Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Dit boek is bestemd voor kwalificatieniveau 3 (verzorgende en verzorgende IG) en vormt een onderdeel van de het leer- en vormingsgebied verzorging. De leerstof is geordend in twee delen; 'Oriëntatie op het beroep' en 'Basiszorg'. Elk deel bestaat uit een aantal op zichzelf staande onderwerpen. In het deel 'Basiszorg' wordt aangesloten bij de elf gezondheidspatronen van Gordon. Het boek kan gebruikt worden tijdens de basis- en hoofdfase van een opleiding. De leerstof in het boek is afgestemd op de overige boeken binnen de reeks.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel 1 Oriëntatie op het beroep van de verzorgende

Voorwerk

Hoofdstuk 1 De verzorgende: een eerste verkenning van de beroepsbeoefenaar

Samenvatting
Dit eerste hoofdstuk gaat nader in op je keuze voor een verzorgend beroep, met name waarom je daarvoor hebt gekozen en wat je verwachtingen van dat beroep zijn. Verder gaan we in op wat het beroep van verzorgende nu precies inhoudt en welke kennis, vaardigheden en beroepshouding nodig zijn voor een goede beroepsuitoefening. Tevens zullen we stilstaan bij de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de verzorgende tijdens de uitoefening van het beroep. Ook de ontwikkelingen die zich de laatste jaren binnen het beroep en de opleidingen hebben voorgedaan komen aan de orde.
Verder besteden we in dit hoofdstuk aandacht aan het proces van professionalisering van het beroep, een begrip dat aan het einde van dit hoofdstuk meer betekenis voor je zal hebben.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 2 Verzorgen: een eerste verkenning van de beroepsuitoefening

Samenvatting
Dit hoofdstuk begint met de geschiedenis van de verpleging en de verzorging. Het beschrijft in grote lijnen hoe vroeger, vanaf het begin van onze jaartelling voor zieken werd gezorgd en hoe vervolgens het liefdewerk van de zuster zich in de negentiende eeuw ontwikkelde tot een beroep.
Daarna maak je kennis met de omgeving waarin verzorgenden hun beroep kunnen uitoefenen, de zorgsettings: waar kun je als verzorgende werken en met welke andere hulpverleners krijg je daar te maken.
Aan de orde komen instellingen voor de gezondheidszorg en de welzijnszorg. Hoewel de verwachting is dat in de komende jaren de verschillende instellingen voor gezondheidszorg en welzijnszorg steeds meer in één organisatie zullen gaan samenwerken, worden de instellingen hier nog afzonderlijk beschreven. Wel wordt aangegeven op welke manier er nu wordt samengewerkt tussen de verschillende instellingen en instanties.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 3 Het verzorgen nader beschouwd

Samenvatting
In dit hoofdstuk worden onderwerpen nader toegelicht die nauw samenhangen met begrippen die in hoofdstuk 1 genoemd zijn. Daarin is onder meer behandeld wat het beroep van verzorgende inhoudt en welke kennis, vaardigheden en beroepshouding nodig zijn voor een goede beroepsuitoefening.
Zo komen de begrippen zelfzorg, mantelzorg en professionele zorg aan de orde. Dit zijn namelijk begrippen waar je in de uitoefening van je beroep als verzorgende veel mee te maken hebt.
Ook wordt nader ingegaan op de begrippen verzorgen en zorgvraag. Als je weet wanneer je spreekt van verzorgen en wanneer je als verzorgende ingeschakeld kan worden, heb je een idee wat het ‘eigene’ van het beroep van verzorgende is.
De manier waarop je als verzorgende naar mensen kijkt en over mensen denkt, bepaalt grotendeels hoe je ze in de zorgverlening zult en wilt benaderen. In dit kader komt het begrip holisme naar voren. Daarbij speelt een rol hoe je over de begrippen gezondheid en ziekte denkt.
Als vervolg op bovenstaande wordt nader ingegaan op de vorming van een visie met betrekking tot verzorgen. De wijze waarop je over verzorgen denkt, bepaalt namelijk grotendeels hoe je je in je dagelijkse werk als verzorgende zult opstellen ten opzichte van zorgvragers, hun omgeving en andere beroepsbeoefenaars.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan een visie die veel verzorgenden hanteren bij de beroepsuitoefening. Dit is belangrijk om te weten zodat je kunt motiveren waarom je de zorg op een bepaalde manier verleend. Hiermee wordt ook duidelijk dat verzorgen meer is dan handelen vanuit je gevoel.
De zogenoemde functionele gezondheidspatronen geven een overzicht van het functioneren van mensen op lichamelijk, geestelijk en sociaal gebied. Hiervoor wordt een bepaalde indeling gebruikt waarbij het begrip gezondheidspatroon centraal staat.
In aansluiting hierop wordt een methode uitgelegd waardoor het verzorgen in de dagelijks praktijk vorm krijgt.
Het is belangrijk dat je weet welke gezondheidsproblemen de zorgvrager heeft voordat je tot verzorgen overgaat. Bovendien moet je ook kunnen beoordelen of de verleende zorg effect heeft gehad. In dit kader zal het begrip zorgproces toegelicht worden.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 4 Wie worden er verzorgd/verpleegd?

