Skip to main content
Top

Tip

Swipe om te navigeren naar een ander hoofdstuk

2016 | OriginalPaper | Hoofdstuk

16 Antimicrobiële profylaxe

Auteurs : drs. J.J.F. Bütterhoff, drs. F.A.C. van Opdorp, dr. M.L. Bouvy, drs. W.S. Dessing, dr. E.M.W. van de Garde, mw. drs. T. Gerbranda, mw. drs. A.M. Harmsze, dr. P.H.M. van der Kuy, mw. drs. A. Nooij, mw. drs. K.A. Simons-Sanders, dr. P. Stolk, mw. drs. B.C.M.J. Takx-Köhlen, drs. T. Zwaan

Gepubliceerd in: Geneesmiddeleninformatie

Uitgeverij: Bohn Stafleu van Loghum

share
DELEN

Deel dit onderdeel of sectie (kopieer de link)

  • Optie A:
    Klik op de rechtermuisknop op de link en selecteer de optie “linkadres kopiëren”
  • Optie B:
    Deel de link per e-mail

Samenvatting

Bij beschadiging van de huid, bijvoorbeeld een schaafwond, zal iedereen wel eens jodium gebruikt hebben. Waarom men dat doet: om infectie te voorkomen. Nu is een schaafwond een vaak voorkomende, maar meestal onschuldige vorm van verwonding. Natuurlijk kunnen binnendringende ziektekiemen uit bijvoorbeeld straatvuil de mens ziek maken. Denk maar eens aan tetanus. Maar doorgaans loopt het goed af. In een ziekenhuis ligt dat echter anders. Daar worden soms zeer zware ingrepen uitgevoerd waarbij de patiënt met een groot wondgebied blootgesteld wordt aan diverse infectieverwekkende micro-organismen, die van ‘buiten’ (operatieteam, instrumenten, luchtbehandeling) of van de patiënt zelf afkomstig zijn (bijvoorbeeld darmbacteriën). In het ziekenhuis kunnen het soms micro-organismen zijn van uitgeselecteerde stammen, met een grotere resistentie voor bepaalde antibiotica (met name antibiotica die in dat ziekenhuis regelmatig gebruikt worden) dan de gewone huis-, tuin- en keukenbacteriën. Een bekend voorbeeld is natuurlijk de problematiek van de MRSA (meticillineresistente Staphylococcus aureus). Elk ziekenhuis heeft tegenwoordig een protocol hoe om te gaan met MRSA. Zo wordt bijvoorbeeld als een patiënt uit een buitenlands ziekenhuis wordt overgeplaatst naar een Nederlands ziekenhuis, de patiënt aanvankelijk geïsoleerd verpleegd, om de kans op besmetting van andere patiënten met onder andere MRSA tot een minimum te beperken. Gesteld wordt namelijk dat in het buitenland de resistentieproblematiek vele malen erger is dan in Nederland.
Metagegevens
Titel
16 Antimicrobiële profylaxe
Auteurs
drs. J.J.F. Bütterhoff
drs. F.A.C. van Opdorp
dr. M.L. Bouvy
drs. W.S. Dessing
dr. E.M.W. van de Garde
mw. drs. T. Gerbranda
mw. drs. A.M. Harmsze
dr. P.H.M. van der Kuy
mw. drs. A. Nooij
mw. drs. K.A. Simons-Sanders
dr. P. Stolk
mw. drs. B.C.M.J. Takx-Köhlen
drs. T. Zwaan
Copyright
2016
Uitgeverij
Bohn Stafleu van Loghum
DOI
https://doi.org/10.1007/978-90-368-1196-5_16