Openstaan verwijst naar het vermogen van de patiënt of mantelzorger om aandacht te hebben voor informatie, voor een gesprek over een gezondheidsprobleem, voor het zoeken van oplossingen. Zijn situatie roept emoties, behoeften en vragen op (hoofdstuk 2). Vragen kunnen variëren van: ‘Ik ben bang voor wat er op deze opnamedag gaat gebeuren’, tot: ‘Hoe moet ik verder leven?’ Sommige vragen staan daarbij meer op de voorgrond dan andere.