Samenvatting
Als verzorgende werk je in verschillende settings van de gezondheidszorg. Dit kan de thuiszorg zijn, maar ook het verzorgings- of verpleeghuis.
Daar ga je zorg verlenen aan mensen die elk hun specifieke zorgbehoefte hebben; ieder mens is immers uniek.
Toch kan je ook stellen dat er groepen zijn van zorgvragers met gelijksoortige zelfzorgtekorten, dus gelijksoortige zorgbehoeften. Ook zijn er groepen van zorgvragers die in dezelfde leeftijdsfase verkeren, waarvan de gezondheidsproblemen eenzelfde prognose heeft of waarvan het doel van de zorgverlening en behandeling of opname overeenkomt.
In dergelijke situaties spreek je van zorgcategorieën. Zo is er een categorie ‘de geriatrische zorgvrager’ en een categorie ‘de zorgvrager met beperkte zelfzorgmogelijkheden’.
Het nut van het kunnen herkennen van bepaalde overeenkomsten tussen verschillende individuele zorgvragers is dat je daardoor gemakkelijker en sneller zorgproblemen herkent die over het algemeen bij een bepaalde zorgcategorie voorkomen.
In dit hoofdstuk worden de verschillende zorgcategorieën besproken waarmee je als verzorgende het meest in aanraking komt. Het betreft zorgcategorieën waarbij de zorgproblemen vooral voortkomen uit aanwezige beperkingen of handicaps. Deze categorieën worden besproken in de volgende paragrafen:
4.1.1 De geriatrische zorgvrager
4.1.3 De zorgvrager met beperkte zelfzorgmogelijkheden
4.1.4 De revaliderende zorgvrager
4.1.5 De zorgvrager met chronische lichamelijke aandoeningen en/of handicaps
4.1.7 De verstandelijk gehandicapte zorgvrager
4.1.8 De kraamvrouw en de pasgeborene.
Daarnaast worden ook zorgcategorieën genoemd waar je als verzorgende in je werk minder of vanuit een andere invalshoek mee te maken zult hebben. Bij deze zorgvragers komen de zorgproblemen direct voort uit aandoeningen en stoornissen. Hiervoor worden met name verpleegkundigen ingeschakeld. Bedoelde categorieën worden besproken in de paragrafen:
4.1.2 De terminale zorgvrager
4.1.6 De zorgvrager met psychiatrische problematiek
4.1.9 De jeugdige zorgvrager
4.1.10 De zorgvrager die een onderzoek of operatie moet ondergaan.
Tot slot van dit hoofdstuk zullen we ingaan op de rechtspositie van de zorgvrager.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Deel 2 Basiszorg

