Header

BSL, Bohn Stafleu van Loghum

Main content

Hoofdstuk 1 Werken als zorghulp in organisaties

C.A.M. Hutten-Groot;J.G.M. Hutten

Inhoudsopgave

  • 1.1 Werksituaties van de zorghulp: waar je werkt als zorghulp
  • 1.2 Vormen van zorg
  • 1.3 Welke werkzaamheden ga je als zorghulp doen?
  • 1.4 Hoe worden zorgvragers verzorgd: de zorgvisie
  • 1.5 De beroepshouding van de zorghulp
  • 1.6 Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid

1.1 Werksituaties van de zorghulp: waar je werkt als zorghulp

Als zorghulp kun je werken bij de volgende instellingen van de gezondheidszorg:

  • de thuiszorg;

  • een verzorgingshuis;

  • een verpleeghuis;

  • een instellingen voor gehandicapten;

  • ziekenhuis.

1.1.1 Werken in de thuiszorg

Voorbeeld

Meneer Dekker heeft zijn heup gebroken. Hij heeft in het ziekenhuis gelegen. Daarna heeft hij in het verpleeghuis weer leren lopen. Nu kan hij weer naar zijn huis. Hij is nog niet in staat eten te koken en het huishouden te doen. Daarom krijgt hij huishoudelijke hulp. De instelling voor de thuiszorg stuurt Malika. Iedere dag helpt Malika meneer Dekker om de meest noodzakelijke dingen te doen. Zij wast af, stofzuigt de kamer en ruimt de boodschappen op.

Mensen die hulp nodig hebben, kunnen hulp vragen bij de thuiszorg. De thuiszorg is een instelling die hulp geeft bij mensen thuis.

De hulp van de thuiszorg kan bestaan uit:

  1. huishoudelijke hulp (bijvoorbeeld stofzuigen, bedden opmaken, afwassen en eten koken)

  2. verplegen van de zieke zorgvrager (bijvoorbeeld het verbinden van een beenwond)

  3. verzorging (bijvoorbeeld scheren, tanden poetsen en nagels knippen).


Een zorgvrager is een persoon die zorg nodig heeft. Meneer Dekker kan nog niet voor zichzelf zorgen. Hij loopt nog zeer moeilijk en hij heeft ook pijn bij het lopen.


Als je bij de thuiszorg werkt, ga je naar het huis van de zorgvrager. Je helpt deze mensen dus thuis.

De thuiszorg wordt steeds belangrijker. Zorgvragers worden tegenwoordig eerder uit het ziekenhuis ontslagen. Ouderen gaan minder snel naar een verzorgingshuis dan vroeger.

In de komende jaren zal de vraag naar thuiszorg toenemen. Dat komt omdat het aantal ouderen toeneemt en de mensen steeds ouder worden. Een andere oorzaak is dat mensen langer thuis blijven wonen.

De gezinszorg

Je kunt gaan werken in een gezin. Mevrouw Tang is net uit het ziekenhuis naar huis gekomen. Zij kan nog niet goed voor de kinderen zorgen. Toch moeten de kinderen worden geholpen. Je kookt dan bijvoorbeeld het eten voor het gezin. Je moet voor een bepaalde tijd een aantal taken overnemen van de huisvrouw of huisman. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de zorgvrager ziek is. Het kan ook gebeuren bij een opname in het ziekenhuis of na een ziekenhuisopname.

Hier is sprake van gezinszorg.

Ouderenzorg

Voorbeeld

Voor een bejaard echtpaar is stofzuigen een te zwaar karwei. De zorghulp neemt deze huishoudelijke taak over. De zorghulp vraagt of de vrouw zelf stof af wil nemen. Op deze manier worden ouderen gestimuleerd een aantal activiteiten zelfstandig te blijven doen.

Je kunt dus ook gaan werken bij ouderen. Dit heet ouderenzorg. Je helpt dan een oude mevrouw of meneer met het stofzuigen.

