bowlby geformuleerd en door anderen onderzocht en uitgewerkt. In de hier beschreven behandelwijzen is uitgegaan van gehechtheid gedurende de hele levensloop en zijn gehechtheid en gehechtheidsvormen in de verschillende ontwikkelingsfasen bekeken in het licht van de Fasetherapie.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
4. Het sociale brein en hechting
Samenvatting
Uit veelgebruikte verbindingen tussen hersencellen ontstaan op den duur circuits en systemen. Hier krijgen vier systemen aandacht die belangrijk zijn voor hechting: het sociale-betrokkenheidssysteem, het zelfverdedigingssysteem, het sociale-schakelsysteem, en het Default Mode Network. Dat laatste is vooral van belang voor zelfreflectie en mentalisering. Een goede integratie tussen de linker- en rechterhersenhelft vormt een voorwaarde voor een goede werking van deze vier systemen. In detail wordt beschreven welke hersengebieden deze systemen vormen en wat hun functie daarin is. Dan blijkt ook dat dissociatie kan optreden wanneer er haperingen of beschadigingen in deze systemen ontstaan door hechtingsstoornissen of trauma’s. Obsessief gedrag, zowel vooral vanuit de linker- als de rechterhersenhelft aangestuurd, krijgt aandacht. Ook komen spiegelneuronen aan bod met de vraag of ze wel bestaan en wat het spiegelend effect van het brein in imitatie eigenlijk inhoudt. Ten slotte wordt een globaal beeld geschetst van toekomstige ontwikkelingen in onderzoek.
Kees Vreugdenhil
5. Problematische gehechtheid
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt nagegaan wat onder problematische gehechtheid wordt verstaan. Allereerst worden daarvoor de beschrijvingen uit de DSM-5 weergegeven en besproken vanuit de klinische praktijk. In de Richtlijn Problematische Gehechtheid (2020) wordt deze problematiek omschreven als ‘een verzamelterm voor allerlei emoties en gedragingen van jeugdigen waaruit blijkt dat zij geen emotionele veiligheid ontlenen aan de relatie met hun ouders of verzorgers’ (p. 16). Deze omschrijvingen zijn herkenbaar in de typering die in dit boek gebruikt is voor hechtingsgestoorde problematiek en relationeel gestoorde problematiek – het onderscheid dat ik gemaakt heb in geval van problematische gehechtheid. Er is ook onderzoek gedaan naar gehechtheidsproblemen en er zijn resultaten uit onderzoek te vermelden. In dit hoofdstuk worden die onderzoeken besproken; er wordt nagegaan hoe gehechtheidsproblematiek in de levensloop beschreven wordt en dit is vergeleken met de eigen interpretatie van problematische gehechtheid in de levensloop. De gedesorganiseerde gehechtheid wordt apart beschreven.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
6. Differentiatietherapie
Samenvatting
Differentiatietherapie wordt gegeven in de spelkamer van een kinder- en jeugdpsychotherapeut of -psychiater of een speltherapeut in nauwe samenwerking met de ouders of verzorgers van het kind. Voorop staat dat het een proces is. Differentiëren is onderscheid maken, onderscheid tussen mensen, tussen het mijn en het dijn, tussen koud en warm, tussen gevoelens, tussen al waarin te onderscheiden valt. Door de differentiatie wordt het kind zich bewust van wat om hem heen gebeurt en wat in hem zelf gebeurt wat hij voelt. Het beoogt een kader te geven in het kind. Het differentiatieproces heeft als doel zich bewust worden van signalen, niet leven vanuit impulsen en wat op je afkomt, maar leren vasthouden en integreren van wat gebeurt. Het systeem van interoceptie via de vagus wordt bewust gemaakt, waardoor het kind leert om de signalen te integreren. Het sociale-betrokkenheidssysteem verbetert: het kind zal meer gehechtheidsgedrag laten zien. Vasthouden leidt dan tot vasthouden in (gehechtheids)relaties. Het vasthouden begint concreet met bewustworden van wat je eet, voelt en ziet en gaat naar vasthouden van wie bij je horen: het gezin.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil, Krista Schaeffer-van Leeuwen
7. Nabijheid
Samenvatting
In de beschrijving van relationele gestoordheid zijn twee begrippen centraal gesteld, namelijk nabijheid en zelfbeeld. De nabijheidsproblematiek constateerden we in de ambivalentie van nabijheid zoeken en nabijheid weren. De zelfbeeldproblematiek zagen we in de negatieve zelfwaardering. Beide begrippen zijn in H. 3 genoemd in relatie met hechting. In het eerste gedeelte van dit hoofdstuk wordt het begrip nabijheid bekeken, met behulp van de omschrijvingen uit het existentialisme, met als doel tot een bruikbare omschrijving ervan te komen. In het tweede deel worden de verschillende nabijheidsvormen in de ontwikkeling van het kind beschreven. De ‘Cirkel van Veiligheid’ is daarbij een hulpmiddel. In H. 3 zijn de begrippen zelfbeeld en zelfregulatie besproken met een voorbeeld van het proces van een kind en van een jongere, evenals dat in H. 8 is gedaan.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