Voorwerk

Hoofdstuk 5 Het toepassen van voorschriften

Samenvatting
Af en toe verschijnen er berichten in het nieuws dat zorgvragers door personeel of andere zorgvragers met een ziekte of aandoening zijn besmet. Ook hoor je wel dat zorgvragers uitglijden over een pasgedweilde gang. Of van zorgverleners die een oorring zijn ‘kwijtgeraakt’ omdat een demente bewoner iets moois zag glinsteren en er in alle onschuld naar greep met alle gevolgen van dien.
Een ander gegeven uit de zorgverlening is dat een groot deel van het ziekteverzuim veroorzaakt wordt door rugklachten, die ontstaan door veelvuldig op een verkeerde manier tillen of door foutief gebruik van allerlei hulpmiddelen. Waar de zorgverlening ook mee te maken heeft, zijn de begrippen kostenbeheersing en milieubewustzijn. Overheid en verzekeringsmaatschappijen voeren allerlei maatregelen in om de hoge kosten die de gezondheidszorg met zich meebrengt te drukken. Het zorgvuldig en bewust omgaan met hulpmiddelen, wegwerpmateriaal en afval moet niet alleen verspilling van geld, maar ook van materiaal tegengaan.
Tijdens de uitoefening van je beroep moet je altijd met een aantal bijzondere voorwaarden rekening houden. Je moet hygiënisch, veilig, ergonomisch verantwoord, milieubewust en kostenbewust werken. Veel van deze voorwaarden hangen met elkaar samen. Als je je houdt aan de voorschriften die gelden voor beroepsmatige hygiëne, werk je ook veilig in de zin dat je bronnen van infectie uitsluit of vermindert. Maar veilig werken betekent ook dat je tijdens de zorgverlening ongelukken bij zorgvragers en jezelf probeert te voorkomen. Voor jezelf betekent dat bijvoorbeeld dat je je beschermt tegen middelen die huidirritatie kunnen veroorzaken. Of dat je de juiste lichaamshoudingen aanneemt tijdens de zorgverlening en op de goede manier hulpmiddelen hanteert.
Dan ben je ergonomisch bezig. Als je deze voorwaarden in het oog houdt, ben je bijna automatisch ook kostenbewust bezig. Immers besmettingen en ongelukken moeten weer verholpen worden. Daar is weer tijd, menskracht, materiaal en dus geld voor nodig. Als verzorgende heb je ook te maken met algemene maatregelen die het milieubewustzijn moeten vergroten. Denk maar aan gescheiden afvalverwerking. Daarnaast geldt ook dat je milieubewust moet omgaan met onder meer verpleegmaterialen en bij bepaalde werkwijzen.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 6 Het patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met het patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding. Eerst gaan we nader in op de definitie van dit gezondheidspatroon. Daarna gaan we nader in op de factoren die dit patroon beïnvloeden. Verder behandelen we hoe je als verzorgende gegevens kunt verzamelen ten behoeve van de anamnese. Ook zullen we aandacht besteden aan de zelfzorgtekorten die er kunnen zijn bij de diverse zorgvragers ten aanzien van dit gezondheidspatroon en welke zorgaspecten hierbij gevraagd worden. Wat er gedaan moet worden door de verzorgende is onder meer afhankelijk van het (on)vermogen van degene die verpleegd/verzorgd wordt, om voor zichzelf te zorgen. Hoe meer iemand tot zelfzorg in staat is, hoe minder zelfzorgactiviteiten je van hem hoeft over te nemen. Hoe minder iemand kan, hoe meer je zult moeten overnemen.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 7 Het voedings- en stofwisselingspatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met het voedings- en stofwisselingspatroon. Je zult zien dat voeding en stofwisseling meer inhoudt dan alleen maar eten en drinken. Na een omschrijving van dit patroon zullen we de factoren beschrijven die dit patroon kunnen beïnvloeden. Daarna volgt een opsomming van relevante anamnesevragen en observatiepunten om de zorgproblemen te kunnen formuleren. Vervolgens wordt er aandacht besteed aan het oplossen van problemen en de interventies die kunnen worden gepland om je doelen te behalen. De laatste paragraaf is gewijd aan de zorg voor zorgvragers die misselijk zijn en/of braken, die uitgedroogd of ondervoed zijn en er wordt nader ingegaan op de specifieke zorg bij stoornissen in de lichaamstemperatuur.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 8 Het uitscheidingspatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk laten we je kennismaken met het uitscheidingspatroon (ontlasting, urine en transpiratie), met de factoren die dit patroon beïnvloeden en met de zorgproblemen die niet betrekking tot dit patroon kunnen ontstaan. Een heel belangrijk onderdeel van de zorg is het verzamelen van zowel objectieve als subjectieve gegevens over de regelmaat, beheersing, hoeveelheid en andere kenmerken van ontlasting, urine en transpiratie.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 9 Het activiteitenpatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met het activiteitenpatroon. Eerst zullen we nader ingaan op de definitie van het activiteitenpatroon.
Onder dit patroon valt niet alleen de activiteit van het bewegen, maar het omvat alle activiteiten van ons dagelijks leven, zoals het huishouden doen. Vervolgens zullen de factoren die dit patroon beïnvloeden worden beschreven. Daarna zullen de zorgproblemen die zich ten aanzien van het activiteitenpatroon kunnen voordoen worden vastgesteld. In die paragraaf zul je ook een beschrijving aantreffen van de observaties tijdens de anamnese. De planning is het volgende aandachtspunt in dit hoofdstuk: we geven voorbeelden van doelen die je voor de afzonderlijke zorgproblemen kunt opstellen. Het hoofdstuk wordt besloten met de diverse onderdelen van zorg voor het activiteitenpatroon.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 10 Het slaap- en rustpatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan het slaap- en rustpatroon. Eerst zullen we een definitie geven van het begrip slaap- en rustpatroon. Vervolgens zullen de factoren benoemd worden die dit patroon kunnen beïnvloeden. Daarna komen de zorgproblemen met de daaraan gekoppelde doelen aan de beurt.
Tot slot worden de zorgaspecten beschreven die je met betrekking tot het slapen en rusten kunt uitvoeren.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 11 Het cognitie- en waarnemingspatroon

