Skip to main content
main-content

Inhoudsopgave

Voorwerk

1 Zorgvuldig en verantwoord handelen in de basiszorg

In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan zorgvuldig en verantwoord handelen, veiligheid, vrijheidsbeperkende maatregelen, hygiëne en infectiepreventie en ergonomisch werken. Deze belangrijke onderwerpen zijn van toepassing op zorgsituaties van de gezondheidspatronen van Gordon die in de diverse hoofdstukken aan de orde komen. Kennis hiervan is van belang voor de basisverpleegkunde.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

2 Patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding

Het eerste gezondheidspatroon in dit boek gaat over de gezondheidsbeleving en -instandhouding. Bij dit gezondheidspatroon is het van belang om gegevens te verzamelen over de manier waarop de zorgvrager zijn gezondheid ervaart en de wijze waarop hij voor zijn gezondheid zorgt, zowel op lichamelijk als op geestelijk gebied. Het patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding kan aan verschillende gezondheidspatronen gekoppeld worden, zoals het activiteitenpatroon, het voedings- en stofwisselingspatroon en het stressverwerkingspatroon. Bij ieder gezondheidspatroon behoort een aantal specifieke verpleegproblemen die relevant zijn voor de verpleegkundige zorg bij gezondheidsstoornissen. Hieraan dient bij het verzamelen van gegevens aandacht besteed te worden.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

3 Voedings- en stofwisselingspatroon

Dit hoofdstuk gaat over het voedings- en stofwisselingspatroon. Dit gezondheidspatroon omvat de opname van voedingsstoffen en vocht in relatie tot de lichamelijke behoeften van de mens, de temperatuurregulatie en het hormonale systeem. Deze hebben immers vaak een directe relatie met of gevolgen voor de voedings- en vochtbalans. In de loop der jaren hebben voedingsdeskundigen in de gezondheidszorg een onmisbare bijdrage geleverd aan het bepalen van de juiste voeding en zorg voor mensen met een dieet of specifieke voedingsvoorschriften.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

4 Uitscheidingspatroon

Dit hoofdstuk gaat over het uitscheidingspatroon. Bij het onderwerp uitscheiding van afvalstoffen denk je niet direct aan levensbedreigende zaken. Bij het ontstaan van stoornissen in de uitscheidingsorganen kunnen echter grote problemen optreden. Een belemmering van de uitscheiding van urine, ontlasting of transpiratie, kan overvulling, vergiftiging en verstopping veroorzaken. Andere organen zoals het hart, de longen en de hersenen kunnen hierdoor schade ondervinden. Andersom kunnen een slechte hartfunctie of een longontsteking de nierfunctie verminderen. De gevolgen hiervan kunnen ernstig zijn, zeker bij te late ontdekking.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

5 Activiteitenpatroon

Het activiteitenpatroon vormt de basis voor een actief en zelfstandig leven. Het patroon is dan ook het beste te omschrijven als het geheel van lichaamsbeweging, activiteiten, ontspanning, recreatie en vrijetijdsbesteding.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

6 Slaap- en rustpatroon

Het slaap- en rustpatroon is te definiëren als het totaal van perioden van slaap, rust en ontspanning verspreid over een etmaal. De inschatting van de kwaliteit van dit gezondheidspatroon wordt sterk beïnvloed door de subjectieve beleving en de individuele behoefte. Sommige mensen kunnen met vijf uur slapen toe. Anderen moeten veel langer slapen om zich uitgerust te voelen. Het belang van een evenwichtig slaap- en rustpatroon zijn we ons niet altijd bewust. Pas bij slaapproblemen zien we het belang van een goede slaap in. Het slaap- en rustpatroon is afhankelijk van persoonlijke gewoonten en wordt beïnvloed door andere gezondheidspatronen. Slaapproblemen worden niet allemaal op dezelfde wijze benaderd. Om die reden is het belangrijk om na te gaan wat de oorzaak van een disfunctioneel slaappatroon is. Gaat het bijvoorbeeld om verlaat inslapen, tussentijds wakker zijn, vroeg wakker zijn, onregelmatig rusten of ontspannen of niet uitgerust zijn na een ogenschijnlijk voldoende hoeveelheid aan slaap- of rusturen. Bij deze analyse is het tevens van belang om na te gaan welke middelen en gewoonten het slaap- en rustpatroon beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan alcohol, slaapmiddelen, cafeïnehoudende dranken (bijv. koffie, cola), nicotine, nieuwe energiedranken (bijv. Red Bull, Black Booster) of bepaalde gewoonten.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

