Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Ontleden met oog en hand, door de gesloten huid heen. Dat is wat de auteurs verstaan onder ‘Anatomie in vivo. Inspectie en palpatie van het bewegingsapparaat’. De beschreven inspectie en palpatie zijn namelijk niet alleen gericht op het lichaamsoppervlak, maar ook op dieper gelegen structuren. Duidelijke foto’s illustreren het oppervlak en fraaie tekeningen de diepere delen van het lichaam. Hoewel in de eerste plaats bedoeld als instructie bij de praktijk van de anatomie in vivo, is dit boek door de bijzondere illustraties en de grondigheid van de beschrijvingen tegelijkertijd een naslagwerk. Het uitgebreide register is daarop afgestemd.

Dit supplement behoort bij de 6e, 7e en 8e druk van het leerboek Anatomie in vivo, Inspectie en palpatie van het bewegingsapparaat. Het bevat een keur aan opdrachten en vragen per paragraaf, ingedeeld naar het niveau van de studenten. Bij de hoofdstukken 2 t/m 6 zijn bovendien een 30-tal video’s met betrekking op de afbeeldingen te bekijken. Waarbij de afbeeldingen van een beweging alleen de begin- en eindstand tonen, brengen de video’s het ‘ontstaan’ van de verschillen tussen deze standen in beeld. In het boek staan de video’s steeds vermeld bij de desbetreffende afbeelding direct na de inhoudsopgave. De feedback op de opdrachten en vragen is per hoofdstuk te downloaden.

Het digitale oefenprogramma ‘Anatomie in vivo’ bevat van iedere spier een overzicht van de aanhechtingsplaatsen, effecten, innervatie, inspectie en palpatie, met daarnaast een schematische tekening en, waar mogelijk, een foto. Het is beschikbaar voor zowel Windows- als Mac-gebruikers.

Anatomie in vivo. Inspectie en palpatie van het bewegingsapparaat is bestemd voor opleidingen in het hbo en wo, onder andere fysiotherapie, ergotherapie, bewegingstechnologie en bewegingswetenschappen. Voor basisartsen tijdens de inleidende fase van medische specialisaties als huisartsgeneeskunde, revalidatie en orthopedie, bevat het een schat aan informatie.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Verantwoording

Samenvatting
Anatomie in vivo betekent letterlijk ‘kunde van het ontleden in levende toestand’. Een schrikaanjagende benaming die desondanks maar niet veranderd moet worden, omdat het in overdrachtelijke zin bij de anatomie in vivo van het bewegingsapparaat wel degelijk om ontleden gaat. Niet met mes en pincet, maar met oog en hand, door de gesloten huid heen. De gebruikte technieken worden van oudsher aangeduid met inspectie en palpatie.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

2. Technieken en methoden

Samenvatting
Bij het onderwijs in de anatomie in vivo wordt in hoofdzaak gebruik gemaakt van inspectie en palpatie. Deze technieken zijn in de eerste plaats gericht op het lokaliseren en identificeren van normale anatomische structuren. De middelen van de anatomie in vivo zijn weten, zien en voelen, in die volgorde. De inspectie is gericht op zichtbare anatomische structuren. Palpatie is te omschrijven als gericht tasten met het doel informatie te verkrijgen over de aard (bot, spier, zenuw) en toestand (gespannen, ontspannen e.d.) van anatomische structuren.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

3. Romp en hals

Samenvatting
Anatomie in vivo van de romp en hals omvat de inspectie en palpatie van botten, spieren, gewrichten, bloedvaten en zenuwen. Ook de projectie van organen op de huid wordt ertoe gerekend. De oppervlakkige rompspieren behoren vanuit functioneel gezichtspunt voor een groot deel tot de bovenste extremiteit. Topografisch hebben deze spieren belangrijke relaties met de dieper gelegen, intrinsieke spieren van de romp. Omdat het niet goed mogelijk is de intrinsieke spieren te behandelen zonder eerst de oppervlakkige spieren te bespreken is ervoor gekozen om in dit hoofdstuk alle spieren te beschrijven die geheel of gedeeltelijk op de romp zijn gelegen, en daarbij ook de botten waarop deze spieren aanhechten, zoals de clavicula, de scapula, het proximale deel van de humerus en craniale delen van het bekken. Het projecteren van organen op de huid versterkt het beeld van hun onderlinge ligging.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

