Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Basisverpleegkunde geeft een systematisch overzicht van alle facetten van de basiszorg: de meest omvangrijke zorgverlening in de gezondheidszorg. Het boek behandelt de verschillende rollen van de verpleegkundige bij het verlenen van de basiszorg. Allereerst worden een aantal algemene thema's behandeld die relevant zijn voor alle aspecten van de basiszorg: 'zorgvuldig en verantwoord handelen' en 'gezondheid en welbevinden'.

Vervolgens komen alle onderwerpen van het menselijk functioneren aan de orde. Zowel de lichamelijke als psychosociale en levensbeschouwelijke aspecten worden behandeld. Elk hoofdstuk is opgebouwd volgens de fasen van het methodisch systematisch handelen van de verpleegkundige. Na een algemene oriëntatie op het desbetreffende onderwerp is er ruime aandacht voor het verzamelen van gegevens en verpleegkundige diagnosen. Vervolgens wordt ingegaan op de planning van de verpleegkundige zorg, waarin exemplarisch voor een aantal verpleegkundige diagnoses, de beoogde resultaten, interventies en evaluatie beschreven worden. In de hoofdstukken worden ook verwijzingen gedaan naar Landelijke Richtlijnen. Tot besluit van ieder hoofdstuk is een verpleegplan opgenomen als voorbeeld. Basisverpleegkunde biedt de lezer een compleet basispakket aan kennis en vaardigheden over basiszorg. Bovendien zijn aan elk hoofdstuk een literatuurlijst en verwijzingen naar websites toegevoegd, voor verdere verdieping.

Het boek is allereerst bestemd voor alle studenten die de opleiding tot verpleegkundige op mbo-niveau volgen . Daarnaast is het boek uitermate geschikt als naslagwerk voor iedereen die reeds als verpleegkundige werkzaam is.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Hoofdstuk 1. Zorgvuldig en verantwoord handelen in de basiszorg

Inleiding
Basisverpleegkunde of basiszorg is de meest omvangrijke vorm van zorgverlening in de gezondheidszorg. Verpleegkundigen, verzorgenden, helpenden en mantelzorgers helpen dagelijks mensen met hun lichamelijke verzorging, hun toiletgang, het verschonen van hun kleding en het opruimen en schoonmaken van hun omgeving. Hun aandacht gaat daarbij ook uit naar het psychisch welzijn van degenen die zij helpen, in de vorm van een gesprek, een troostend of opbeurend woord of een aardig gebaar. Het een hoeft niet belangrijker te zijn dan het ander, afhankelijk van welke gewoonten en wensen de patiënt zelf heeft voor zijn verzorging. Zo wil de een elke dag twee keer onder de douche en een ander wil zichzelf liever elke dag aan de wastafel wassen.
Everie Sesink

Hoofdstuk 2. Gezondheid en welbevinden

Inleiding
Gezondheid en ziekte zijn vanuit verschillende theorieën en invalshoeken te definiëren. In dit hoofdstuk beperken we ons tot de omschrijving van De Jong en Kerstens (2003). Volgens deze auteurs is gezondheid een dynamisch begrip, waarvan het gevoel gezond of ziek te zijn in steeds wisselende mate aanwezig is. Gezondheid is de mate waarin de mens een socio-psychosomatisch evenwicht ervaart. ‘Er is sprake van een continuüm van gezond naar ziek. Hierbij kan de mens zelf het beste aangeven hoe gezond hij zich voelt en hoe gezond hij is.
Everie Sesink

Hoofdstuk 3. Persoonlijke hygiëne

Inleiding
In iedere cultuur is de lichaamsverzorging een belangrijk ritueel, met grote onderlinge verschillen. De lichaamsverzorging is ook een individuele activiteit, waarbij de meeste mensen behoefte aan privacy hebben. In eerste instantie is de lichaamsverzorging gebonden aan persoonlijke gebruiken.
Everie Sesink