7 Cognitie- en waarnemingspatroon

Het cognitie- en waarnemingspatroon omvat de waarnemingsfuncties en cognitieve functies. Cognitie stamt af van het Latijnse werkwoord ‘cognoscere’ en betekent letterlijk: kennisneming. Cognitie refereert aan het vermogen te onderscheiden. Onder de cognitieve functies verstaan we onder andere bewustzijn, aandacht en oriëntatie, intellectuele functies zoals oordeelsvermogen, abstractievermogen, uitvoerende functies, intelligentie, taal en rekenen. Ook worden er inprenting en geheugen toe gerekend. Ten slotte vallen onder cognitieve functies voorstelling, waarneming, zelfbeleving, lichaamsbeleving en het denken. Tot de cognitieve functies behoren dus alle psychische processen waarmee mensen waarnemen, informatie verwerken, leren, denken en problemen oplossen, inclusief het taalvermogen, het geheugen en de besluitvorming.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

8 Zelfbelevingspatroon

In dit hoofdstuk bespreken we het zelfbelevingspatroon. Verschillende lichamelijke en psychische factoren bepalen het niveau van zelfbeleving. Het zelfbelevingspatroon geeft informatie over de manier waarop iemand zichzelf ziet en ervaart. De ideeën over de eigen persoon staan hierbij centraal, naast de beleving van de persoonlijke mogelijkheden. Deze persoonlijke mogelijkheden bestaan uit een kennisaspect (cognitie), een gevoelsaspect (affectie) en een lichamelijk aspect. De mate waarin een persoon zijn persoonlijke mogelijkheden ervaart is van grote invloed op het zelfbeeld, de identiteit en het gevoel van eigenwaarde en het algehele patroon van emoties.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

9 Rollen- en relatiepatroon

In dit hoofdstuk staat centraal het rollen- en relatiepatroon waarin mensen leven. Zowel voor gezonde mensen als voor zorgvragers geldt dat zij in hun levenssituatie sociale relaties aangaan met bijbehorende verantwoordelijkheden en subjectieve belevingen. Ook de mate van tevredenheid hiermee is een punt van aandacht. Deze levenssituatie kan binnen het gezin en de familie plaatsvinden maar ook in de werksituatie en tijdens de vrijetijdsbesteding.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

10 Seksualiteits- en voortplantingspatroon

Dit hoofdstuk gaat over het seksualiteits- en voortplantingspatroon. Dit patroon omvat de seksuele relaties, de seksualiteitsbeleving en het voortplantingspatroon. Dit patroon is nauw verbonden met het rollen- en relatiepatroon. Het gaat bij verpleegkundige hulpverlening over de mate van (on)tevredenheid en de problemen die de zorgvrager ervaart met seksualiteit. Het ingaan op en omgaan met de seksuele belevingen en behoeften van zorgvragers vergt van hulpverleners reflectie op de eigen normen en waarden over dit aspect van het menselijk functioneren. Seksualiteit is nog vaak een taboe en de confrontatie met seksueel ‘ander’ gedrag van zorgvragers kan afweerreacties bij verpleegkundigen veroorzaken. Seksualiteit als menselijke beleving en seksueel gedrag zijn in onze maatschappij ondanks de seksuele revolutie en de veranderingen in waarden en normen nog steeds zaken die ten minste als ‘geheimzinnig’, persoonlijk en indringend worden ervaren.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

11 Stressverwerkingspatroon

Dit hoofdstuk behandelt het verschijnsel ‘stress’, de wijze waarop de mens op stress reageert en de verpleegkundige aspecten die van belang zijn om stressverwerking een juiste plaats te geven in het verplegen. Stress is zo oud als de mensheid, maar werd pas in de jaren vijftig als zodanig genoemd in de theorie van de Canadese arts Selye. In algemene zin is het begrip te omschrijven als een ‘spanningstoestand’ of ‘belasting’ die invloed uitoefent op het menselijk organisme.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink

12 Waarde- en levensovertuigingenpatroon

In dit hoofdstuk behandelen we waarden, normen en overtuigingen waarop een mens zijn keuzen en beslissingen baseert. Ieder mens ontwikkelt in de loop van zijn leven een levensbeschouwing, dat wil zeggen een opvatting over wat uiteindelijk van belang is in het leven. Iedereen probeert voor zichzelf antwoorden te vinden op vragen als: Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik bereiken in mijn leven? Wat is de bedoeling van mijn leven? Deze vragen noemen we levensvragen of ook wel zingevingsvragen. Het zijn vragen die betrekking hebben op het leven in zijn geheel. Ze zijn nooit definitief te beantwoorden, maar mensen kunnen verder leven met voorlopige antwoorden. In het alledaagse leven spelen die vragen niet direct een bewuste rol. Op bepaalde momenten, als de gewone gang van zaken wordt onderbroken door belangrijke gebeurtenissen, komen deze vragen naar boven. Voorbeelden van dergelijke situaties zijn: de geboorte van een kind, de dood van een dierbaar iemand, het overvallen worden door een ernstige ziekte.

J.A.M. Kerstens, E.M. Sesink
Meer informatie