Afbeelding 1: Stofzuigen is een zwaar karwij voor ouderen. Een zorghulp neemt het over…

1.1.2 Werken in het verzorgingshuis

In een verzorgingshuis wonen oudere mensen. Deze mensen kunnen niet thuis meer voor zichzelf zorgen. Sommigen lopen slecht, anderen zijn dement. Om in een verzorgingshuis te kunnen wonen, moet de zorgvrager aan een aantal eisen voldoen. Er is een zogenoemde indicatiecommissie, die bestaat uit deskundigen. Deze personen bepalen of een zorgvrager in het verzorgingshuis kan gaan wonen. Iedere zorgvrager heeft een eigen kamer. Deze kamer moet regelmatig worden schoongehouden. Dit zijn werkzaamheden die door zorghulpen en helpenden worden verricht. Soms helpt de zorgvrager nog een beetje mee.

Voorbeeld

Meneer Van Baal woont sinds vier maanden in het verzorgingshuis. Hij heeft voor die tijd altijd zelfstandig gewoond. De laatste twee jaar dat hij zelfstandig woonde heeft hij hulp van de thuiszorg gehad. In het verzorgingshuis moet hij geholpen worden met wassen. Een wond aan zijn been moet elke dag verzorgd worden, dit wordt gedaan door een verzorgende. Bovendien krijgt hij in het verzorgingshuis alle zorg die hij nodig heeft.

Afbeelding 2: Met een gezellig ingerichte kamer kan een zorgvrager zich ook in een verpleeghuis thuis voelen

1.1.3 Werken in het verpleeghuis

In een verpleeghuis wonen zorgvragers die niet langer meer thuis geholpen kunnen worden. Er wonen ook zorgvragers die een ziekenhuisopname achter de rug hebben. Ze kunnen (nog) niet naar hun eigen huis terug. Deze zorgvragers krijgen extra hulp in het verpleeghuis.

In het verpleeghuis wonen ook zorgvragers die verlamd zijn. Sommigen hebben een ernstig ongeluk gehad. Anderen een hersenbloeding. Zij kunnen soms niet meer spreken en lopen. Voor deze zorgvragers is geen herstel meer mogelijk. Ze moeten soms de hele dag in bed blijven. Een fysiotherapeut oefent de spieren.

Voorbeelden

Mevrouw Leffers is een alleenstaande vrouw van 66 jaar. In het ziekenhuis is zij geopereerd. Ze heeft een nieuwe heup gekregen. Een fysiotherapeut moet haar opnieuw leren lopen. Daarom is zij voor revalidatie opgenomen in een verpleeghuis. Daar krijgt zij de hulp die zij nodig heeft om weer zelfstandig te kunnen wonen. Na ongeveer zes maanden mag ze weer naar huis.

Mevrouw Jurg is 42 jaar. Twee jaar geleden heeft ze een hersenbloeding gehad. Ze kan niet meer praten. Ze is ook bijna helemaal verlamd. Ze kan zich thuis niet meer redden. Haar twee dochters wonen ver van hun moeder vandaan. Mevrouw Jurg woont nu een jaar in verpleeghuis De Hunze. Ze wordt daar verzorgd op een eenpersoonskamer.

1.1.4 Werken in een instelling voor gehandicapten

Er zijn ook instellingen in de gezondheidszorg waar mensen wonen die gehandicapt zijn. Deze mensen kunnen bijvoorbeeld verstandelijk gehandicapt zijn. Andere mensen hebben een lichamelijke handicap.

Voorbeeld

Henk is een jongen van zestien jaar. Hij is geboren met een verstandelijk handicap. Hij kan bijna niet praten. Hij zit de hele dag op een stoel naar buiten te kijken. Hij beweegt zijn hoofd steeds heen en weer. Henk woont in een huis met nog acht verstandelijk gehandicapten. De zorghulp helpt bij het schoonhouden van het huis. Iedere dag maakt de zorghulp de badkamer schoon.

Afbeelding 3: Rondleiding op de afdeling

Terug naar boven


 

Volledige toegang? Neem nu een abonnement

Al uw relevante vakinformatie is nu gebundeld online beschikbaar tegen een gunstig tarief.

Uw browser ondersteunt geen iframes, de login kan daarom niet getoond worden.

Functional blocks

Uw browser ondersteunt geen iframes, de login kan daarom niet getoond worden.