Hoofdstuk 4. Houding en beweging

Inleiding
De interactie tussen het skelet en de spieren (samen het bewegingsstelsel ) maakt het mogelijk om te bewegen. Bewegen gebeurt bewust door prikkels uit de omgeving die aanzetten tot bewegen. Bijvoorbeeld wanneer er iets op de grond valt, raap je het voorwerp op. Het bewegingsstelsel is ook verantwoordelijk voor statische processen. Hiermee zorgt het voor een juiste lichaamshouding en beschermt het de organen. Andere organen in het lichaam bewegen ook, maar dan onbewust. Bijvoorbeeld de darmen bewegen door samen te trekken (peristaltiek) en het hart klopt doordat het beschikt over een speciaal prikkel- en geleidingssysteem.
Everie Sesink

Hoofdstuk 5. Voeding en lichaamstemperatuur

Inleiding
Het spijsverteringssysteem zorgt voor de vertering en opname van voedsel. Eten en drinken komt via de mond-keelholte en de slokdarm in de maag. Het spijsverteringskanaal bestaat uit de mond-keelholte, slokdarm, maag, dunne darm en dikke darm. Het voedsel wordt fijngekauwd in de mond en met speeksel vermengd. Het speeksel bevat water (transport- en oplosmiddel), slijm (glijmiddel) en enzymen voor koolhydraatvertering en doden van bacteriën. Na het doorslikken komt het voedsel in de slokdarm en met de spieren van deze buis wordt het voedsel voortbewogen naar de maag. De spieren van de maag zorgen voor het mengen, kneden en transport van het voedsel. Het voedsel vervolgt door maagperistaltiek zijn weg naar de dunne darm. Via een sluitspier komt de voedselbrij in de dunne darm. In de dunne darm zorgen spijsverteringssappen voor de vertering van eiwitten, vetten en koolhydraten van het bewerkte voedsel. Hierna worden de voedingsstoffen zoals glucose, vetzuren en aminozuren (afgebroken eiwitten) via de dunne darm opgenomen in het bloed of de lymfevaten en vervoerd naar de weefsels. Niet verteerbare koolhydraten bestaan uit vezels die van belang zijn voor een goede darmwerking. In de dikke darm wordt het waterige mengsel verder bewerkt, via de darmwand worden zouten en water geresorbeerd in het bloed. Wat overblijft is gebonden ontlasting die via de endeldarm en de anus uitgescheiden worden.
Everie Sesink

Hoofdstuk 6. Uitscheiding

Inleiding
Waarom is de verpleegkundige zorg voor de uitscheiding zo belangrijk? Waar moet je op letten, wat is normaal en wat afwijkend? Verpleegkundigen hebben bij deze basiszorg een belangrijke rol. Je observeert bij patiënten de uitscheiding, signaleert problemen en rapporteert deze gegevens. In alle zorgsettings heb je te maken met problemen rond de uitscheiding, zoals continentieproblemen of een slechte nierfunctie. Problemen als obstipatie, diarree, incontinentie en overmatige transpiratie vragen een specifieke verpleegkundige interventie.
Everie Sesink

Hoofdstuk 7. Circulatie en ademhaling

Inleiding
In dit gedeelte staat de zorg voor de circulatie centraal. De circulatie is van vitaal belang voor het menselijk functioneren en heeft een directe relatie met het functioneren van alle organen. Ook voor het verrichten van activiteiten zoals deze in dit hoofdstuk aan de orde komen, is een goed werkende circulatie onmisbaar. Met behulp van de circulatie is de mens in staat te leven en gezond te blijven. De circulatie zorgt immers voor het transport van voedingsstoffen en zuurstof en de afvoer van afvalstoffen. De circulatie speelt zich autonoom in het lichaam af, maar mensen kunnen er wel voor zorgen dat de circulatie goed wordt onderhouden om hart- en vaatziekten te voorkomen. Steeds meer is de afgelopen jaren het accent komen te liggen op preventie van hart- en vaatziekten door mensen te stimuleren gezond te eten, regelmatig te bewegen en niet te roken.
Everie Sesink

