Skip to main content
main-content
Top

Over dit boek

Het uitgangspunt in dit boek is de didactische visie die ook beschreven is in het boek ‘Activerend opleiden. Didactiek voor resultaatgericht beroepsonderwijs’ van dezelfde auteurs.

In dit boek is deze visie van activerende didactiek verder geoptimaliseerd. De vele cases en tips zijn afkomstig uit de praktijk van verschillende hogescholen en zijn toegespitst op de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB). Alle docenten die lesgeven in het hbo moeten aan deze kwalificatie voldoen. Dit boek is een hulpmiddel voor docenten om deze BDB te verkrijgen, en biedt inspiratie om te werken aan de competenties ‘ontwerpen’ en ‘doceren’.

Activerende didactiek staat voor een methode van lesgeven die inspeelt op verschillen tussen studenten. De basis van activerende didactiek is het model van ervaringsleren waarbij alle leerstijlen van Kolb worden aangesproken. Daarnaast houdt een docent rekening met de voorkeur van studenten voor bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld op basis van de verschillende intelligenties die Gardner heeft beschreven. Als studenten opdrachten mogen kiezen of hun eigen context mogen bepalen, worden studenten extra gemotiveerd. Hierbij kan de docent gebruik maken van verschillende activerende (digitale) werkvormen.

Inzichten vanuit het breinleren helpen de resultaten van het onderwijs te verhogen bijvoorbeeld door de manier van presenteren van de inhoud met behulp van presentatieprogramma’s, het aanbrengen van focus en het herhalen van de leerstof tijdens de introductie van de les.

Een goede studentenhandleiding helpt ook om studenten te inspireren en focus aan te brengen. Ook hiervoor worden praktische tips gegeven en wordt een bestaand voorbeeld als uitgangspunt genomen.

Dit boek is in eerste instantie bestemd voor hbo-docenten. Daarnaast kunnen ook mbo-docenten, docenten voortgezet- en basisonderwijs, trainers, facilitatoren, bedrijfsopleiders, praktijkopleiders, studieloopbaanbegeleiders, mentoren, coaches en docenten betrokken bij volwasseneneducatie met dit boek werken aan hun didactische kwaliteiten.

De vele praktische voorbeelden geven een handreiking bij het bewust en gevarieerd vormgeven van lessen, workshops of trainingen. De reflectievragen en portfolio-opdrachten helpen bij het inschatten van de eigen bekwaamheid op het gebied van ontwerpen en doceren.>

Inhoudsopgave

Voorwerk

1. Aansluiten bij leerstijlen

In dit eerste hoofdstuk krijg je informatie over de verschillende leerstijlen van Kolb en reflecteer je op je eigen leerstijl en de consequenties daarvan op het onderwijs dat je ontwerpt en geeft. Om de theorie van de leerstijlen in de praktijk te brengen, gebruiken we de cyclus van het ervaringsleren. Dit model past de leerstijlen van Kolb toe in de praktijk en bestaat uit vier fasen: ervaren, reflecteren, conceptualiseren en toepassen. Het uitgangspunt van activerende didactiek is dat in een volwaardig leerproces alle fasen aan bod komen.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

2. Kiezen en plannen

In dit hoofdstuk bespreken we hoe het invullen van een lesplan je kan helpen om goede lessen te ontwerpen. Waar let je op bij het beschrijven van de beginsituatie? Hoe maak je goede leerdoelen? Hoe kies je daarna de werkvormen en media die optimaal aansluiten bij de studenten en de doelen die je met hen wilt bereiken? Een lesplan maken is een zinvolle bezigheid. Bij het invullen van het lesplan denk je na over de lesuitvoering. Een lesplan is een document dat het resultaat is van dat denkproces.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

3. Oog voor talenten

De theorie van de ‘Meervoudige Intelligenties’, kortweg MI, van Howard Gardner komt tegemoet aan de verschillen tussen mensen. Elk mens is op een andere manier getalenteerd of intelligent en dat bepaalt zijn voorkeuren voor bepaalde activiteiten. In dit hoofdstuk leer je de acht intelligenties te herkennen en krijg je informatie over hoe je deze in de les kunt benutten. Het effect van het inzetten van MI is dat alle studenten zich aangesproken en uitgedaagd voelen. Met kennis over MI kun je de variatie in werkvormen in de les vergroten en beter differentiëren. Dit verhoogt de kans op een hoger leerrendement van je studenten.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

4. Verschillen als uitdaging

Omgaan met verschillen betekent dat studenten ongelijk behandeld worden op grond van kennis die je hebt over relevante verschillen. In de praktijk differentiëren docenten hoofdzakelijk op basis van prestatieverschillen. Om betere resultaten te halen willen docenten en trainers zich steeds nadrukkelijker bezighouden met het ontplooien van de verschillende talenten van alle studenten. Door het aanbieden van een keuzeopdracht kan de student zelf kiezen in welke context hij de opdracht wil maken, welke werkvorm hij daarvoor gebruikt of welk resultaat hij wil behalen. Dit werkt zeer motiverend.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

5. Presenteren met power

In dit hoofdstuk over presenteren gaat het om basistechnieken in de verbale en non-verbale communicatie, die goed te leren zijn. Om meteen een veelgehoord misverstand weg te nemen: je hoeft beslist geen geboren entertainer te zijn om een goedverzorgde en inhoudelijk interessante én boeiende presentatie te kunnen verzorgen. De basisregel is: vertel je verhaal met overtuiging en plezier! De hulpmiddelen bij presenteren komen ook aan bod. In het hoofdstuk wordt kort ingezoomd op het presenteren met een digibord of touchscreen en op de verschillende presentatieprogramma’s. Het hoofdstuk eindigt met het toepassen van activerende didactiek in hoorcolleges.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

6. Brein en leren

Dit hoofdstuk over ‘Brein en leren’ geeft je kennis van de werking van de hersenen, die je kunt gebruiken om studenten te helpen bij het leren. Na het bespreken van de belangrijkste informatie over het brein en leren, kijken we naar de toepassing van deze kennis in de praktijk. Daarbij staan zeven breintips centraal, zodat je weet wat je wel en juist beter niet kunt doen tijdens het uitvoeren van jouw lessen en trainingen.
De belangrijkste breintips zijn:
  • breng focus aan;
  • zorg voor herhaling;
  • prikkel emoties;
  • wees een rolmodel;
  • zoek naar klittenband;
  • gebruik alle zintuigen;
  • actief aan de slag.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

7. Van onderdeel naar geheel

Bij het ontwikkelen van een nieuwe onderwijseenheid (een minor, module, training, workshop of lessenreeks) kijk je verder dan de voorbereiding en uitvoering van een les. Je zorgt ervoor dat de onderwijseenheid past in het opleidingsplan en de visie van de opleiding onderschrijft. Je koppelt de opleidingscompetenties aan de leerdoelen en denkt na over hoe je deze competenties het beste kunt toetsen. Als je start met de nieuwe onderwijseenheid is het goed om te beseffen dat het resultaat groter wordt als de studenten goed weten wat en waarom ze iets doen. Daarom hoort bij het ontwikkelen van een onderwijseenheid een goede studentenhandleiding. Hierin worden allerlei praktische vragen vooraf al duidelijk voor de studenten: wanneer zijn de contactmomenten, wat moet ik voorbereiden en hoe wordt getoetst? Als rode draad komt in dit hoofdstuk een voorbeeld studentenhandleiding van een opleiding Bedrijfseconomie aan de orde.
Lia Bijkerk, Wilma van der Heide

Nawerk

Meer informatie