Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Hoe behandel je een kind met een (ernstige) dwangstoornis? Wat doe je als de lijst met dwanghandelingen eindeloos lang is of een jongere niets voelt voor exposure? Hoe betrek je ouders bij de therapie?

In dit boek beschrijven de auteurs hoe de behandeling van een (ernstige) dwangstoornis bij kinderen en jongeren in zijn werk gaat, welke problemen een therapeut kan tegenkomen en wat daar mogelijke oplossingen voor zijn. Het boek is aangepast aan de nieuwe inzichten en ontwikkelingen, onder meer over exposure en intensieve therapie.

Bedwing je dwang - Behandeling van de dwangstoornis bij kinderen en jongeren is de herziene versie van het boek dat de auteurs twaalf jaar geleden schreven.

De eerste hoofdstukken bevatten de bijzonderheden en de diagnostiek van de dwangstoornis. Daarna volgen de theorie en de praktijk van de behandeling. Er is een hoofdstuk over problemen die kunnen optreden tijdens de behandeling en mogelijke oplossingen daarvoor, gevolgd door een hoofdstuk over het afsluiten van de behandeling. In het laatste hoofdstuk staat het sessie-per-sessie behandelprotocol in verkorte vorm, gevolgd door het volledige behandelprotocol. Dit protocol geeft de therapeut praktische handvatten. Zowel het verkorte als het volledige protocol zijn online beschikbaar evenals de in dit boek gebruikte formulieren.

Dr. Else de Haan is emeritus bijzonder hoogleraar cognitieve gedragstherapie bij kinderen en jongeren. Zij werkte jarenlang in de klinische praktijk, waar zij onder meer kinderen en jongeren met een dwangstoornis behandelde. Zij deed onderzoek naar effectiviteit en werkingsmechanismen van de behandeling. Zij publiceert, geeft lezingen en workshops.

Dr. Lidewij Wolters werkt als gz-psycholoog en onderzoeker. Zowel in het klinische werk als in het onderzoek heeft zij zich gespecialiseerd in de behandeling van kinderen en jongeren met een dwangstoornis. Zij publiceert over dit onderwerp, geeft lezingen en workshops.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. De dwangstoornis

Samenvatting
Het leven van een kind met een dwangstoornis is meestal niet makkelijk. De dagen worden beheerst door de dwangrituelen, de akelige gedachten en de angsten. Veel kinderen voelen zich hierdoor ongelukkig of depressief. Zij hebben een lage dunk van zichzelf en kunnen zich niet voorstellen dat het leven ooit weer beter zal worden. In de meeste gevallen weten zij dat hun dwangrituelen en dwanggedachten vreemd zijn en met de werkelijkheid niet veel te maken hebben. Dat helpt hen niet, integendeel. Het maakt dat ze denken dat ze gek zijn geworden. Zij schamen zich voor hun dwangrituelen, gedachten en angsten, en durven er niet over te praten. Vaak in eerste instantie zelfs niet met hun ouders.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

2. Diagnostiek

Samenvatting
Voor het vaststellen van een dwangstoornis zijn geen specifieke onderzoeksmethoden voorhanden. Net als bij andere stoornissen kan een gestructureerd klinisch interview worden gebruikt, bijvoorbeeld het Anxiety Disorder Interview Schedule (ADIS; Silverman en Albano 1996; Nederlandse vertaling Siebelink en Treffers 2001), of het Schedule for Affective Disorders and Schizophrenia (K-SADS; Puig-Antich en Chamber 1978; Nederlandse vertaling Reichart et al. 2000), naast een of meer gesprekken met het kind en de ouders, zoals gebruikelijk bij kinderpsychiatrisch onderzoek. Voor het vaststellen van de symptomatologie en de ernst van de dwangstoornis wordt de Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale – Child Version (CY-BOCS) gebruikt.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

3. Behandeling

Samenvatting
De evidencebased behandeling van de dwangstoornis bij kinderen en jongeren is cognitieve gedragstherapie (CGT). Deze cognitieve gedragstherapie bestaat uit exposure en responspreventie (ERP), en cognitieve interventies. ERP is de behandelstrategie voor dwangrituelen en voor dwanggedachten. Cognitieve interventies richten zich expliciet op (de inhoud van) de dwanggedachten. In dit hoofdstuk bespreken we de theoretische aspecten van de behandeling.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

4. Behandeling, de praktijk

Samenvatting
Hoewel in de leerboeken dwanggedachten vrijwel altijd als eerste genoemd worden, en dwanghandelingen beschreven worden als een reactie op die gedachten, hebben de meeste kinderen vooral last van dwanghandelingen. Gevraagd naar hun problemen zullen zij die als eerste noemen. Hun dwanggedachten zijn eerder de verklaring voor hun rituelen dan de aanleiding daarvoor, in hun beleving. Een klein aantal kinderen klaagt over de typische dwanggedachten zoals die in de DSM worden genoemd: steeds terugkerende gedachten of beelden die zij niet willen hebben. Zij hebben soms ook dwanghandelingen in reactie hierop, maar beleven deze als minder belangrijk. Vaak kunnen ze die handelingen ook achterwege laten zonder dat de dwanggedachten veranderen.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

5. Problemen tijdens de behandeling en mogelijke oplossingen

Samenvatting
Vroeger stond de dwangstoornis bekend als een niet te behandelen stoornis. Dat is veranderd. In de meeste gevallen verlopen de ERP-oefeningen en de cognitieve interventies soepel en verdwijnen de dwangklachten na verloop van tijd. In enkele gevallen is dat niet zo en kan een behandeling de therapeut veel hoofdbrekens kosten. In de loop der jaren hebben wij ervaring opgedaan met de problemen die dergelijke hoofdbrekens veroorzaken en er in een groot aantal gevallen oplossingen voor gevonden. De problemen en oplossingen bespreken we hierna.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

6. De behandeling beëindigen

Samenvatting
Er zijn geen op onderzoek gebaseerde richtlijnen voor het moment waarop een behandeling afgesloten kan worden. Moeten alle dwangklachten helemaal verdwenen zijn of is het niet erg als er nog een klein beetje dwang blijft bestaan? Of de dwangklachten eerder terugkomen als er nog een restje dwang is bij het afsluiten van de behandeling, is niet bekend. Sommige kinderen en jongeren hebben goed geleerd hoe zij met de dwang om kunnen gaan. De laatste dwangklachten verdwijnen dan bijna vanzelf. Anderen kunnen goed leven met een klein beetje dwang. Bij weer anderen wegen de ERP-oefeningen zwaar. Voor hen zou stoppen betekenen dat zij zich niet meer tegen de dwang hoeven te verzetten, waardoor de problemen zeker erger zullen worden. Bij de beslissing om te stoppen zal de therapeut deze mogelijkheden in overweging moeten nemen.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

7. Behandelprotocol per sessie

Samenvatting
Dit behandelprotocol is gebaseerd op de onderzoeksgegevens die in H. 3 ‘Behandeling’ zijn beschreven en op ervaringen uit de praktijk. Bij de beschrijving van de sessies gaan we ervan uit dat de informatie uit H. 4 ‘Behandeling, de praktijk’ bekend is.
Else de Haan, Lidewij H. Wolters

Nawerk

Meer informatie