Skip to main content
main-content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2016 | OriginalPaper | Hoofdstuk

25 Letsels van enkel en voet

Auteur: Hendries Boele

Gepubliceerd in: Traumatologie van extremiteiten en bekken

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Enkelfractuur (malleolaire fractuur) (zie paragraaf 25.1) kunnen fracturen zijn van de malleolus lateralis, medialis of tertius. In enkele gevallen zijn alle drie de malleoli gebroken: trimalleolaire fractuur.
Er zijn verschillende classificatiesystemen, onder andere die volgens Lauge-Hansen Brunne en Weber. De classificatie van Weber wordt het meest gebruikt en is een anatomische indeling, die uitgaat van het niveau van de fractuur van de laterale malleolus ten opzichte van de syndesmose. De Weber-classificatie kent drie typen: A, B en C.
Behandeling: anatomisch herstel van het gewricht; conservatief: immobiliseren van de enkel met een gipsspalk; operatief: drittelrohrplaat met 3,5 mm corticalis(trek)schroeven of 4,0 mm spongiosaschroeven. Instabiele weber-C-fractuur: tibiofibulaire stelschroef om de enkelvork te stabiliseren. Een bimalleolaire enkelfractuur wordt aan de mediale zijde gefixeerd met twee 4,0 mm (gecanuleerde) spongiosaschroeven, een klein fragment kan gefixeerd worden met een K-draad, eventueel met cerclage (zuggurtung).
Enkelbandletsel (zie paragraaf 25.2): Het enkelgewricht heeft aan de buiten- en de binnenkant een aantal enkelbanden. In de meeste gevallen is de voorste enkelband bij het letsel betrokken, de middelste en achterste enkelbanden minder vaak.
Behandeling: in het acute stadium geldt de ICE-regel om zwelling, hematoomvorming en pijn tegen te gaan; tapebandage of enkelbrace.
Voor de diagnose achillespeesruptuur (zie paragraaf 25.3) wordt de proef van Thompson gedaan: knijpen in de kuit wordt niet gevolgd door passieve plantaire flexie van de voet.
Behandeling: conservatief door gipsimmobilisatie; operatief hechten van de pees; tenodese met twee botankers.
Een talusfractuur (zie paragraaf 25.4) kan optreden in het corpus tali, door de talushals, of osteochondraal.
Behandeling: open repositie met herstel gewrichtsoppervlak en fixatie met K-draden of gecanuleerde schroeven; osteochondrale fracturen kunnen arthroscopisch worden behandeld, waarbij kleine losse kraakbeenfragmenten worden verwijderd.
Een talusluxatie kan tibiotalair of subtalair voorkomen en gaat gepaard met een uitgebreide wekedelenbeschadiging. Behandeling: meestal open repositie met eventuele K-draadfixatie.
Calcaneusfracturen (zie paragraaf 25.5) worden verdeeld in extra- en intra-articulaire fracturen. Diagnose: röntgenopnamen en CT-scan. Een belangrijke graadmeter voor de therapie is de hoek van Böhler.
Behandeling: conservatief bij een niet-gedisloceerde fractuur; bij intra-articulaire breuken met dislocatie bloedige repositie: percutaan met gecanuleerde schroeven of open benadering met locking calcaneus-plaat of een cervicale H-plaat.
Middenvoetsfracturen (zie paragraaf 25.6) komen relatief weinig voor, meestal gaat het om een avulsiefractuur.
Behandeling: onbloedige repositie, bij comminutieve fracturen is een operatie geïndiceerd. Fixatie gebeurt met K-draden of eventueel met een (gecanuleerde) schroefosteosynthese.Tarsometatarsale luxaties (zie paragraaf 25.7) worden ingedeeld volgens Lisfranc. De lijn van Lisfranc is de gewrichtslijn gevormd door de tarsometatarsale gewrichten.
Behandeling: (open) repositie met een percutane K-draadfixatie of schroefosteosynthese.Een bekende metatarsaalfractuur (zie paragraaf 25.8) is de mars- of vermoeidheidsfractuur ter hoogte van de schacht van metatarsale II, een gevolg van chronische overbelasting.
Behandeling niet-gedisloceerde fracturen: conservatief met immobilisatie met gipsspalk. Bij dislocatie eventueel open repositie, waarbij de fractuur gefixeerd wordt met een K-draad, trekschroef, eventueel gecombineerd met een miniplaat.
Een fractuur van metatarsale V op de overgang van metafyse/diafyse is de jonesfractuur. Behandeling: in de regel operatief en fixatie met een K-draad of schroef.
Bij een teenfractuur (zie paragraaf 25.9) is de behandeling meestal conservatief met spalk. Intra-articulaire fractuur: soms open repositie en fixatie met mini-fragment of K-draad.

Met onderstaand(e) abonnement(en) heeft u direct toegang:

BSL - Traumatologie van extremiteiten en bekken

BSL Academy O&A ZGT 2018-2021

BSL Academy OA OLVG 2018

Toon meer producten
Metagegevens
Titel
25 Letsels van enkel en voet
Auteur
Hendries Boele
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1185-9_25