Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek helpt professionals in de GGZ om met vertrouwen patiënten met zwakbegaafdheid te herkennen, psychische stoornissen te diagnosticeren en te behandelen. In deze herziene en uitgebreide uitgave worden nieuwe inzichten over zwakbegaafdheid in de GGZ geïllustreerd met uitgebreide praktijkvoorbeelden en extra online materiaal.

Het boek biedt theoretische en praktische handvatten om direct aan de slag te gaan met veel aandacht voor een passende bejegening en communicatie. Nieuw is de monitorplus die uw organisatie helpt om de toegang tot de zorg te verbeteren.

Patiënten met zwakbegaafdheid vormen een kwetsbare groep in de GGZ met een specifiek klinisch profiel, waarbij naast de cognitieve beperkingen en de psychische klachten, de gestapelde problematiek een belangrijk kenmerk is. Goede zorg start met de realisatie dat zwakbegaafdheid een belangrijke en vaak voorkomende comorbiditeit is in de GGZ. Voor de GGZ is inspelen op de zwakbegaafdheid absoluut noodzakelijk, maar in het algemeen minder ingrijpend dan gedacht wordt. Niet wát u aanbiedt is anders, maar wel het hoé.

Het boek richt zich op psychiaters, psychologen, verpleegkundigen, andere professionals binnen de GGZ en zij die daartoe in opleiding zijn.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
In deze inleiding leest u de motivatie en de noodzaak om aandacht te hebben voor patiënten met zwakbegaafdheid in de GGZ. Door hun grotere kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van psychische problemen vormen mensen met zwakbegaafdheid een relatief grote groep in de GGZ. De combinatie van theorie en praktijk in dit boek ondersteunt u bij de wijze waarop u, met bekende protocollen en richtlijnen, kunt afstemmen op deze patiënten. Met uitgebreide patiëntverhalen hopen we hun zichtbaarheid voor u te vergroten.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

2. Zwakbegaafdheid

Samenvatting
Als we bij iedereen in Nederland een intelligentietest zouden afnemen dan scoren zo’n 2,3 miljoen Nederlanders (13,6 %) een intelligentiequotiënt tussen 70 en 85. Dit noemen we zwakbegaafdheid. Zwakbegaafdheid maakt deel uit van de ‘normale intelligentie’. Het is geen stoornis en ook geen beperking, maar vormt wel een belangrijke kwetsbaarheid in onze maatschappij. Zwakbegaafdheid is een belangrijke comorbiditeit, maar helaas ook een veelvoorkomend exclusiecriterium in de Nederlandse GGZ. In dit hoofdstuk staan we stil bij zwakbegaafdheid als onderbelicht aandachtspunt bij de diagnostiek en behandeling van psychische klachten. We verduidelijken de plek van zwakbegaafdheid in de DSM-5, in de GGZ en in onze maatschappij. Ook beschrijven we zwakbegaafdheid als belangrijke kwetsbaarheid en uniek klinisch profiel in de GGZ.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

3. Herkennen van zwakbegaafdheid en afstemmen van de communicatie

Samenvatting
Het is van groot belang dat u vanaf de start van het hulpverleningsproces rekening houdt met de eventuele zwakbegaafdheid van uw patiënt. Wanneer u de zwakbegaafdheid herkent, kunt u uw bejegening en communicatie hierop afstemmen. Dat is een voorwaarde voor het goed kunnen uitvragen van de klachten, het correct interpreteren ervan en het voorstellen van een effectieve en passende behandeling die aansluit bij de mogelijkheden van uw patiënt. In dit hoofdstuk staan we stil bij signalen tijdens een eerste contact met uw patiënt die aanleiding kunnen zijn voor de hypothese zwakbegaafdheid. We beschrijven hoe u een screeningsinstrument kunt inzetten om uw hypothese te toetsen. Ook komt aan de orde op welke manier u in uw bejegening, gespreksvoering en schriftelijke communicatie rekening kunt houden met de zwakbegaafdheid van uw patiënt.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

