Header

BSL, Bohn Stafleu van Loghum

Main content

33 Verbanden aanleggen

Th.G. Schäpe, E.C.T.H. Tan en T.O.H. de Jongh

Inhoudsopgave

  • 33.1 Inleiding
  • 33.2 Wondbedekkende verbanden
  • 33.3 Ondersteunende en steungevende verbanden
  • 33.4 Compressieverband aan been of arm
  • 33.5 Immobiliserende verbanden
  • 33.6 Speciale verbanden

33.1 Inleiding

Dit hoofdstuk richt zich op verbandleer. Onder verbandleer verstaan we theoretische en praktische kennis van het aanleggen van verbanden, materialen, hulpmiddelen en aanlegtechnieken die worden toegepast bij het verbinden. Om een goed verband aan te kunnen leggen is het noodzakelijk kennis te hebben van het doel van het verband, het aanbod van materialen en zwachteltechnieken. Ook het herkennen van complicaties en de adequate behandeling ervan en het geven van informatie aan de patiënt is belangrijk. De volgende soorten verbanden worden in dit hoofdstuk beschreven:

  • wondbedekkende verbanden;

  • steun-/ondersteunende verbanden;

  • compressieverbanden;

  • immobiliserende verbanden;

  • speciale verbanden.


In de praktijk blijkt dat doel en functie van verbanden elkaar soms overlappen.

Aandachtspunten voor het aanleggen van een verband

  • Informeer de patiënt over het doel van het verband.

  • Leg alle materialen klaar die u denkt te gaan gebruiken.

  • Hanteer goede handhygiëne (zie hoofdstuk 5: Hygiënisch werken).

  • Laat de patiënt in een ontspannen houding zitten of liggen.

  • Neem zelf eveneens een juiste positie in, dat wil zeggen met een rechte rug volgens (arbo)voorschrift.

Aandachtspunten tijdens het aanleggen van een verband

  • Als lichaamsdelen (vingers/tenen) aan elkaar worden verbonden, leg dan altijd een hydrofiel gaas tussen deze delen om maceratie te voorkomen.

  • Zorg dat de watten bij een drukverband buiten de zwachtel uitsteken voor een evenwichtige drukverdeling.

  • Zwachtel van distaal naar proximaal (anders kan het verband stuwing veroorzaken).

  • Kijk in de zwachtelrol en wikkel deze kort op het lichaamsdeel af.

  • Bij alle zwachtelverbanden geldt dat de winding de vorige winding voor twee derde bedekt.

  • Werk het verband af met pleisterstroken op de hoeken van de zwachtel; eventueel ook over de lengte van het gehele verband (om verschuiven te voorkomen).

  • Leg zo nodig ondersteunend verband aan zoals mitella of draagband.

Aandachtspunten na het aanleggen van een verband

  • Controleer of het verband voldoet aan het doel waarvoor het is aangelegd (bloedstelping, compressie, immobilisatie, enz.).

  • Controleer of het verband niet te strak zit, met name bij circulaire, immobiliserende of compressieve verbanden. Een verstoorde arteriële vascularisatie uit zich in koude ledematen distaal, bleke of blauw/paarse huid en eventueel een gestoorde capillaire refill. Vergelijk hierbij met het niet-verbonden ledemaat. Verstoorde veneuze afvloed uit zich in stuwing, oedeem en toegenomen pijn. Neurogene compressie kan zich uiten in tintelingen, sensibiliteitsstoornissen of motorische stoornissen.

  • Voorlichting aan de patiënt. Overhandig patiënt een instructieformulier (indien aanwezig), licht dit mondeling toe en wijs op mogelijke complicaties en wat te doen. Adviseer contact op te nemen als het verband knelt of loslaat of als er sprake is van tekenen van ontsteking (koorts, toenemende pijn, roodheid, zwelling of afscheiding). Bespreek de termijn van genezing en maak een eventuele controleafspraak.

  • Registratie. Documenteer zorgvuldig alle bevindingen, handelingen, bijzonderheden en afspraken.

Terug naar boven


 

Volledige toegang? Neem nu een abonnement

Al uw relevante vakinformatie is nu gebundeld online beschikbaar tegen een gunstig tarief.

Voor Studenten

BSL Academy mbo AG € 8,25 per maand

Meer info Bestel nu

Voor Studenten

BSL Academy Geneeskunde € 16,50 € 10,75 per maand

Meer info Bestel nu

Voor Professionals

BSL Huisarts Totaal € 33,00 per maand

Meer info Bestel nu

Uw browser ondersteunt geen iframes, de login kan daarom niet getoond worden.