Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

De actuele opgave van de psychosociale hulpverlening door het maatschappelijk werk is complex. Nieuwe doelgroepen, nieuwe werkvormen en nieuwe maatschappelijke opdrachten bepalen de inhoud en manier van werken. Het blijken de zogenaamde Common Factors te zijn die maken dat de hulpverlening helpt, de belangrijkste ervan; de cliënt, de hulpverlener en hun relatie worden uitgebreid besproken. Het gaat daarbij om empowerment van zowel de hulpverlener als de cliënt. Na een grondige analyse beschrijft het boek de diverse fasen van de hulpverlening. Het laatste hoofdstuk gaat over multiprobleemgezinnen en outreachend werken.

Inhoudsopgave

Voorwerk

Deel I De theorie

Voorwerk

1 Psychosociale hulpverlening: de maatschappelijke context

Abstract
Dit boek is een methodiekboek; het beschrijft de basisingrediënten voor een effectieve begeleiding van cliënten bij de veranderingen die zij wensen. Inhoudelijke aspecten krijgen daarbij veel aandacht. Psychosociale hulpverlening vormt echter geen methodisch eiland maar wordt beïnvloed door maatschappelijke ontwikkelingen die nieuwe problemen, hulpvragen en doelgroepen creëren, door subsidiegevers die de hulpverlening inzetten voor hun doelen en een efficiënt gebruik van gelden verlangen en eisen stellen aan resultaten. Bovendien wordt de hulpverlening bepaald door nieuwe inzichten in de werkzaamheid van het hulpverleningsproces en de effectiviteit van interventies en methoden. Deze ontwikkelingen bepalen wat actueel is voor een ‘methodiek psychosociale hulpverlening.’ In dit hoofdstuk bespreek ik ze.
Sjef de Vries

2 Problemen en hulpverlening

Abstract
De psychosociale hulpverlening bepaalt het gezicht van het maatschappelijk werk en zij wordt op verschillende terreinen ingezet. In dit hoofdstuk worden psychosociale problemen en de hulpverlening daarvoor kort besproken en met cijfers toegelicht. Het besluit met het antwoord op de vraag: is de psychosociale hulp van het maatschappelijk werk effectief?
Sjef de Vries

3 De cliënten

Abstract
Hoofdstuk 1 ging over de maatschappelijke ontwikkelingen en wat die betekenen voor de methodiek van het maatschappelijk werk. Hoofdstuk 2 ging in op de psychosociale hulpverlening in de praktijk. In dit hoofdstuk komen de gebruikers naar voren: de cliënten. Er wordt uitgebreider ingegaan op twee groepen cliënten: de allochtone cliënt en de cliënt met een lage sociaaleconomische status.
Sjef de Vries

4 De cliënten

Abstract
Psychosociale hulpverlening door het maatschappelijk werk onderscheidt zich van andere vormen van hulp door haar doel: empowerment. Het bekrachtigen en verstevigen van het individu in zijn sociale context is altijd de centrale opdracht geweest. Naast een beschrijving van wat empowerment en het bevorderen daarvan inhoudt wordt aandacht geschonken aan de vraag hoe de context in de begeleiding te betrekken.
Sjef de Vries

5 Stress, coping, sociale steun en symptomen

Abstract
Cliënten komen om hulp omdat zij individuele, sociale of materiële hulpbronnen verloren hebben of dreigen te verliezen. Zij zijn niet meer in staat om zelf en samen met anderen het hoofd te bieden (coping) aan de problemen en stress die zij ondervinden. In dit hoofdstuk wordt de samenhang tussen stress, coping en sociale steun beschreven. De verstoring van de balans tussen twee wezenlijke hulpbronnen, autonomie en verbondenheid, die ten grondslag liggen aan elk menselijk streven, creëert problemen en op den duur symptomen. Op de rol en functie van symptomen in relaties wordt dieper ingegaan; ook wordt uiteengezet dat zij meer met levensverlies dan met ziektewinst te maken hebben.
Sjef de Vries

6 Stress, coping, sociale steun en symptomen

Abstract
In dit hoofdstuk sta ik stil bij de drie belangrijkste factoren die de effectiviteit van de hulpverlening bepalen:
  • de cliënt, bij wie ik het belang van zijn ‘theory of change’ zal benadrukken;
  • de hulpverlener: hoe hij zichzelf kan zijn en op een persoonlijke manier leiding kan geven aan het hulpverleningsproces;
  • een persoonlijke en betrokken werkrelatie tussen beiden.
Sjef de Vries

Deel II De praktijk

Voorwerk

7 De basisingrediënten

Abstract
Methoden zijn voor het uiteindelijke effect niet wezenlijk, voor de hulpverlener zijn ze echter heel belangrijk vanwege het houvast dat zij bieden in ingewikkelde processen. Eerst wordt deze tegenstrijdigheid besproken, vervolgens wordt een aantal basisstappen en principes beschreven. Het hoofdstuk besluit met een uitvoerig praktijkvoorbeeld waarin bij wijze van overzicht belangrijke ingrediënten aan bod komen die in de volgende hoofdstukken uitgebreider worden beschreven.
Sjef de Vries

