In de RET-traditie spreekt men van verschillende fasen in de therapie met kinderen: een relatie opbouwen, diagnostiek, vaardigheden aanleren (cognitief, gedragsmatig en emotief), oefenen en toepassen (Bernard & Joyce, 1984, 1993; DiGiuseppe, 1989). Hoewel zij spreken van verschillende fasen in de therapie, is het opvallend dat zij na het rustig vormgeven van een goede werksfeer direct aan het werk gaan en dat de diagnostiek en behandeling hand in hand gaan. Tijdens het eerste gesprek wordt er informatie verzameld, maar wordt ook al begonnen met een stukje behandeling. Er wordt gewerkt vanuit de aanname dat het kind de therapeut leert kennen door de manier waarop die werkt.