Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Kennis van de basisprincipes vormt een voorwaarde voor het verwerven van inzicht in de speciële farmacologie en de farmacotherapie. In dit boek worden deze basisprincipes systematisch gepresenteerd en met voorbeelden uit de dagelijkse praktijk geïllustreerd. Uitgangspunt daarbij is het gegeven dat de algemene farmacologie meer een begripsvak dan een leervak is.
In deze druk zijn de inzichten met name op het gebied van kennis van het genoom en de daarmee samenhangende variabiliteit tussen patiënten verwerkt. Ook nieuwe toedieningsvormen worden uitvoerig besproken. Veel aandacht is besteed aan het beeldmateriaal.Algemene farmacologie is bestemd voor eenieder die geïnteresseerd is in de farmacologie en de farmacotherapie, zoals studenten geneeskunde, farmacie en (medische) biologie Maar ook degenen die de opleiding tot arts of apotheker al hebben voltooid of anderszins geïnteresseerd zijn in geneesmiddelen, kunnen hun kennis hiermee verrijken en zo bijdragen aan een adequate farmacotherapie.
Het boek kwam tot stand onder redactie van prof. dr. J.M. van Ree en prof. dr. D.D. Breimer. J.M. van Ree is hoogleraar psychofarmacologie aan de Universiteit Utrecht en directeur van het Rudolf Magnus Instituut voor Neurowetenschappen van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. D.D. Breimer is hoogleraar farmacologie aan de Universiteit Leiden en was wetenschappelijk directeur van het Leiden/Amsterdam Center for Drug Research (LACDR). Diverse auteurs leverden een bijdrage aan dit boek, ieder op het terrein van hun eigen specialisme.

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Inleiding

Samenvatting
Het wetenschapsgebied van de farmacologie, de leer der geneesmiddelen, bestudeert de veranderingen die het gevolg zijn van het toedienen van een chemische verbinding aan een levend organisme.
J.M. van Ree, D.D. Breimer

2. Absorptie en toedieningswegen

Samenvatting
Geneeskrachtige stoffen (farmaca) kunnen niet zonder meer worden toegediend, maar hebben een ‘farmaceutisch jasje’ nodig: de toedieningsvorm. De keuze van de toedieningsvorm hangt af van de volgende factoren:
J. J. Tukker, D. J. A. Crommelin

3. Distributie (verdeling)

Samenvatting
Wanneer een farmacon na toediening via parenterale weg (per injectie of infuus) of via absorptie vanuit bijvoorbeeld het maag-darmkanaal in het bloedplasma komt, verdeelt het zich over het lichaam: de distributiefase. Deze fase is een van de vier belangrijke deelprocessen in de farmacokinetiek van farmaca: absorptie (A), distributie (D), metabolisme (M) en excretie (E) oftewel ADME (zie ook paragraaf 6.1).
D. J. de Wildt, H. H. W. Thijssen, J. van Harten

4. Metabolisme (biotransformatie)

Samenvatting
Het menselijk lichaam wordt dagelijks blootgesteld aan een grote hoeveelheid lichaamsvreemde stoffen. Dit kan met opzet zijn, als farmaca of genotmiddelen, maar ook onbedoeld als mogelijk schadelijke stoffen in voedsel en milieu.
F. G. M. Russel

5. Excretie

Samenvatting
Wanneer een farmacon wordt opgenomen in het lichaam, verdeelt het zich via de algemene circulatie over de weefsels. Slechts bij hoge uitzondering zal een stof blijvend worden opgeslagen. Verreweg de meeste farmaca zullen uiteindelijk door het lichaam worden geëlimineerd.
F. G. M. Russel

6 Kwantitatieve farmacokinetiek

Samenvatting
Met de toediening van een farmacon beoogt men een therapeutisch effect. Hiertoe moet de werkzame stof, in voldoende hoge concentratie, ter plaatse van het effectorsysteem (receptor, enzym, ionkanaal) komen.
H. H. W. Thijssen, D. J. de Wildt

7. Farmacodynamiek

Samenvatting
De werking van een farmacon is het gevolg van een dynamische interactie met bestanddelen van het biologische systeem. Door deze interactie treden veranderingen op die resulteren in het farmaconeffect. De farmacodynamiek bestudeert de biochemische en fysiologische effecten van farmaca en daarmee hun onderliggende werkingsmechanisme.
R. H. Henning, J. H. Proost, P. A. de Graeff

8. Variabiliteit in ‘gevoeligheid’ voor farmaca

Samenvatting
Na toediening van eenzelfde dosis van een farmacon aan een groep patiënten bestaan er in de regel grote onderlinge verschillen in farmacologische respons. Bij respons moet hier gedacht worden aan het spectrum van de gewenste therapeutische effecten en de ongewenste nevenwerkingen.
J H. M. Schellens

Nawerk

Meer informatie