8 Aanmelding

Abstract
Hoe verloopt een aanmelding? Wat gebeurt er, waar moet de hulpverlener op letten? De vele aspecten en valkuilen van het begin van de hulpverlening passeren in dit hoofdstuk de revue. Speciale nadruk ligt op het betrekken van de context en op de hulpverlening waarin sprake is van culturele verschillen.
Sjef de Vries

9 Intake en probleembepaling

Abstract
Het eerste gesprek is zó belangrijk dat het niet aan een gestandaardiseerde intake besteed mag worden: dat kan een ‘gewoon’ gesprek en het aangaan van een persoonlijke werkrelatie in de weg staan. In het eerste gesprek doet zowel de cliënt als de hulpverlener zijn eigen intake waarbij onder andere de vraag of het ‘klikt’ beantwoord moet worden. In het gesprek over de problemen waarvoor de cliënt hulp komt vragen is het zaak om ook het verborgen verhaal van coping aan het licht te brengen. Zo ontstaat een completer beeld van de situatie van de cliënt.
Sjef de Vries

10 Probleembespreking en doelformulering

Abstract
In deze fase is het van essentieel belang dat de cliënten voor zichzelf een doel formuleren. Vaak zijn zij zich wel bewust van wat zij niet langer willen (het probleem) maar niet van wat zij daarvoor in de plaats willen. Zich bewust worden van en formuleren wat de concrete, positieve uitkomst van de hulpverlening zou moeten zijn is dus een wezenlijke stap voor de cliënt. Daarnaast moet de hulpverlener voor zichzelf een eigen visie ontwikkelen op wat er aan de hand is en wat er bereikt zou kunnen of moeten worden, om dat zo nodig voor te kunnen leggen aan de cliënt.
Sjef de Vries

11 Probleemoplossing

Abstract
Nadat de cliënt duidelijk heeft gekregen wat zijn probleem is en welk doel hij na wil streven, is de volgende stap het vinden van zijn eigen oplossingen. Dat gebeurt voornamelijk door te werken met de zogenaamde uitzonderingen. Ook de hulpverlener kan via het werken met specifieke technieken oplossingen aandragen, maar of die effectief blijken hangt af van de cliënt: die moet ermee overweg kunnen. Een heel belangrijke opdracht is dan ook om telkens na te gaan of het gesprek heeft geholpen en wat beter zou kunnen helpen. Het hoofdstuk sluit af met een bespreking van de rol van oplossingen in de materiële hulpverlening.
Sjef de Vries

12 Probleembehandeling

Abstract
Dit hoofdstuk gaat over het verdere verloop van de hulpverlening. Eerst wordt ingegaan op hoe de cliënt zelf stap voor stap zijn behandeling vorm kan geven. In de gevallen waarin het oplossen van de moeilijkheden stokt omdat er problemen onder blijken te liggen komen de behandelingsaspecten van de begeleiding meer naar voren. Een ervan, confronteren, wordt uitgebreid besproken. Het hoofdstuk besluit met wat te doen bij impasses en hoe de hulpverlening af te sluiten.
Sjef de Vries

13 Effectevaluatie van kortdurend werken en cliëntbespreking

Abstract
In dit hoofdstuk komen drie onderwerpen ter sprake waarmee de kwaliteit van de hulpverlening verhoogd kan worden. Ten eerste een discussie over wanneer wel en wanneer niet kortdurend werken. Ten tweede hoe de hulpverlener zelf zonder veel moeite het effect van zijn hulp kan evalueren en ten slotte een vorm van cliëntbespreking die de hulpverlener kort en krachtig steunt.
Sjef de Vries

14 Multiprobleemgevallen en outreachend werken

Abstract
In dit hoofdstuk – tot stand gekomen in samenwerking met José Bijker – gaat het om de multiprobleemcliënten: de multiprobleemgezinnen en -individuen. Er wordt gekeken naar de kenmerken van deze groep, hun veerkracht en problemen. Onderzocht wordt wat er werkt en welke competenties de hulpverlener nodig heeft om effectief te zijn. Om deze doelgroep te bereiken is ‘outreachend’ werken vaak de aangewezen weg. Om zo te kunnen werken moet aan een aantal organisatorische voorwaarden zijn voldaan. Er wordt ingegaan op de wijze waarop de hulpverlener zich een eigen positie kan verwerven te midden van de diverse belangen, hoe hij zijn potentiële cliënten kan benaderen en wat hij kan doen om zijn cliënten en zichzelf gemotiveerd te houden.
Sjef de Vries

Nawerk

Meer informatie