4. Hoofd

Samenvatting
Anatomie in vivo van het hoofd omvat de inspectie en palpatie van botten, het cranio-mandibulaire gebied, kauwspieren, oppervlakkige bloedvaten en oppervlakkige zenuwen. Bij de anatomie in vivo van het hoofd staat het cranio-mandibulaire gebied centraal. Voor dit gebied bestaat namelijk in de fysiotherapie een groeiende belangstelling. Ook hier geldt dat voor een vakkundige inspectie en palpatie een goed inzicht in de topografische anatomie een voorwaarde is. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de inspectie en palpatie van het kaakgewricht en de kauwspieren.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

5. Bovenste extremiteit

Samenvatting
Anatomie in vivo van de bovenste extremiteit omvat de inspectie en palpatie van botten, spieren, gewrichten, de oksel en vaat-zenuwstreng, zenuwen en bloedvaten. Allereerst worden de contouren van boven-en onderarm besproken en het integumentum commune. Daarna de botten humerus, ulna, radius, ossa carpi, ossa metacarpi en de phalanges. Vervolgens de bovenarm-, onderarm- en intrinsieke handspieren, waarna alle gewrichten besproken worden.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

6. Onderste extremiteit

Samenvatting
Anatomie in vivo van de onderste extremiteit omvat de inspectie en palpatie van botten, spieren, gewrichten, zenuwen, bloedvaten en topografie van vaat-zenuwstrengen. Allereerst worden de contouren van boven- en onderbeen besproken en het integumentum commune. Daarna de botten pelvis, femur, patella, tibia, fibula en voetskelet. Vervolgens de bovenbeen-, onderbeen- en intrinsieke voetspieren, waarna alle gewrichten besproken worden.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

7. De anatomische bewegingsanalyse (ABA)

Samenvatting
Het vermogen om een anatomische bewegingsanalyse uit te voeren, is te beschouwen als een basisvaardigheid voor het optimaliseren van (gestoorde) bewegingen en het ontwerpen van aanpassingen. De toevoeging ‘anatomisch’ wijst erop dat het accent ligt op de anatomische aspecten van de analyse. In een volledige analyse spelen ook biomechanische aspecten een belangrijke rol. In dit hoofdstuk wordt een ‘totaalbeweging’, zoals gaan zitten, opstaan, traplopen, ontleed in gewrichtsbewegingen en spieractiviteit. De waarnemingsmethoden zijn weer inspectie en palpatie; er wordt geen gebruik gemaakt van apparatuur.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte

8. Bijlagen

Samenvatting
Inspectie en palpatie kunnen slechts via de huid plaatsvinden. In bijlage B.1 komen de dikte, de samenstelling en de consistentie van de huid aan de orde. Omdat dikte, samenstelling en consistentie zowel intra – als interindividueel zeer sterk variëren, zijn de verschillen die men in de anatomie in vivo aantreft in inspecteerbaarheid en palpabiliteit erg groot. Een juiste voorstelling van de bouw van een spier ook bij de anatomie in vivo een rol. Daarom volgt in bijlage B.2 een korte algemene uiteenzetting over de macroscopische bouw van spieren. Deze wordt vervolgens toegelicht aan de hand van twee concrete spieren, de m.semimembranosus en de m.semitendinosus. Bijlage B.3 bevat tabellen voor met de mogelijke effecten (of functies) van spieren. De presentatie van de informatie is meer kwantitatief van aard in de vorm van momentsarmen per bewegingsrichting. De vermelde getallen berusten op (gemiddelden van) een beperkt aantal data en kunnen niet worden gebruikt voor individuele gevallen. Bijlage B.4 geeft een overzicht van de 30 video’s.
Bernard J. Gerritsen, Monique A. M. Berger, Gerard C. A. Elshoud, Henk Schutte
Meer informatie

Extra’s