4. Diagnostiek

Samenvatting
In de GGZ wordt veel gebruikgemaakt van het biopsychosociaal model om klachten van patiënten te begrijpen tegen de achtergrond van de context, de ontwikkeling en de impact ervan op het functioneren. De zwakbegaafdheid geeft aan alle facetten van het biopsychosociaal model een eigen kleur. De multidimensionele blik helpt om de verschillende elementen van dit model en hun samenhang in kaart te brengen. In dit hoofdstuk beschrijven we wat dit concreet betekent voor de klachteninventarisatie, de aanvullende diagnostiek, de beschrijvende diagnose, de classificatie en het adviesgesprek bij patiënten met zwakbegaafdheid. Aan het slot van dit hoofdstuk maakt u kennis met twee patiënten en leest u hoe bij hen respectievelijk het psychiatrisch onderzoek en het toepassen van de multidimensionele blik is verlopen. De belangrijkste boodschap van dit hoofdstuk is dat uw aanpak en benadering niet wezenlijk verschillen van hetgeen u gewend bent bij uw patiënten met een gemiddelde intelligentie.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

5. Behandeling

Samenvatting
In de GGZ bestaan verschillende veronderstellingen ten aanzien van het behandelen van psychische klachten van patiënten met zwakbegaafdheid. We geven in dit hoofdstuk aan dat u kunt uitgaan van reguliere richtlijnen en zorgstandaarden inspelend op de zwakbegaafdheid. De term ‘geprotocolleerd maatwerk’ verwijst naar deze synthese. Het inspelen op de zwakbegaafdheid gebeurt vooral in de communicatie, het taalgebruik en het tempo. De kern van de interventie (psycho-educatie, psychotherapie, farmacotherapie en/of ondersteuning) blijft intact. In dit hoofdstuk geven we een aantal voorbeelden van manieren waarop geprotocolleerde therapeutische interventies op maat ingezet kunnen worden bij deze groep patiënten. Het hoofdstuk sluit af met twee patiëntenverhalen waarin deze werkwijze tot leven komt.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

6. Acute psychiatrie

Samenvatting
Dit hoofdstuk richt zich op mensen in een crisissituatie bij wie het vermoeden bestaat dat er sprake is van een acute psychische stoornis en waarbij snel (medisch) ingrijpen noodzakelijk is. In de acute psychiatrie gaat het vaak om ernstige ontregeling, is er mogelijk sprake van gevaar en is het belangrijk om te de-escaleren, snel en nauwkeurig af te stemmen en samen te werken met alle betrokken partners. Ook in dit hoofdstuk baseren we ons op reguliere richtlijnen en standaarden, zoals de generieke modules Psychische stoornissen en zwakbegaafdheid of lichte verstandelijke beperking, Acute psychiatrie en Suïcidaal gedrag en staan we stil bij de kleur die zwakbegaafdheid of een verstandelijke beperking geeft aan de crisissituatie, de beoordeling ervan en de mogelijkheden tot geprotocolleerd maatwerk in acute interventies.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

7. Organisatie van de zorg

Samenvatting
Psychische stoornissen worden behandeld binnen de GGZ. Voor patiënten met psychische stoornissen en zwakbegaafdheid blijkt dit niet zo vanzelfsprekend. De toegang tot de GGZ is complex te noemen voor patiënten met gestapelde problematiek. We beschrijven deze toegangsproblemen in het algemeen en voor patiënten met zwakbegaafdheid in het bijzonder. Een van de oplossingen die we bespreken zijn heldere verwijslijnen. In de praktijkparagraaf kunt u aan de hand van drie patiëntverhalen de overweging van een collega volgen bij het vinden van een passende plek. Ten slotte bieden we u onze Monitor Plus aan. Deze monitor heeft als doel om u en uw organisatie te steunen in een verandering richting een GGZ die vanzelfsprekend passende zorg biedt aan patiënten met zwakbegaafdheid.
Jannelien Wieland, Erica Aldenkamp, Annemarie van den Brink

Nawerk

Meer informatie