Skip to main content
main-content
Top

25-06-2014 | Nieuws

Aandacht voor het einde van het leven

“Ze luisteren wel, maar ze doen niets”. In dat ene zinnetje ligt de hele problematiek van levenseinde zorg besloten. Ouderenarts Yvonne van Ingen hoorde het van een oudere man met eindstadium COPD. Hij werd met opeenvolgende ontstekingen steeds maar weer opgenomen in het ziekenhuis, waar hij in de isolatie moest en met antibiotica werd behandeld.

‘Hij wilde niet meer’, zegt ze, ‘maar zijn geluid werd maar niet opgepikt door de mensen die hem behandelden. Ergens in de keten gaat blijkbaar iets fout en deze man was op dit punt helaas niet uniek. Het verontrustende is dat – als zo iemand tóch weer in het ziekenhuis belandt – ook een verpleegkundig specialist meeloopt met de artsenvisite, maar dat die dan toch blijkbaar niet in staat is om het gesprek aan te gaan op basis van het signaal dat zo’n patiënt geeft.’

Van Ingen gebruikte deze problematiek als uitgangspunt voor haar bijdrage (hoofdstuk 33) aan het recent verschenen boek Veranderende samenwerking in de zorg. ‘Er wordt nu hard gewerkt om in ziekenhuizen palliatieve teams op te zetten’, zegt Van Ingen. ‘In deze teams zouden ook professionals uit de eerste lijn betrokken moeten zijn: de huisarts, de specialist ouderengeneeskunde, de wijkverpleegkundige. En graag ook een geestelijk verzorger, een humanistisch raadsman bijvoorbeeld. Toevoeging van die laatste is trouwens niet alleen voor ouderen relevant, maar voor jongere mensen net zo goed.’

 

Volgens Van Ingen kan de wijkverpleegkundige in de palliatieve zorg een belangrijke rol spelen, namelijk de rol van patient advocate. ‘Het is diens rol in het gesprek met de patiënt de symptomen in kaart te brengen en met de patiënt en diens naasten bespreekbaar te maken of het nog gaat. De wijkverpleegkundige kan ertoe bijdragen dat die twee partijen eerlijk in gesprek komen met elkaar. Hierbij moet de patiënt de ruimte krijgen om te vertellen of hij eigenlijk nog wel wil leven, en de mantelzorger of hij de zorg nog wel aankan. Je moet voorkomen dat de patiënt hals over kop naar een hospice moet omdat de mantelzorger het “ineens” niet meer aankan. Dat gebeurt natuurlijk helemaal niet ineens, maar je moet er wel oog voor hebben wanneer die mantelzorger overbelast begint te raken.’

 

De wijkverpleegkundige kan  haar rol als patient advocate alleen naar behoren vervullen als zij functioneert in een multidisciplinair team waarin sprake is van gelijkwaardigheid tussen de teamleden, waarschuwt Van Ingen. ‘Huisartsen moeten soms wennen aan multidisciplinair werken’, zegt ze. ‘Ze moeten zich niet aangevallen voelen door een wijkverpleegkundige die veel kennis van zaken heeft.‘ Dit is een van de redenen waarom het nog niet altijd lukt om zulke teams van de grond te krijgen. ‘Maar er zijn er meerdere’, zegt Van Ingen. ‘De huisarts en de praktijkondersteuner zijn nog veelal gericht op handelen. En met de gestructureerde zorgprogramma’s voor diabetes, COPD en hartfalen is die zorg ook beter geworden. Maar er is een grens aan behandelen en advance care planning kan helpen om te zorgen dat je niet overvallen wordt door het levenseinde. Je kunt dan denken aan niet reanimeren, of afspreken de patiënt bij verslechtering niet meer in te sturen naar het ziekenhuis. Op dit moment zijn de huisarts en de praktijkondersteuner nog minder gericht op het ter sprake brengen van het stoppen met handelen. Ook het reanimatiebeleid is niet altijd een issue. En het is belangrijk om hierin verandering te brengen, want als je niet overvallen wilt worden door het levenseinde, moet je nu al nadenken over wat straks gaat gebeuren.’’

 

Auteur(s): Frank van Wijck

Onze productaanbevelingen

BSL BijZijn XL

Vandaag leren wat u morgen in de praktijk wilt brengen. In BSL BijZijn XL vindt u alles wat u als professioneel verpleegkundige of verzorgende nodig heeft om uw kennis up-to-date te houden: een tijdschrift met actuele vakinformatie, online toegang tot de praktijkgerichte vakinformatie van het tijdschrift, online nieuws én geaccrediteerde online kennistoetsen.