8. Fasetherapie
Samenvatting
Fasetherapie is bedoeld voor jeugdigen tot ongeveer zestien jaar met een problematische gehechtheid. Het betreft jeugdigen die wel ervaring hebben met een gehechtheidsrelatie, maar die relatie is of verbroken of onveilig geweest (Zeanah & Boris, 2000). Deze kinderen zijn wantrouwend en angstig in relaties en hebben geen vertrouwen in de beschikbaarheid van de volwassene. Ze hebben moeite om de nabijheid van een ander te verdragen. Hun gedrag kenmerkt zich door nabijheid wensen nabijheid weren. In de beginfase gaat het om opbouwen van vertrouwen. Na de eerste behandelperiode start de fasebehandeling, waarbij de dagelijkse verzorgers ingezet worden als cotherapeuten. De behandeling laat de jeugdige de nabijheidsvormen van de ontwikkeling ervaren. Belangrijk hierbij: een kind of jeugdige moet het willen, er mag absoluut geen dwang zijn en regressie wordt tegengegaan (door het tijdsbestek van tien minuten te bewaken en door de cognitieve factor: alles wordt uitgelegd aan het kind). Dit geldt voor de hele behandeling; het kind of de jeugdige praat mee in wat er gebeurt, of hij iets wel of juist niet wil. Tevens is de begeleiding van de dagelijkse opvoeders van groot belang voor het juist uitvoeren van deze behandeling.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil, Krista Schaeffer-van Leeuwen
9. Basistherapie
Samenvatting
Basistherapie is de therapievorm voor volwassenen die kampen met de gevolgen van een problematische gehechtheid. Deze problematiek is ook relationeel gestoord genoemd en kent dezelfde verschijnselen als bij kinderen en jongeren. De kern van de behandeling is de basisbehandeling. Gevoelens van onveiligheid, verlatenheid, twijfel en wantrouwen die bij deze problematiek centraal staan en relatievorming verhinderen, worden gezien als gevolgen van basale onveiligheid. De behandeling bestaat uit het systematisch bewerken van de onderscheiden gevoelens op basis van de gehechtheidstheorie. Er zijn drie behandelperioden waarvan de tweede de kern van de behandeling is. Het doel is dat de cliënt zichzelf als waardevol gaat ervaren. Basistherapie is een intensief proces waarin de cliënt de beschikbaarheid van de therapeut kan ervaren. Beschikbaarheid is een gehechtheidsfactor en dat is wat dit proces mede beoogt: de cliënt helpen zich te hechten in het leven.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
10. Structurele dissociatie
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt de structurele dissociatie beschreven vanuit de gehechtheid. Nagegaan wordt van welke gehechtheidswijze er sprake is en welke dissociatieve stoornissen te onderscheiden zijn. Hoe is deze stoornis ontstaan? Het gaat hierbij om een summiere bespreking van deze problematiek, waarbij vooral is gekeken naar de mogelijkheid van behandelen met Differentiatietherapie, Fasetherapie en Basistherapie, naast de bestaande fasegerichte behandeling zoals die voor DIS-cliënten ontwikkeld is. Er wordt een voorbeeld gegeven en het proces van de behandeling wordt beschreven. In dat proces is gebruikgemaakt van de beschreven methoden en ook van EMDR. Dissociatie houdt in dat van trauma’s sprake is geweest. In H. 4 is nagegaan wat in het brein gebeurt bij trauma’s. De vraag wat in het hoofd gebeurt, kan ook gesteld worden bij dissociatie en daarbij is aandacht voor de trauma’s. Ik kom daar in dit hoofdstuk op terug.
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
11. Opleiding
Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt beschreven wat het belang is van het volgen van de cursussen ‘Differentiatietherapie, Fasetherapie’ en ‘Basistherapie’ en hoe deze cursussen worden vormgegeven. Onderwerpen die in de cursussen onder andere aan de orde komen, zijn de gehechtheidstheorie en gehechtheid in de levensloop, de relatie tussen therapeut en cliënt, overdracht en tegenoverdracht, mentaliseren en dissociatie. Daarnaast beslaat een deel van de bijeenkomsten casuïstiekbesprekingen en vaardigheidstrainingen.
Krista Schaeffer-van Leeuwen
Nawerk
Meer informatie
Titel
Behandeling van problematische gehechtheid
Auteurs
Anniek Thoomes-Vreugdenhil
Kees Vreugdenhil
Krista Schaeffer-van Leeuwen
Copyright
2023
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
Elektronisch ISBN
978-90-368-2861-1
Print ISBN
978-90-368-2860-4
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-2861-1