Iemand die goed beschermende kleding draagt, blijkt in staat te zijn de temperatuur in de dieper gelegen delen van zijn lichaam min of meer constant te houden. In de hersenen, het hart en andere vitale organen blijft de temperatuur bij omgevingstemperaturen die variëren van −50 °C tot ongeveer 100 °C op ongeveer 37 °C. Zelfs zonder kleding kan men, mits het droog is, de temperatuur in deze dieper gelegen delen min of meer constant houden bij omgevingstemperaturen die variëren van ongeveer 13 °C tot 60 °C.