Hoofdstuk 8. Slapen en rusten

Inleiding
Kijkend naar de menselijke activiteiten kunnen we constateren dat altijd gesproken wordt over de positieve effecten van regelmaat en ritme in het leven. Als iemand uit zijn ritme wordt gehaald, kan dat negatieve effecten teweegbrengen, bijvoorbeeld dat hij onzeker wordt, angstig, gedesoriënteerd en verward. Deze negatieve effecten zijn sterk afhankelijk van moment, situatie en persoon. De natuur kent haar regelmaat, haar ritme. Denk maar aan de jaargetijden, het dag-en-nachtritme, het steeds weer op en neer gaan van eb en vloed, hoge- en lagedrukgebieden, en denk ook maar aan je eigen ups en downs.
Everie Sesink

Hoofdstuk 9. Waarneming en cognitieve functies

Inleiding
De cognitieve functies zijn van groot belang voor de oriëntatie op jezelf en de omgeving. Door de cognitieve functies is iemand in staat zich bewust te zijn van wat er om hem heen gebeurt. Ook is hij in staat te oordelen, te abstraheren, te denken, te rekenen, een taal te spreken en tot ingewikkelde handelingen. Hij kan informatie opslaan en verwerken met behulp van het geheugen. Hij kan zaken voorstellen en waarnemen. Kortom, waarneming en cognitieve functies maken het mogelijk relaties aan te gaan, te communiceren, informatie te geven en te ontvangen, informatie op te slaan en te verwerken.
Jan Kerstens

Hoofdstuk 10. Zelfbeleving

Inleiding
Het gebied van het psychisch en psychosociaal functioneren is erg breed. De benadering van de psychische en sociale zorgbehoeften als onderdeel van de zelfbeleving zal voornamelijk praktisch gericht zijn.
Jan Kerstens

Hoofdstuk 11. Rollen en relaties

Inleiding
Mensen hebben behoefte aan relaties, zowel met zichzelf als met anderen. Door deze relaties is iemand in staat zin aan zijn leven te geven en die te ervaren. Door vergelijken, overdenken, afwegen en kiezen kan een persoon zichzelf en anderen beter leren kennen en ontdekken. Bovendien leert hij de eigen waarden en normen (identiteit) te ontwikkelen. Een relatie hebben met jezelf klinkt eigenlijk wat vreemd. We bedoelen ermee dat iemand belangstelling heeft voor zichzelf, zijn bestaan en zijn doen en laten. Zijn doen en laten hangt niet alleen af van wat anderen ervan vinden. Hij doet datgene wat hij belangrijk en prettig vindt en waarvoor hij risico’s wil lopen.
Jan Kerstens

Hoofdstuk 12. Seksualiteit

Inleiding
Als je het belang van de zorg voor de seksualiteit wilt beschrijven, ontkom je er niet aan het begrip te omschrijven. Onze visie op de mens als socio-psychosomatische eenheid en onze visie op zorg die uitgaat van een holistische benadering, corresponderen het meest met de brede definitie van Stuart en Sundeen:
Jan Kerstens

Hoofdstuk 13. Stress en stressverwerking

Inleiding
In de inleiding hebben we kort stilgestaan bij het begrip stress als spanningstoestand ten gevolge van belastende situaties en als bron van verschillende gezondheidsproblemen. Bij de verpleegkundige diagnosen gaat het meestal om een tekort aan vaardigheden of mogelijkheden om stress positief te kunnen beïnvloeden. De wijze waarop iemand met belastende omstandigheden omgaat, wordt aangeduid met de term ‘coping’ .
Jan Kerstens

Hoofdstuk 14. Waarden en overtuigingen

Inleiding
Waarden en overtuigingen bepalen sterk iemands levensbeschouwing. Dit kan zowel een persoonlijke kijk op het leven zijn als ook de visie van groeperingen op het leven, zoals christendom, humanisme, hindoeïsme, islam, jodendom, maar ook het feminisme, holisme en materialisme.
Jan Kerstens

Nawerk

Meer informatie