Samenvatting
Denken, horen, zien, ruiken, proeven en voelen zijn menselijke functies die je als vanzelfsprekend beschouwt totdat er iets aan mankeert. Het voorkomen maar ook het opvangen van tekorten op dit gebied zijn belangrijke taken voor jou als verzorgende.
In dit hoofdstuk maak je kennis met de cognitieve of ‘ken’functies en de zintuiglijke functies: het cognitie- en waarnemingspatroon.
Als onderdeel van de zintuiglijke functies wordt in het bijzonder aandacht besteed aan het fenomeen pijn, omdat dit een veelvoorkomend zorgprobleem is waarmee je als verzorgende te maken zult krijgen.
Ook worden weer de factoren genoemd die op de verschillende onderdelen van dit gezondheidspatroon van invloed zijn. Om gerichte zorg te kunnen verlenen moet je ook in dit geval weten welke gezondheidsproblemen aan de orde zijn en daarom leer je welke anamnesevragen je kunt stellen met betrekking tot dit gezondheidspatroon.
Ten slotte worden richtlijnen gegeven voor de zorgverlening.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 12 Het zelfbelevingspatroon

Samenvatting
Een kenmerk van mensen is dat zij zich bewust zijn van hun ‘zijn’, in tegenstelling tot andere levende wezens. Al veel psychologen hebben pogingen gedaan dit besef van het individuele bestaan te beschrijven. Men spreekt ook wel van het ‘ik’, ‘zelf’ of ‘ego’.
Het zelfbelevingspatroon betreft de wijze waarop iemand zichzelf ziet. Het gaat om de ideeën over de eigen persoon, de beleving van de eigen vaardigheden, zowel verstandelijk, gevoelsmatig als lichamelijk.
Verder omvat het zelfbeeld het gevoel voor eigenwaarde en het algemeen patroon van emoties. Ook de lichaamshouding, de motoriek, het oogcontact, de stem en spraak maken deel uit van dit patroon.
Ieder mens, dus ook iedere zorgvrager heeft ideeën over zichzelf, zijn lichaam, lichaamsbeeld, de wijze waarop hij sociaal functioneert en zijn gevoelens.
Veel mensen vinden het eng om over dit soort zaken te praten: “Als ik je vertel wie ik ben, wijs je misschien af wie ik ben, terwijl dat alles is wat ik heb” (Powell).
Bij het afnemen van de anamnese van dit gezondheidspatroon is het dus belangrijk dat je een empathische en niet veroordelende houding aanneemt. Een zorgvrager zal je alleen dingen vertellen als hij vertrouwen stelt in je kwaliteiten als verzorgende.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 13 Het rollen- en relatiepatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met het rollen- en relatiepatroon.
Eerst zullen we ingaan op de definitie van dit gezondheidspatroon en vervolgens zullen de factoren worden behandeld die dit gezondheidspatroon beïnvloeden, namelijk hoe je als verzorgende met betrekking tot dit onderwerp gegevens kunt verzamelen en welke zorgaspecten belangrijk zijn ten aanzien van dit gezondheidspatroon.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 14 Het seksualiteits- en voortplantingspatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk laten we je kennismaken met het seksualiteits- en voortplantingspatroon, met de factoren die dit patroon beïnvloeden en met de zorgproblemen die hieromtrent kunnen ontstaan. Ook bij dit patroon geven we een aantal vragen die je kunt stellen om te kunnen beoordelen of er zorgproblemen zijn ten aanzien van het seksualiteits- en voortplantingspatroon. Tot slot van dit hoofdstuk geven we in zijn algemeenheid aan hoe je met mogelijke zorgproblemen kunt omgaan.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 15 Het stressverwerkingspatroon

Samenvatting
De letterlijke betekenis van het woord stress is spanning, druk, belasting. Stress maakt deel uit van het leven van alle mensen van alle leeftijden. Zonder stress zou persoonlijke groei en rijping zelfs niet mogelijk zijn. Het afscheid nemen van de geborgenheid van het ouderlijk huis levert stress op, maar leidt ook de sociale ontwikkeling.
Het stressverwerkingspatroon omvat de wijze waarop iemand in het algemeen met problemen en stress omspringt. Daaronder valt ook het vermogen van mensen persoonlijke crises te doorstaan, manieren om met problemen om te gaan en de steun die mensen hebben van familie of vrienden. Ook de beleving van het eigen vermogen om macht over een situatie uit te oefenen hoort tot het stressverwerkingspatroon.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Hoofdstuk 16 Het waarden- en levensovertuigingenpatroon

Samenvatting
In dit hoofdstuk maak je kennis met het waarden- en levensovertuigingenpatroon en de factoren die het patroon beïnvloeden. Ook zullen we in dit hoofdstuk weer ingaan op het verzamelen van gegevens met betrekking tot dit gezondheidspatroon. We noemen een aantal zorgproblemen en de doelen die vervolgens geformuleerd kunnen worden. Tot slot van dit hoofdstuk zullen we de interventies beschrijven waartoe de verzorgende kan besluiten.
J.C. Dito, T. Stavast, B.E. Zwart

Nawerk

Meer informatie